Column: Het gevaar van de macht der gewoonte

woensdag 18 april 2012 165x gelezen

Paul Schnabel, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Paul Schnabel, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Paul Schnabel, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau

Per jaar legt de Nederlandse bevolking zo’n 200 miljard kilometer buitenshuis af. We hebben internationaal gezien nog niet het hoogste autobezit per inwoner, maar wel de hoogste autodichtheid per vierkante kilometer. Mobiliteitscijfers zijn cijfers om even bij stil te staan.

Vier op de vijf van de ruim 7 miljoen huishoudens heeft minstens één auto, een kwart al twee of meer. Er zijn meer fietsen dan inwoners en op de weg komen we ook nog eens meer dan 1 miljoen bussen, vrachtauto’s en bestelwagens tegen. Ieder jaar neemt de mobiliteit nog steeds sneller toe dan de bevolking, maar het aantal verkeersdoden daalt al jaren en ligt nu onder de twee per dag. Om het nog wat beeldender te maken: pas als we 6000 keer rond de aarde zijn geweest valt er één verkeersdode te betreuren.

Het verkeer is in de loop van de laatste halve eeuw zowel absoluut als relatief heel veel veiliger geworden. Nog geen 20 jaar geleden leek het nog onwaarschijnlijk dat het aantal verkeersdoden onder de 1000 per jaar uit zou komen. 40 jaar geleden ging het nog om meer dan 3000 doden bij een wagenpark dat nog geen derde was van wat er nu rond rijdt. Natuurlijk, het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van verkeersongevallen is met 18.000 een veelvoud van het aantal verkeersdoden en op de acute hulp van de ziekenhuizen worden nog eens 100.000 mensen met in het verkeer opgelopen verwondingen geholpen. Toch dalen ook die aantallen nog ieder jaar. Lucas Harms stelt in zijn proefschrift ‘Overwegend Onderweg’ (2008) dat ‘Nederland momenteel het verkeersveiligste land van Europa is’.

Er is ook veel gedaan om dat resultaat te bereiken. De auto is zelf zowel actief als passief een veel veiliger vervoermiddel geworden. Dat begon met de ontwikkeling van de kooiconstructies, het verbod op gevaarlijke uitstekende delen, de verzachting van de dashboards en de introductie van de veiligheidsgordels. De ontwikkeling is nu in een vooral door elektronica en informatica bepaalde fase gekomen. De remmen, de verlichting, de GPS en de bumperverklikkers dragen allemaal bij aan de veiligheid. Met het oog op de veiligheid corrigeert de auto steeds meer zelf het gedrag van de bestuurder. De stap naar de geleide besturing is nog niet gezet en misschien komt het zover ook wel niet. De bestuurder wordt inmiddels wel vrij dwingend geacht zelf de aanwijzingen die hem als weggebruiker gegeven worden, op te volgen en in een toenemend aantal situaties is hij daar ook wettelijk toe verplicht. De gordel moet om, de snelheid is aan een wettelijk maximum gebonden, de combinatie alcohol en verkeer is aan strikte regels gebonden. 50 jaar geleden reden mijn vader en zijn collega’s in de buitendienst voor de lunch naar een gezellig café ergens langs de weg. Daar bleef het niet bij één borreltje en zonder aarzeling stapten ze daarna weer in een auto die in feite niet meer was dan een groot koekblik met een motor erin. Geen wonder dat er zoveel ongelukken gebeurden.

Nog altijd is de verkeersveiligheid het meest bedreigd waar de verbinding tussen twee punten één simpele weg is. We zijn er in Nederland aan gewend dat voetgangers, fietsen en auto’s van elkaar gescheiden wegen hebben. Belangrijkere kruispunten zijn van verkeerslichten voorzien of veranderd in rotondes, spoorwegovergangen zijn bij voorkeur ongelijkvloers gemaakt. Drempels en opzettelijke kronkels in wegen dempen de snelheid van auto’s in de bebouwde kom.

Auto’s zijn eerst veiliger en daarna steeds comfortabeler geworden. Ook dat draagt bij aan de veiligheid van het verkeer. Mijn eerste mobiele telefoon ruim 20 jaar geleden was een draagbare autotelefoon van 3 kilo. Omdat bijna niemand zo’n duur ding had, mocht je er gewoon in de auto mee bellen. Handsfree bestond nog niet, maar files waren er al des te meer. De autotelefoon bleek vooral veel stress te voorkomen. Je kon tenminste even laten weten dat je niet op tijd kon zijn en dat leidde meteen tot een veel ontspannener gevoel. Het mobieltje, nu wel verplicht handsfree in de auto, helpt vooral in gezinnen met tweeverdieners en kinderopvang veel dagelijkse ergernis en paniek voorkomen. Vader of moeder kan bij voorkeur aan het kind zelf laten weten dat het niet vergeten is en ook niet in de steek gelaten zal worden. Het duurt alleen nog even.

Wie trouwens met kinderen in de auto een langere reis moet maken, is dolblij met DVD en televisie aan boord. In de zomer komt daar in steeds meer auto’s het genoegen van de klimaatregeling bij. Moeten zitten en vooral stil moeten staan in een steeds heter wordende auto is echt niet goed voor de verkeersveiligheid. De irritatiegrens wordt dan heel snel bereikt en dat leidt gemakkelijk tot agressiever gedrag in het verkeer. Wie juist minder assertief en alert wordt – en dat geldt met name voor ouderen – doet er juist weer goed aan een automaat te nemen. Als het coördinatievermogen vermindert is het prettig en veiliger als er minder handelingen tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden.        

De belangrijkste factor in de verkeersveiligheid is misschien toch wel de gewenning aan veel en intensief verkeer. Wij staan er niet meer bij stil, omdat het voor ons vanzelfsprekend is geworden, rekening te houden met ongeveer alle soorten van verkeer, met voor iedere soort bovendien een andere snelheid. Pas de eerste dag in Londen merken we weer hoe gevaarlijk verkeer kan zijn, gewoon omdat er links in plaats van rechts wordt gereden. Verkeersveiligheid bestaat bij de macht der gewoonte, maar daar schuilt ook weer een gevaar in.

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 62

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.