'Help, de werkelijkheid verschilt van onze modellen'

TNO onderzoekt kennisvraag Rotterdam in opdracht van programma Slimme en Gezonde Stad

vrijdag 2 juni 2017 Nettie Bakker 0 reacties 295x gelezen

In de zomer van 2016 heeft het programma Slimme en Gezonde Stad (Ministerie van IenM) aan de zes SGS-pilotsteden gevraagd een kennisvraag in te dienen. TNO heeft deze kennisvragen opgepakt in samenwerking met de Universiteit Utrecht. In dit artikel het antwoord op de kennisvraag van de gemeente Rotterdam.

 

Schema voor 'omgaan met transities'

'Vroeger maakten we mobiliteitsplannen op basis van (aantoonbare) knelpunten in bereikbaarheid', zegt Will Clerx, verkeerskundige bij de gemeente Rotterdam. Tegenwoordig is bereikbaarheid geen doel, maar een middel dat bijdraagt aan gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en versterking van de stedelijke economie. Voor de hand ligt het dan om transities in schone mobiliteit te stimuleren. Maar hoe krijg je transities en de effecten ervan goed in beeld?

Volgens de gangbare verkeersmodellen groeien de automobiliteit en het goederenvervoer. ‘In werkelijkheid zien we in de stad juist een groei van fietsen en lopen’, legt Clerx uit. ‘Hoe kan het dat we dit niet terugzien in onze modellen? Dit leek ons een goede kennisvraag, die we als pilotstad mochten stellen in het kader van het programma Slimme en Gezonde Stad.’

De kennisvraag luidde: ‘Welke transities (in relatie met mobiliteit) zijn mogelijk om de stad aantrekkelijk, gezond en bereikbaar te houden en met welke maatregelen zijn deze transities in de stad te realiseren?’ De vervolgvraag was: ‘Wat voor soort instrumentarium (modellen) geeft daarbij inzicht in de effecten van deze maatregelen op aantrekkelijkheid, gezondheid en bereikbaarheid?’  

TNO heeft deze vraag, in opdracht van het ministerie van IenM (programma Slimme en Gezonde Stad), voor Rotterdam onderzocht en beantwoord. Erik de Romph, onderzoeker bij TNO, licht het onderzoek toe: ‘Na een literatuuronderzoek en een workshop bij de gemeente Rotterdam zijn allerlei transitiebewegingen verzameld, evenals initiatieven rondom nieuwe mobiliteitsconcepten. Deze zijn vervolgens ‘ontleed’ op: wat een transitie drijft, op welke doelgroepen en modaliteiten het ingrijpt, wanneer de transitie kan worden opgeschaald of worden ingevoerd, welke gedragswijzigingen daarvoor nodig zijn, welke effecten transities hebben op de uitdagingen voor de stad en welke effecten maatregelen hebben en welk instrumentarium inzicht geeft in deze effecten. Ten slotte hebben we gekeken met welke middelen de gemeente een transitie wel of niet kan beïnvloeden en welke stappen er nodig zijn voor er besluiten over middelen kunnen worden genomen.’

Dit resulteerde in een schematische weergave, die aangeeft op welke manier een stad om kan gaan met transities (zie figuur). In feite is hiermee ook in theorie geschetst welke input een verkeersmodel nodig heeft, om modelberekeningen te maken van transities en de effecten ervan op mobiliteit.

Uit het onderzoek blijkt verder dat het klassiek geaggregeerde model in het geval van enkele transities niet voldoet. Het gaat dan onder meer om het berekenen van kenmerken van individuen zoals inkomen, maar ook attitude (milieu, status) speelt een steeds grotere rol in mobiliteitskeuzes. Ook neemt het aantal mobiliteitsmogelijkheden toe en vinden er steeds meer ketenverplaatsingen plaats. Deze zie je in de gangbare modellen niet terug als ketenverplaatsing, maar als unimodale verplaatsing. ‘Een reden waarom de modellen niet overeenkomen met onze werkelijkheid’, aldus Clerx.

Er is, zo blijkt, behoefte aan modellen die gedesaggregeerd zijn op individueel gedrag, ketenverplaatsingen kunnen modelleren, fietsten en parkeren goed kunnen modelleren en de impact ervan integraal kunnen beoordelen op bereikbaarheid, leefbaarheid, gezondheid, en economische vitaliteit.

Hoe verder?
‘De ontwikkeling van een nieuwe generatie rekeninstrumenten is noodzakelijk, maar kost tijd’, zegt Clerx. ‘Ook is er een goede samenwerking van steden, Rijk en kennisinstellingen voor nodig. Dit vraagt om een roadmap voor een aanpak voor langere termijn. Op korte termijn zoeken we partijen die hierin willen participeren.’

