Deskundigen over Opleidingen

maandag 17 maart 2014 606x gelezen

 Op deze pagina:

  • Jan de Kreij

  • Jelmar Eggink

  • Eddy Klynen

  • Wim van Tilburg

  • Jacques Doomernik

  • Natalie Veenkamp

  • Dirk de Baan

  • André Ingelse 

 

Jan de Kreij, Senior Programmamanager bij Delft TopTech, TU Delft

 

Investeren in levenslang leren
‘Binnen het beleid van de EU is LifeLong Learning (LLL) lange tijd een belangrijk onderwerp geweest. Er waren subsidies om LLL voor volwassenen - ook in Nederland - te bevorderen. Met cofinanciering van de EU konden samenwerkende partijen (vaktechnisch/bijscholings-/omscholings-) onderwijs bouwen en aanbieden aan werkende doelgroepen. Maar de crisis heeft een streep door dit alles gehaald; scholing en opleiding kosten tijd en geld, terwijl er op alle fronten wordt bezuinigd en ingekrompen. In Nederland is bovendien de scholingsaftrek afgeschaft en de WVA-aftrek (Wet Vermindering Afdracht Loonbelasting) is niet (meer) van toepassing op het hoger onderwijs. Omscholen, bijscholen, mobiliteitsonderwijs, het kost geld en dat heeft men er niet voor over. Immers, in crisissituaties wordt allereerst bezuinigd op Sponsoring, Schoonmaak en Scholing.

In een recent rapport van de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) wordt gepleit voor het continu door elkaar laten lopen van werken en leren. Iedere burger zou daarvoor rechten op levenslang leren moeten krijgen. In de praktijk is dit echter weggezakt. Juist nu is het meer dan de moeite waard om te investeren in levenslang leren. De Europese Commissie onderkent dit. Zij heeft weliswaar de specifieke LifeLong Learning programma’s afgeschaft, in het Opening Up Education programma is levenslang leren als belangrijk onderdeel van een continu lerende Europese economie opgenomen.’

 

Jelmar Eggink, deeltijdstudent NOVI Verkeersacademie

Deeltijdstudent, maar geen werk
‘Een voltijdopleiding bestaat veelal uit theorie, sowieso tot je aan een stage kunt beginnen. De informatie kun je nog niet toetsen aan de praktijk. Dit zou wel kunnen als je al werkt in de richting waarin je studeert. Omdat daar bij een voltijdopleiding amper gelegenheid voor is, volg ik een deeltijdopleiding. Ik pak theorie beter en sneller op als ik deze in de praktijk kan toepassen.  

De opleiding Verkeerskunde die ik nu volg aan de NOVI verkeersacademie is heel breed. Alle aspecten die worden behandeld in een voltijdopleiding, komen bij de deeltijdopleiding ook aan bod. In het eerste jaar zijn er tentamens en opdrachten, het tweede jaar uitsluitend opdrachten. De methode ligt vast, maar je kunt je onderwerpen kiezen uit je eigen leef- of werkomgeving. Zo komt het allemaal 'dichtbij' en begrijp je de lesstof beter en sneller.

 

Voor mij persoonlijk pakt dit niet zo gemakkelijk uit op werkgebied. Ik heb op dit moment geen baan in de verkeerskunde. Het maken van opdrachten is hierdoor lastiger, maar niet onmogelijk. Werk vinden is moeilijk, omdat er gevraagd wordt om werkervaring en er door de crisis momenteel weinig vacatures zijn. Zo komen jonge, enthousiaste mensen als ik niet snel aan een baan. Ik hou me van harte aanbevolen voor een baan of stage!’

 

Eddy Klynen, coördinator Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV)

In Nederland krijg je uitstekende sprekers en een onvergetelijke maaltijd
‘Verkeerskunde is een boeiende én complexe discipline met talrijke betrokkenen. Het is dus een illusie te denken dat enkel de medewerkers, enkel de werkgevers of enkel de staat alles kunnen oplossen.

In de praktijk stel ik vast dat opleidingen in Nederland en Vlaanderen heel verschillend worden georganiseerd. In Nederland organiseren vooral privé-organisaties opleidingen en hopen ze er (in)direct aan te verdienen. In Vlaanderen leeft de overtuiging dat er met opleidingen in het algemeen en verkeerskundige opleidingen in het bijzonder weinig te verdienen is. In Vlaanderen organiseert de VSV het gros van de verkeerskundige opleidingen. De inhoud wordt bepaald in samenwerking met externe docenten.

