(Net)Werken op de Pleijroute

Theo Dijkshoorn, adviseur verkeersmanagement, Goudappel Coffeng BV /

Willem Traag, Projectmanager BBKAN-RWS

Een samenvatting van dit artikel is gepubliceerd in Verkeerskunde 4/2010

 

 

 

De Pleijroute (N325) is één van de zwaarst belaste provinciale wegen in het KAN-gebied (knooppunt Arnhem-Nijmegen). Op werkdagen worden de weggebruikers geconfronteerd met filevorming en oponthoud. In het KAN-gebied is de Pleijroute een zeer belangrijke weg

(prioriteit 1). Het is belangrijk dat het verkeer op dergelijke wegen optimaal wordt afgewikkeld. Vanwege de geplande werkzaamheden op de snelwegen rond Arnhem moet de Pleijroute ook als alternatieve route goed ingezet kunnen worden. Op dit moment wordt de infrastructuur op de Pleijroute uitgebreid en worden acht verkeersregelinstallaties vervangen en van een netwerkregeling voorzien. In Verkeerskunde 6/2009 is Rob van Engelshoven ingegaan op het bestuurlijke traject van dit project. Dit artikel belicht de verkeers(regel)kundige aspecten van het project.

 

BBKAN

In het kader van Bereikbaar KAN (BBKAN) is een project opgestart om de verkeersafwikkeling op en rond de Pleijroute te optimaliseren. In BBKAN werken tweeëntwintig wegbeheerders (de twintig stadsregiogemeentes, de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat Oost-Nederland) samen met de Stadsregio Arnhem-Nijmegen aan een betere regionale bereikbaarheid. Onder regie van BBKAN werden van 2005 tot en met 2009 ruim honderd maatregelen aan het regionale hoofdwegennet uitgevoerd. De maatregelen op de Pleijroute vormen het sluitstuk van het maatregelenpakket van BBKAN.

 

Afwikkelingsstudie

Het project is gestart met een afwikkelingsstudie naar de verkeersafwikkeling op en rond de Pleijroute [1]. In een gezamenlijke opdracht van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, provincie Gelderland, gemeente Arnhem en gemeente Rheden heeft Goudappel Coffeng dit onderzoek uitgevoerd met het simulatiepakket FLASH/FLEXSYT-II. In het onderzoeksgebied liggen acht, met verkeerslichten geregelde kruispunten en een TDI (zie ook onderstaande figuur):

 

1.      VRI Knooppunt Velperbroek A12-A348-N325 (RWS Oost-Nederland);

2.      TDI toerit A12 richting Utrecht (RWS Oost-Nederland);

3.      VRI President Kennedylaan - Lepelaarstraat in Velp (gemeente Rheden);

4.      VRI President Kennedylaan - Waterstraat in Velp (gemeente Rheden);

5.      VRI IJsseloordweg (N325) - Lange Water - Meander (provincie Gelderland);

6.      VRI IJsseloordweg (N325) - Westervoortsedijk (provincie Gelderland);

7.      VRI Lange Water - Bethaniënstraat (gemeente Arnhem);

8.      VRI Westervoortsedijk - Zevenaarseweg (gemeente Arnhem);

9.      VRI Zevenaarseweg - Oude Zevenaarseweg (gemeente Arnhem).

 

 

 

In FLASH/FLEXSYT-II is het totale netwerk gebouwd. Voor de simulatie zijn intensiteiten voor de ochtend- en avondspits gebruikt die door middel van visuele tellingen zijn verkregen. In het onderzoek zijn drie varianten gesimuleerd:

  1. referentiesituatie met de huidige voertuigafhankelijke verkeersregelprogramma’s;
  2. plusvariant met de huidige voertuigafhankelijke verkeersregelprogramma’s met een uitbreiding van het aantal filemeetpunten en filemaatregelen;
  3. halfstarre netwerkregeling waarin een coördinatie tussen de acht kruispunten is opgenomen met beperkte file- en busmaatregelen. Deze coördinatie is met behulp van COCON en TRANSYT voor zowel de ochtend- als avondspits ontworpen.

