Fietsvoorzieningen op buurt- en wijkniveau (VK 7/2012)

dinsdag 11 december 2012 0 reacties 184x gelezen

In de rubriek Achteruitkijkspiegel vindt u steeds een verkeerskundig onderwerp uit het verleden. Deze keer over een nastudie omtrent fietsverplaatsingen en het belang van een radiale netwerkstructuur nabij de bestemming.

1978: Ingesleten fiets/voetpaadjes

Verkeerskunde 1978 nr.12: Voor het doelgericht stimuleren van het fietsverkeer is naast een fietspadenplan op stedelijk niveau zeker een aanvullend fietspadenplan nodig op buurt- en wijkniveau, concludeert de auteur in 1978. Een radiale gerichtheid is een typische eigenschap van de fietser. Als we de wildgroei van illegale paden willen tegengaan dan is het zaak rekening te houden met deze aspecten van fietsverkeer.

 

Toenmalig auteur Ton Hendriks, ANWB, beschrijft 34 jaar later hoe het is gegaan met ‘de aandacht voor het langzaam verkeer dat écht nog steeds de kortste route wil’.

 

2012: opnieuw aandacht voor olifantenpaadjes, ‘desire lines’ of wenspaadjes

‘Het afstudeeronderwerp en het artikel kwamen tot stand in een tijd waarin er steeds serieuzer aandacht ontstond voor fietsers. Er waren net twee grote demonstratiefietsroutes in Tilburg en Den Haag gereed, waarbij met veel overheidsgeld een voorbeeld werd neergezet hoe je veilige, comfortabele fietsroutes aanlegt. De aandacht voor fietspadenstructuur op het buurt- en wijkniveau - zo vond ik -, moest het afleggen tegen de aandacht voor deze twee grote demonstratieprojecten.

 

In mijn onderzoek wilde ik indertijd twee statements maken: fietsers rijden in grote mate veel kleinere afstanden dan waar doorgaans vanuit wordt gegaan. En de radiale gerichtheid van langzaam verkeer is zeer sterk (mensen willen écht de kortste route). Dat laatste geldt nog sterker naarmate de bestemming in zicht komt. Het leuke was om mijn betoog aan de hand van de ingesleten fiets/voetpaadjes te illustreren. Nu noemen we dat ‘olifantenpaadjes’; een tot de verbeelding sprekende term. Een recentere en betere benaming is ‘desire lines’ of, nog beter, ‘wenspaadjes’.

 

Sinds mijn afstudeerstudie is er over die paadjes niet veel geschreven. Totdat in 2011 Jan-Dirk van der Burg een fotoboek over olifantenpaadjes produceerde. Het boek met veel foto’s was een uiting van verbazing over het feit dat we nog steeds slecht rekening houden met de voorkeuren van voetgangers en fietsers, zowel in verkeerstechnische ontwerpen als in stedenbouwkundige ontwerpen. Je had vrijwel altijd kunnen voorspellen waar die paadjes zouden gaan ontstaan. We kunnen de wensen van voetgangers en fietsers wel proberen te negeren in het ontwerp, maar als zij een aantrekkelijke, korte route zien, dan nemen ze die. 

 

Dus altijd die route faciliteren? In veel gevallen wel. Maar niet altijd. Soms leidt het tot onveilige situaties; bijvoorbeeld oversteken op een ongelukkige plek. Maar bedenk dat deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid alleen tegen te gaan is met muren, prikkeldraadversperringen en brede sloten. Maar soms maken voetgangers het daarbij ook wel bont.

 

Kortom, er is voor voetgangers en fietsers vrijwel altijd een kortere route dan de ontwerper heeft voorzien. Daardoor zullen olifantenpaadjes waarschijnlijk altijd blijven bestaan, zolang er gras is. En wanneer ten slotte alles is verhard met klinkers, dan nog is er de behoefte van langzaam verkeer aan een korte route. We zullen daar in de stedenbouwkundige ontwerpen dus altijd rekening mee moeten houden, olifantenpaadjes of niet.’

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.