Deze verschillende aanpak heeft gevolgen. De gemiddelde studiedag kost in Nederland vaak meer dan 300 euro. Daarvoor krijg je uitstekende sprekers en een onvergetelijke maaltijd. In Vlaanderen betaal je voor een vergelijkbare studiedag en lekker eten zo’n 100 euro. Steeds meer Vlamingen vinden de Nederlandse opleidingen te duur, en het aantal Nederlanders dat in Vlaanderen een opleiding volgt, stijgt. Dat eerste is jammer, dat tweede juich ik toe. Ik ben namelijk overtuigd van het nut van de uitwisseling van ideeën. Misschien moeten Vlaanderen en Nederland samen een studiedag organiseren zodat we weer echt verkeerskundig kunnen brainstormen? Vlaanderen is graag bereid om een inbreng te doen voor het programma én de lunch.’

Wim van Tilburg, directeur KpVV / hoofd CROW Kenniscluster Verkeer & Vervoer

Een verkeerskundige moet een leven lang leren
Kun je als verkeerkundige op de lauweren rusten als je je opleiding hebt afgerond? Een vraag die iedereen negatief zal beantwoorden. Naast het feit dat praktijkervaring altijd nieuwe inzichten geeft, verandert er ook van alles in de loop van de tijd. Nieuwe technieken doen hun intrede, we weten steeds meer over gedrag van mensen en wegontwerpen moeten worden toegesneden op nieuwe ontwikkelingen. En niet te vergeten: burgers en bedrijven worden steeds mondiger en hebben vrij toegang tot allerlei bronnen om eigen oplossingen te bedenken. Kortom, een verkeerskundige staat midden in de maatschappij en om het vak goed te kunnen uitoefenen is ‘een leven lang leren’ absoluut nodig.

Om verkeerskundigen bij te spijkeren op het gebied van nieuwe richtlijnen ontwikkelt CROW steeds vaker cursussen en trainingen bij een nieuwe uitgave. We actualiseren de cursussen regelmatig en passen ze aan aan nieuwe behoeften van verkeerskundigen. Zo bieden we de meeste cursussen in de e-learning omgeving aan, ontwikkelen we een nieuwe cursus over gedragspsychologie en organiseren we nieuwe vormen van kennisoverdracht als webinars en ontwerperscafé’s.

Ook nieuw is de CROW-kenniscoach die helpt bij het toepassen en interpreteren van kennis in een specifieke situatie. Het grote probleem is de beperkte tijd die verkeerskundigen over hebben voor (na)scholing. Daarom proberen we  ook op ieder moment dat iemand het nodig heeft digitaal de gewenste informatie op maat te bieden op onze websites www.crow.nl, www.kpvv.nl en www.fietsberaad.nl

Jacques Doomernik, senior adviseur Koning Willem I College (KWIC)

ROC’s werken samen met werkveld en vakwereld
‘Binnen aanbestedingen worden de opleidingseisen steeds hoger; een mbo 3 of 4 kwalificatie is vaak de ondergrens. Bedrijven in de techniek hebben behoefte aan goed gekwalificeerd personeel en zijn ook bereid daarin te investeren. Het reguliere dagonderwijs is hiervoor niet geschikt: bedrijven vragen om maatwerk en benaderen het KWIC als partner. Door met een ROC, regionaal onderwijscentrum, samen te werken leert een werknemer niet alleen vakspecifieke onderdelen, maar behaalt daarnaast ook een erkend mbo-diploma. De bedrijven zelf leveren de praktijkvraagstukken aan waar hun medewerkers op moeten worden voorbereid. Op deze manier ontstaan nieuwe vakspecifieke opleidingen.

Door deze contacten met het werkveld en de vakwereld, volgen werknemers van onder meer ENEXIS, Brabant Water, Modderkolk, Vialis, Hoeflake, Heijmans maar ook Heineken een opleiding bij ons ROC.

Wat we verder zien is dat systemen ingewikkelder worden en kwaliteitseisen stijgen. Daarom blijft het belangrijk jezelf te ontwikkelen: niet alleen in de diepte maar vooral ook in de breedte. Er is in de praktijk steeds meer behoefte aan medewerkers die breed inzetbaar zijn. Iemand met een mbo 4 diploma in de techniek heeft tegenwoordig weliswaar geen baangarantie meer maar wel een werkgarantie binnen deze sector.'

Natalie Veenkamp, Senior Adviseur team Coaching en Educatie DTV Consultants / Studieadviseur NOVI Verkeersacademie  

Online leren: onontkoombare trend 

‘Het afgelopen half jaar heb ik mij verdiept in de mogelijkheden van online leren, individueel en in groepsverband. Mijn conclusie is dat bij bepaalde toepassingen online leren didactisch meerwaarde biedt. Onder andere om deelnemers op hun eigen tempo op eenzelfde kennisniveau te brengen en om in face to face-bijeenkomsten meer tijd te hebben voor interactie en diepgang. Toch denk ik niet dat online leren het face to face leren gaat vervangen. De meeste mensen hebben namelijk behoefte aan uitwisseling en persoonlijk contact. Zij zien zichzelf niet in hun eentje een online training volgen, dan wel hebben daar de discipline niet voor. Een combinatie van online leren en persoonlijk contact spreekt ze meer aan.