 

De simulatieresultaten zijn op een aantal netwerkindicatoren met elkaar vergeleken:

  • afgelegde afstand (vtg.km/uur)
  • tijd op netwerk (vtg.uren/uur)
  • totale verliestijd (vtg.uren/uur)
  • gemiddelde snelheid (km/uur)
  • aantal stops (vtg/uur).

 

In onderstaande staafdiagrammen staan de resultaten van de ochtend- en avondspits geïndexeerd weergegeven (referentiesituatie = 100).

 

 

Uit de simulatieresultaten bleek dat de plusvariant gelijkwaardig scoort aan de referentiesituatie, terwijl de netwerkregeling bij alle netwerkindicatoren veel beter scoort. Het advies luidde dan ook om op de geregelde kruispunten op de Pleijroute een halfstarre netwerkregeling te realiseren. Hierin dienen dan meerdere programma’s voor verschillende verkeersbelastingen te worden opgenomen (nacht, dal, ochtendspits, avondspits, topdrukte N325, enzovoort) die verkeersafhankelijk gekozen worden.

  

Uitbreiding infrastructuur

Naast het besluit om een netwerkregeling te realiseren, is ook besloten om de infrastructuur op en rond de Pleijroute uit te breiden:

  • Het wegvak tussen knooppunt Velperbroek en het kruispunt N325-Lange Water wordt in beide rijrichtingen voorzien van een extra rijstrook;
  • Voor het verkeer vanaf de N325 naar de A12 richting Zevenaar wordt een vrije rechtsaffer bij knooppunt Velperbroek aangelegd;
  • Het kruispunt Lange Water-Bethaniënstraat wordt voorzien van aparte linksafvoorsorteerstroken op het Lange Water;
  • Op het kruispunt Westervoortsedijk-Zevenaarseweg wordt een aparte rechtsafvoorsorteerstrook aangelegd op de Zevenaarseweg.

 

Het effect van deze uitbreidingen is door Goudappel Coffeng onderzocht door middel van afwikkelingsberekeningen met COCON en VISSIM-simulaties.

 

Halfstarre regelprogramma’s

Goudappel Coffeng heeft voor de acht kruispunten in dit netwerk halfstarre verkeersregelprogramma’s geprogrammeerd. Daarbij is gebruik gemaakt van de CRSV-module voor de RWS-C-regelaar. Met deze module kunnen gecoördineerde, voertuigafhankelijke regelingen binnen een vaste cyclustijd worden gerealiseerd. De fasendiagrammen die met behulp van COCON en TRANSYT zijn ontworpen, worden in het regelprogramma ingevoerd. Hierbij wordt voor de gekoppelde richtingen aangegeven op welk moment van de cyclus de richting naar groen mag en tot welk moment de richting groen mag blijven (voedende richtingen in het netwerk) en tot welk moment een richting groen moet blijven (volgrichtingen in het netwerk). Voor alle overige richtingen gelden deze beperkingen niet, waardoor deze richtingen eerder groen kunnen worden en langer groen kunnen blijven dan in het fasendiagram staat aangegeven. Ook kunnen deze richtingen als er ruimte is in het fasendiagram een tweede keer groen worden in een cyclus (alternatieve realisaties). De gekoppelde kruispunten regelen met dezelfde cyclustijd die onderling gesynchroniseerd wordt. Het is ook mogelijk om alle regelingen volkomen voertuigafhankelijk en dus ongekoppeld te laten functioneren. Deze functionaliteit wordt gebruikt in periodes dat alle intensiteiten laag zijn. Het grote voordeel van de halfstarre regelstructuur ten opzichte van voertuigafhankelijke regelingen met harde koppelingen is de flexibiliteit. Op straat kunnen door middel van eenvoudige parameterwijzigingen koppelingen worden bijgesteld, nieuwe koppelingen worden toegevoegd of zelfs fasenvolgordes worden gewijzigd.

