Hillie Talens, CROW: 'Bewegwijzering hoort in het comfortpakket voor de fiets'

donderdag 16 februari 2017 Nettie Bakker 88x gelezen

Bewegwijzering voor de fiets hing er jarenlang maar wat bij, zegt Hillie Talens van het CROW. Afstappen voor een paddenstoel in het bos, even uitrekken en bukken om te lezen in welke richting het pijltje nu weer wijst, past niet in het comfortpakket voor de utilitaire fietser van nu. De geëmancipeerde fiets als volwaardig vervoermiddel vraagt om meer aandacht voor fietsbewegwijzering.

Hillie Talens is projectmanager Verkeer en Vervoer bij het CROW en onder meer betrokken bij de ontwerpwijzer Fietsverkeer en een inspiratieboek over snelle fietsroutes.

Talens: ‘Tja, de eerste fietsvoorziening voor de bewegwijzering van de fiets - het paddenstoelenstelsel - was natuurlijk jarenlang een prima systeem voor het toenmalige fietsverkeer. Daarna is er veel aandacht gekomen voor de bewegwijzering voor het autoverkeer. Ondertussen verdient de fiets als opkomend utilitair vervoermiddel opnieuw extra bewegwijzeringsaandacht.

Neem de nieuwe snelfietsroutes, die gaan over langere routes en leggen nieuwe verbindingen. Dan is het voor fietsers toch handig als er goede bewegwijzering is. Het zou zelfs voor deze vorm van fietsverkeer gewenst zijn, dat er voorwegwijzers worden geplaatst. Want deze utilitaire fietser rijdt snel (boven de 20 km/uur) en rijdt graag door, zeker waar het elektrische fietsen betreft. Deze fietser gaat met deze snelheid niet proberen om paddenstoelpijltjes te lezen, maar wil rechtuit en snel naar zijn doel. Ook de groei van de OV-fiets en andere deelfietssystemen vragen om extra bewegwijzeringsaandacht. Mensen komen hierdoor vaker in onbekend gebied en willen ook daar hun weg vinden.’

‘Overstappen’
Kijk je naar de huidige bewegwijzering voor langere fietsroutes dan heb je soms te maken met de blauw-witte handwijzers voor het autoverkeer of met de landschapswijzers (witte borden met rode letters) voor de fiets. Maar wanneer moet ik als fietser ‘overstappen’ van het ene bord op het andere? Kan ik bijvoorbeeld van Bunnik door de stad Utrecht naar De Meern fietsen volgens een eenduidige fietsbewegwijzering? En hoe zit het met een fietsroute over een grote afstand zoals van Ede naar Nijmegen? Dan moet je eerst de borden naar Arnhem volgen en daarna op zoek naar Nijmegen, terwijl de route rechtstreeks veel korter is, maar niet wordt aangegeven.

Ik denk dat we tot een nieuwe systeembenadering van de fietsbewegwijzering moeten komen. Er is volgens mij geen land zo mooi bewegwijzerd als Nederland. Bovendien staan we te boek als Fietsland. Daarmee wil ik niet oproepen voor een nieuw bordenbos. Maar er mag wel iets gebeuren. Ik zou willen pleiten voor een systematische bewegwijzering voor utilitaire fietsroutes, die niet zo nu en dan moet meeliften met de auto-bewegwijzering.

We hebben zelf nooit een gebruikersonderzoek gehouden naar de ervaring van fietsbewegwijzering, maar ik krijg wel signalen dat het beter zou kunnen. Het plaatsen van voorwegwijzers, gezien de hogere snelheden, lijkt me al een belangrijke stap. Je kunt je in een Fietsland afvragen waarom er niet eerder aandacht voor de fietsbewegwijzering was. Ik vermoed dat jarenlang de focus op de auto heeft gelegen. De fiets hing er in de bewegwijzering misschien te lang maar een beetje bij, omdat vaak werd gedacht dat de fietser toch meestal dezelfde route rijdt. Maar geldt dat niet ook voor de automobilist?

Naast de aandacht voor comfort heeft een goede fietsbewegwijzering allicht ook een positief effect op de verkeersveiligheid. Goede bewegwijzering betekent immers minder afleiding. Samen met comfort zal het leiden tot ontspannen fietsers. En een ontspannen fietser, zal veiliger rijden dan een gestreste fietser. 

Aandachtspunten en tips voor de toekomst in het algemeen zijn wat mij betreft: voorkom wildgroei, geef elke modaliteit de juiste bewegwijzeringsaandacht, en blijf nuchter. Overdrijf het ook niet. De recreatieve fietser plant zijn weg vaak wel. En deze fietsers kunnen hun route heel goed plannen met het knooppuntensysteem, aangevuld met de vertrouwde paddenstoel.

Het is met name het nieuwe segment: de snelle utilitaire fietser die naar mijn indruk nieuwe aandacht mag krijgen. Er is natuurlijk de bewegwijzeringsrichtlijn 322. Maar klopt deze systematiek ook voor deze fietser, die delen van langere, verbonden routes rijdt of van het station naar een afspraak gaat. Die geen auto is, maar ook geen recreatieve fietser, maar toch ook graag in een mooie omgeving wil rijden. En moeten we misschien ook eens opnieuw naar de routeringinformatie kijken voor fietsroutes? Komt die nu al dichter in de buurt van de routeringsinformatie voor het autoverkeer?.

Je hoort wel eens dat het belang van de statische bewegwijzering met de komst van de navigatiesystemen misschien minder wordt, maar mogelijk voor de (snel)fiets juist weer belangrijker. Een snelfietser kijkt niet op een schermpje, maar ziet graag tijdig en op logische plekken een informatief route-informatiebord. Als CROW brengen wij professionele mensen bij elkaar. Dit lijkt me een belangrijk gespreksonderwerp voor de experts op het gebied van de bewegwijzering van de toekomst.’

 

 

 

 

Inhoud laatste dossier

Toegankelijkheid

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.