 

Ik zie online leren mede daarom vooral als aanvulling op face to face leren. Juist een combinatie van beide kan het leereffect versterken. Bovendien kan het de deelnemers (file)tijd besparen en biedt het mogelijkheden deelnemers die zich op grote afstand van elkaar bevinden met elkaar in contact te brengen. Afhankelijk van de grootte van de doelgroep en de kenmerken van de doelgroep zou het accent meer op online leren of op face to face leren kunnen liggen.

 

Online leren is zeker geen wind die overwaait, maar een trend die kansen biedt voor aanbieders van opleidingen en trainingen in de verkeerskunde.’

Dirk de Baan, verkeersveiligheidsauditor Royal HaskoningDHV

 

Een mens is nooit te oud om te leren 

‘Als docent van de cursus ‘verkeersveiligheidsaudit’  heb ik ruim 100 cursisten in de klas gehad die nadien het certificaat ‘verkeersveiligheidsauditor’ hebben ontvangen. Allemaal waren het ervaren verkeerskundigen, ontwerpers, beleidsmedewerkers verkeer maar ook ervaren verkeersveiligheidsdeskundigen. Zij willen toch dit certificaat halen, omdat ze zien dat het implementeren van verkeersveiligheid in een wegontwerp meer is dan alleen het toepassen van richtlijnen. Een verkeersveiligheidsauditor kijkt door de ogen van de weggebruiker naar een wegontwerp en niet vanuit financiën of juistheid van toegepaste richtlijnen. Auditors wijzen op de samenhang, gebruik en consequenties van het ontwerp voor de verkeersveiligheid. Juist dit aanduiden en daarmee voorkomen van een onveilig ontwerp motiveert hen om auditor te worden.

 

De verkeersveiligheidsauditor staat onafhankelijk ten opzichte van het ontwerpteam. Door bestuur en rechter wordt de auditor als ‘de expert verkeersveiligheid’ gezien en worden de bevindingen hoog ingeschat. De audit objectiveert namelijk zaken op basis van een praktisch toepasbare checklist en kritische blik op het ontwerp. Enkele auditors geven aan dat zij zelf anders naar wegontwerpen zijn gaan kijken en zich bewuster zijn van consequenties voor veiligheid. Zorgpunt blijft de overdracht van kennis aan de volgende generatie verkeerskundigen, beleidsmedewerkers verkeer en ontwerpers. Voorkomen moet worden dat die generatie ’s nachts wakker ligt met de vraag ‘dit kunnen we toch niet echt gaan aanleggen?’'

André Ingelse, senior adviseur/specialist verkeersmanagement, afdeling operationele ontwikkeling, Rijkswaterstaat

Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuwe competenties
Bij Rijkswaterstaat is de afgelopen jaren in de verkeerscentrales een verandering opgetreden van reactief naar pro-actief verkeersmanagement. Met de inzet van DVM-instrumentarium kan de incidentduur en de effecten worden beperkt of zelfs voorkomen.

Ook is er een verandering opgetreden ten aanzien van het netwerkdenken: het onderliggend wegennetwerk wordt nu meer betrokken en het gehele netwerk wordt gezien als een geheel. Het regionale verkeersmanagement heeft zijn intrede gedaan met de vorming van regiodesks per verkeerscentrale. Wegverkeersleiders in Noord-Holland staan bijvoorbeeld dagelijks in contact met de verkeerscentrales van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. De verkeerskundigen stellen samen in RTT-verband (Regionaal Tactisch Team) scenario’s op die de drie verkeerscentrales gezamenlijk uitvoeren.

De juiste competenties op het juiste niveau
Deze ontwikkelingen vragen van wegverkeersleiders de juiste competenties om in deze dynamische omgeving goed en proactief in te spelen. Daarvoor moeten zij ook kennis hebben van de specifieke problemen van het onderliggend wegennet. En binnen regio’s ontstaan initiatieven voor verdergaande samenwerking waarin meer technische mogelijkheden zijn om verkeer te sturen en begeleiden. Daarnaast vragen coöperatieve vormen van verkeersmanagement, in-car technologieën en de opkomst van sociale media van Rijkswaterstaat dat zij hier op de juiste manier op anticipeert. Behalve de juiste kennis is ook het werk- en denkniveau van de betrokken medewerkers verhoogd. Velen hebben een (deeltijd) hbo-opleiding gevolgd, om aan deze veranderingen de vereiste inhoud te kunnen geven, hetgeen door Rijkswaterstaat werd aangemoedigd en ondersteund.

terug naar dossier

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.