 

Bij het ontwerp van de regelingen zijn de belangrijkste verkeersstromen zoveel mogelijk gecoördineerd, zodat de wegvakken tussen de kruispunten niet vollopen en dus terugslag tot op een stroomopwaarts gelegen kruispunt wordt voorkomen. Het is niet overal mogelijk om een groene golf te creëren. Op kruispunten waar het verkeer met twee rijstroken wordt aangevoerd en er drie opstelstroken zijn voor het doorgaande verkeer, leidt een groene golf tot onderbenutting van de derde opstelstrook. Hierdoor ontstaan in sommige gevallen capaciteitsproblemen. Het is in dat geval noodzakelijk om het aankomende verkeer eerst op de drie opstelstroken te bufferen en vervolgens pas door te laten rijden. Op deze wijze wordt dan de capaciteit van het kruispunt wel geheel benut.

 

Met de netwerkregelingen kan de verkeersafwikkeling op de Pleijroute gestuurd en in de hand gehouden worden. In de netwerkregelingen zijn een aantal programma’s (fasendiagrammen) met verschillende cyclustijden gedefinieerd voor verschillende intensiteitsklasses (o.a. ochtendspits, avondspits, topdrukte N325, dalperiode). Deze programma’s worden gekozen op basis van continue intensiteitsmeting door de verkeersregelinstallaties. Iedere verkeersregelinstallatie bepaalt op basis van de getelde intensiteiten en filemeetpunten een gewenst programma. De masterautomaat van het netwerk bepaalt vervolgens op basis van de wensen van alle afzonderlijke verkeersregelinstallaties en de prioriteit van de verschillende verkeersstromen, het te kiezen programma. Voordeel van de verkeersafhankelijke programmaselectie is dat als buiten de normale spitsperiodes zich een piek in het verkeersaanbod voordoet, de regelingen hier direct op inspelen door een programma te kiezen met een hogere groenfractie voor de drukke richting(en).

 

Deelnetwerken

Bijzonder aan de netwerkregeling op de Pleijroute is dat het netwerk is opgesplitst in een aantal deelnetwerken. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld bij grote verkeersdrukte op de N325 en een rustige verkeerssituatie in Velp beide deelnetwerken los van elkaar met verschillende cyclustijden te regelen. Hiermee kunnen ongeloofwaardige situaties voorkomen worden dat kruispunten in de bebouwde kom van Arnhem en Velp met hoge cyclustijden (en daarmee hoge wachttijden) regelen omdat het op de N325 druk is, terwijl op het kruispunt zelf weinig verkeersaanbod is.

 

In de regelingen zijn verder nog de volgende voorzieningen opgenomen:

  • prioriteitsverlening aan openbaar vervoer en hulpdiensten met behulp van KAR (Korte AfstandsRadio);
  • filemaatregelen, zoals het doseren van richtingen bij file stroomafwaarts;
  • aansturing van de tidal-flow-busbaan op de Zevenaarseweg;
  • aansturing van de slagboominstallatie bij de busbaan tussen de Zevenaarseweg en het kruispunt IJsseloordweg-Westervoortsedijk;
  • wachttijdvoorspellers voor fietsers op het kruispunt Zevenaarseweg-Oude Zevenaarseweg;
  • koppeling van de TDI op de toerit van de A12 richting Utrecht met de VRI op het knooppunt Velperbroek.

 

Interactie met verkeerscentrale

De netwerkregeling wordt daarnaast gekoppeld aan het CVMS van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, waardoor het mogelijk is om vanuit de verkeerscentrale Noordoost-Nederland (VCNON) een bepaald programma of scenario te activeren. Zo is er bijvoorbeeld een speciaal ‘Gelredome-uit’-scenario in de regelprogramma’s opgenomen dat bedoeld is om grote verkeersstromen na een evenement in het Gelredome vanaf de N325 naar de A12 te leiden. De verkeerscentrale kan ook aangeven welke verkeersregelinstallaties een gekozen scenario moeten volgen. Als bijvoorbeeld de Pleijroute als omleidingsroute moet dienen bij calamiteiten, kan de verkeerscentrale een topdruktescenario actief maken voor de verkeersregelinstallaties IJsseloordweg-Westervoortsedijk, IJsseloordweg-Lange Water en Velperbroek. De overige vijf verkeersregelinstallaties kiezen dan op basis van de verkeersbelasting zelf een programma.

