Hoe maakt de stad goed gebruik van mobiliteitsinnovaties?

vrijdag 23 december 2016 Johan Diepens, directeur Mobycon 0 reacties 149x gelezen

‘De komende jaren zullen veel gemeenten hun gemeentelijk verkeers- en vervoerplannen, GVVP’s, actualiseren. De gebruiksduur ervan is vaak langer dan we aanvankelijk dachten. Begonnen we met een periode van 4 jaar, inmiddels komen we plannen tegen die 10 tot 16 jaar functioneren. Geen probleem als de trends en ontwikkelingen goed te voorspellen zijn. Maar wat er in de afgelopen 16 jaar is veranderd, zou wel eens kunnen verbleken bij wat ons de komende 16 jaar te wachten staat.'

De lijst van ontwikkelingen die mogelijk onze mobiliteitspatronen en wensen beïnvloeden is lang. Denk aan 3D printtechnieken, online shoppen, elektrische aangedreven vervoermiddelen, deeleconomieën, vergrijzing, milieueisen, globalisering, zelfrijdende voertuigen, introductie Omgevingswet of verstedelijking.  Veel ontwikkelingen waar gemeenten geen directe invloed op hebben, maar waarvan  zij wel de kansen zouden kunnen benutten. Wat, bijvoorbeeld, als zelfrijdende voertuigen tot abonnementsvormen leiden, waarbij we straks geen parkeerruimte meer nodig hebben. Worden onze straten dan weer speel- en ontmoetingsplekken? 

 

Nu is het uiteraard niet mogelijk om bij het schrijven van de nieuwe GVVP’s rekening te houden met álle ontwikkelingen. Wat wel kan, is robuuste plannen maken waarmee je slim en flexibel om kunt gaan met nieuwe ontwikkelingen en trends. Hoe je dat doet is een belangrijke vraag.  

 

Een voorbeeld naar aanleiding van de drukte op het fietspad. De afgelopen acht jaar heeft met de elektrische fiets een enorme spurt ingezet. Waren het eerst de 60-plussers dit oppikten, inmiddels maken alle leeftijdsgroepen gebruik van de e-fiets. Super, maar onze fietsinfrastructuur is nog niet klaar voor de dominantie van de fiets op de afstand tot 10 km; veel gemeenten hebben niet eerder met deze opmars rekening gehouden. Daarbij worden de gebruikers van het fietspad ook steeds diverser: van scootmobielen tot aan de opkomende e-pedelecs. Kortom, het wordt druk op een plek waar we dat nooit in deze mate verwachtten!

 

Integrale ontwerpaanpak

Voor de ANWB was dit aanleiding om Ben Immers, Bart Egeter, Paul Westrate en ondergetekende te vragen voor de ontwikkeling van een integrale ontwerpaanpak  voor een betere ordening van stedelijk verkeer. In samenwerking met diverse experts, belangengroepen en gemeenten is intussen het fundament gelegd voor een aanpak die goed is ontvangen. Twee hoofdpunten uit deze aanpak kunnen helpen

om onze nieuwe GVVP’s robuuster te maken:

• De juiste balans tussen de activiteiten/functies in de openbare ruimte en het laten stromen van de verschillende vormen van mobiliteit.

• Een nieuwe ordening van vervoerswijzen, die een nieuwe basis kan vormen voor het mengen en scheiden.

 

Nieuwe ordening in verkeersdeelnemers

Eén les uit het recente verleden is dat we in Nederland moeite hebben met nieuwe vormen van mobiliteitsmiddelen. De e-pedelec is daar helaas een mooi voorbeeld van. Vier jaar na de eerste introductie is er in 2017 passende wetgeving. Slimme concepten als Airwheels, mogen we best kopen in Nederland. Maar alleen voor in de achtertuin. Jammer want het kunnen interessante concepten zijn voor de first/last mile van veel OV-gebruikers.

 

Daarom het voorstel een nieuwe indeling vast te leggen, waarmee de consument nieuwe innovatie snel en duidelijk kan oppakken: we delen verkeersdeelnemers niet langer in naar soorten voertuigen, maar, op basis van gewicht en breedte, in zogenoemde ‘voertuigfamilies’. Elke familie bestaat uit voertuigen de tot eenzelfde gewichtsklasse behoren en binnen een maximale breedte passen. Naast de voetganger (A) gaat het dan om ´fietsachtigen´ (B), lichte motorvoertuigen - zoals snorfiets (C), auto-achtigen´ inclusief lichte bestelbusjes (D), ´vrachtauto-achtigen´ inclusief bussen (E) en ´tram-achtigen´ (F). Door te ontwerpen op basis van deze indeling, ontstaan verkeersmilieus waar gewichtsverschillen èn snelheidsverschillen worden gereduceerd, wat de veiligheid sterk bevordert. Deze indeling is robuust en toekomstvast, want is bij voorbaat geschikt voor nieuwe typen voertuigen die nog op de markt moeten komen.

 

Balans tussen de ruimte en verkeer 

De passant is niet (meer) het enige of belangrijkste uitgangspunt bij het ontwerpen van routes en verkeersinfrastructuur. Ontwerpers kijken naast de verkeersfunctie en zaken als bereikbaarheid, naar de gewenste ruimtelijke kwaliteiten van een gebied, straat of een deel daarvan. Met de indeling in voertuigfamilies, kunnen zij op een genuanceerde en evenwichtige manier kiezen of op een bepaalde plek de hogere verblijfskwaliteit of de verkeersfunctie dominant moet zijn. Om alle kansen in de toekomst te kunnen benutten, moeten we er in onze GVVP’s goed op voorsorteren. Een duidelijk structuur, monitoring en dialoog is hiervoor nodig.’

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

blog

Artikelen 41 tot 50 van 202

2 3 4 5 6 7

Artikelen 41 tot 50 van 202

2 3 4 5 6 7

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.