Tip
Een laatste tip van Clerx: ‘Om de beleidsvraag: ‘Wat betekent opschaling van experimenten?’ te kunnen beantwoorden, zijn goede rekeninstrumenten noodzakelijk. Zolang die er nog niet zijn, zorg dan voor goede evaluaties. Deze kennis kan ook weer de basis vormen voor nieuwe instrumenten.

Klik hier voor de onderzoeksresultaten.

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

vakartikelen

Artikelen 41 tot 56 van 56

1 2 3

  • Benchmark gezonde steden Een Brede Coalitie van Natuur & Milieu, Milieudefensie, Fietsersbond, Longfonds, Wandelnet, Rover en Mens en Straat, wil graag dat de nieuwe coalities die in gemeenten...
  • Wat levert MaaS op? Door alle (voorspelde) technologische ontwikkelingen wordt Mobility as a Service, MaaS een grote toekomst toegedicht. De flexibiliteit die MaaS biedt in het vervullen van...
  • Bert van Wee: Waarom geen factcheckrubriek? In een serie gesprekken verkent Verkeerskunde het wetenschappelijk kennisveld. Hoe houden wetenschappers hun kennis op peil en hoe brengen zij hun?kennis naar de praktijk? Waar...
  • Barrières voor de marktintroductie van ITS-diensten Hoewel er de afgelopen jaren vele ITS-diensten zijn ontwikkeld en pilots zijn uitgevoerd, blijft een grootschalige marktintroductie van deze diensten vaak achterwege. Binnen het...
  • Goed op weg met STAR Een database met 200.000 geregistreerde ongevallen in 2020. Daar werkt STAR op dit moment hard aan. Wat is de stand van zaken nu? Een update.  
  • Beleid als gezamenlijk experiment Een goed functionerende toekomstbestendige samenleving vergt doordachte langetermijnoplossingen. Maar wat vandaag nog een goed idee lijkt, kan morgen alweer...
  • Turbulentie rond toe- en afritten onderzocht Rond toe- en afritten van snelwegen is sprake van een turbulente verkeersstroom, die invloed heeft op de veiligheid en capaciteit. Een nieuwe...
  • Veilig de weg op in Suriname ‘Is deze weg verkeersveilig?’, vragen veel inwoners en bezoekers van Paramaribo en andere steden zich wel eens af wanneer zij in Suriname de weg op gaan. Student-onderzoekers...
  • Zwerfvuil bestrijden via DRIPs Afval langs de Nederlandse snelwegen ontstaat doordat weggebruikers hun afval in de bermen gooien. De overheid heeft al meerdere maatregelen genomen om dit snelwegzwerfafval te...
  • Wat de richtlijnen beogen en wat zij daadwerkelijk veroorzaken Dit artikel is een tweede in een serie onderzoeken naar de mogelijkheden om verantwoord af te wijken van richtlijnen bij werkzaamheden. De onderzoeken worden verricht in...
  • Let op led langs de weg Door toenemende, ‘oogverblindende’ led-reclames langs de weg en op straat, rijst de vraag of verkeersveiligheid bij de aanbesteding en het verlenen van concessies aan...
  • Het nut van leren als straf In zijn boek 'Educatieve maatregelen voor verkeersovertreders' pleit de Belgische verkeerspsycholoog Ludo Kluppels voor leermaatregelen om het effect van een straf voor...
  • Verhandelbare kilometerrechten Met het groeiende autogebruik neemt de interesse voor prijsbeleid weer toe. Verhandelbare kilometerrechten zijn inherent effectief en potentieel acceptabel voor autogebruikers....
  • E-bus kan door de tunnel (Personen)vervoer over de weg in Nederland ‘moet’ verduurzamen. Elektrische personenauto’s én bussen dragen daaraan bij en dat is natuurlijk goed nieuws. Keerzijde is dat er ook...
  • Het Lint: Goed voorbeeld doet volgen Het Lint is een ruim 8 km lang beweeglint in het Máximapark in Utrecht dat intensief wordt gebruikt om te wandelen, fietsen, skaten, hardlopen. Een groot succes dus, maar wat...
  • Twentse werknemers geven inzicht in effect positieve prikkels Met een toenemende filedruk blijft het terugdringen van  autogebruik één van de belangrijkste doelstellingen onder beleidsmakers. Eén van de mogelijkheden om dit te doen is...

Artikelen 41 tot 56 van 56

1 2 3

Overzicht alle vakartikelen

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.