 

Het totale systeem is met behulp van VISSIM gesimuleerd en verder bijgeregeld, zodat bij de realisatie op straat de regelingen zo optimaal mogelijk zijn ingesteld.

 

Foto: Theo Dijkshoorn

 

Realisatie

Om de netwerkregeling te realiseren, is gekozen voor vervanging van alle acht verkeersregelinstallaties in het invloedsgebied. Hierbij wordt het kruispunt Lange Water-Vlamoven ook van verkeerslichten voorzien en opgenomen in de verkeersregelinstallatie van het kruispunt Lange Water-Bethaniënstraat. Alle verkeersregelinstallaties worden door middel van een glasvezelverbinding met elkaar verbonden. Goudappel Coffeng heeft voor de vervanging van de verkeersregelinstallaties het bestek geschreven en de bestektekeningen gemaakt. Iedere wegbeheerder heeft zijn eigen eisen voor verkeesregelinstallaties. Bij dit bestek zijn de eisen van de vier wegbeheerders op elkaar afgestemd en is één deel 3 (afwijkende en aanvullende bepalingen) voor het bestek opgesteld. Het bestek is aanbesteed en gegund aan Siemens.

 

Bij het schrijven van dit artikel zijn de werkzaamheden op straat in volle gang en zijn al enkele verkeersregelinstallaties vervangen. Na afronding van de installatiewerkzaamheden op straat, wordt het totale systeem door Goudappel Coffeng op meerdere dagen ingeregeld en volgt een uitgebreid evaluatieonderzoek.

 

Literatuur

[1] Rapport ‘Verkeersafwikkeling Pleijroute – A12, Flash-simulatie’, Goudappel Coffeng, Deventer, november 2003.

Integrale artikelen

Veilig op weg,ook bij gladheid

 

Serious game voor regionale wegbeheerders

 

Informatietechnologie stuurt gedrag

 

Resultaten TFMM

 

Mijn thuis is waar mijn auto staat

 

Hink Stap Imagineering

 

Effect van fietsers op de capaciteit van enkelstrooksrotondes

 

Verkeersdynamiek in milieuberekeningen, Dynasmart toont

 

Spreiding achterlandknooppunten

 

Elektrische fietsen en verkeersveiligheid

 

Herinrichting Provinciale Weg N981

 

Wildongevallen (2e prijs scriptieprijs 2010)

 

Kiss + Ride (winnaar scriptieprijs 2010)

 

Verkeer en klimaat; conflict of gouden combinatie?

 

Interactieve blik op toekomst goederenvervoer

 

Computerinstrumenten ondersteunen strategische planning

 

Operationeel netwerkmanagement

 

Fietsers en oversteekongevallen

 

CVIS

 

Renovatie geleiderail loont

 

P+R en de effecten van multimodale reisinformatie

 

Rijden en varen op gas

 

Programma Management Database Gld

 

Enquête-onderzoek DRIS in provincie Utrecht

 

Schoon verkeer ligt binnen handbereik

 

(Net)werken op de Pleijroute

 

Meer fietsen met minder risico

 

Betaald parkeren in woonomgevingen

 

Inzet duurzaam busmaterieel

 

Evidence based marketing voor het busvervoer

 

PRIOS pakt onveilige situaties aan

 

De kust is vrij

 

Duurzaam mobiliteitsbeleid Rotterdam

 

Reistijdbetrouwbaarheidsmodel

 

Handboek maakt Eindhoven toegankelijker

 

Komen verkeersprognoses uit?

 

Strategische Nota Politieverkeerstaak

 

Weginrichting vanuit de mens

 

Dynamax

 

Beprijzen, belonen of een budget?

 

Overijssel, LED-proeftuin

 

Handhavingsmonitor verkeer '08

 

De comfort VRI

 

Veilig naar school

 

Sneller & Beter

 

Enkelvoudige fietsongevallen

 

Milieuvriendelijk verkeermanagement

 

Fietsgebruik slim stimuleren

 

Brabant pioniert met parkeren

 

Subjectieve verkeersveiligheid

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.