'Kennisoverzicht op complexe vakontwikkeling'

dinsdag 17 april 2012 124x gelezen

Henk Taale, RWS DVS

Alle wetenschappelijke en praktische kennis van verkeersmanagement die er is binnen Rijkswaterstaat, TNO en TU Delft, wordt sinds een paar maanden gebundeld, ontwikkeld en toepasbaar gemaakt in het zogenoemde Expertisecentrum Verkeersmanagement. Een gesprek over dit initiatief met een van de leden: Henk Taale van Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart.

 

Bundelen, borgen en vooral overzicht houden over de kennis in het sterk ontwikkelende en steeds complexer wordende vakgebied verkeersmanagement. Dat is niet alleen een ideële missie van het Expertisecentrum maar min of meer noodzaak. Eén voorbeeld daarvan ligt Henk Taale nog vers in het geheugen: ‘Bij de Praktijkproef Verkeersmanagement Amsterdam (betere benutting en doorstroming van het Amsterdamse wegennet door samenhangende verkeersmanagementsystemen - red) bleek dat we als Rijkswaterstaat zelf geen mensen meer ‘in huis’ hadden die de toeritdoseringen konden instellen voor hun specifieke toepassing. De mensen binnen Rijkswaterstaat die deze kennis – in hun hoofden – hadden, waren intussen vertrokken. We moesten toen deze kennis inhuren bij de fabrikant, waar deze kennis ook al schaars was. Dat kostte veel extra tijd en geld. Gelukkig kunnen we voor wat betreft de kennis over verkeerslichten profiteren van het Groene Golfteam van Rijkswaterstaat. Dit team is, in opdracht van Rijkswaterstaat, opgeleid door specialisten van adviesbureaus en fabrikanten om wegbeheerders te ondersteunen bij het verkeerskundige onderhoud van hun verkeerslichten. Bijkomend voordeel is dat de kennis ook weer binnen Rijkswaterstaat beschikbaar is.

 

Het Expertisecentrum leidt zelf geen mensen op, maar zorgt ervoor dat bestaande en nieuwe kennis systematisch wordt ontwikkeld en geborgd. Hiermee wil het centrum niet alleen alle kennis die in hoofden van mensen en in rapporten zit goed borgen, maar ook weer laten terugstromen naar de wetenschap en naar de praktijk. Taale: ‘Niet alle afstudeerders van bijvoorbeeld de TU Delft stromen in bij TNO of Rijkswaterstaat. Daarmee kan er nuttige kennis voor deze organisaties onopgemerkt blijven. In het Expertisecentrum kan deze kennis nu toch worden opgeslagen. Taale noemt verder het belang van de verschillende soorten kennis die in dit centrum samenkomen. ‘De TU heeft natuurlijk veel wetenschappelijke kennis en ontwikkelt die steeds verder. TNO onderzoekt de technische mogelijkheden en het praktische nut van deze kennis in een laboratoriumomgeving, terwijl Rijkswaterstaat deze toepassingen in de praktijk toepast en toetst. Zo vul je elkaar goed aan.’

 

Nadat Rijkswaterstaat en TNO eind vorig jaar startten met het centrum, is intussen ook de TU Delft aangesloten. Een logische partner, vindt Taale omdat Rijkswaterstaat via het ‘ITS Edulab’ al veel kennis ‘deelde’ met de TU. Via dit ‘Edulab’ studeren studenten af bij Rijkswaterstaat. Taale: ‘Hierdoor ontstaat een mooie wisselwerking. We hebben nu in drie jaar tijd 17 studenten gehad, waar we erg tevreden over zijn. Zo is er in januari een interessante studie afgerond naar het voorspellen van reistijden bij werkzaamheden. Mogelijk gaat Rijkswaterstaat dit in de toekomst in de praktijk toepassen.

Toch, erkent Taale, blijft het lastig om het beoogde doel te bereiken. Je kunt veel organiseren door rapporten te bundelen, of een website in te richten, maar het blijft vaak toch een kwestie van mensen. Eigenlijk moet je continu kennis overdragen. En dat kan, als het over verkeersmanagement gaat, graag via het Expertisecentrum. ‘Wij staan ook open voor informatie van anderen’, benadrukt Taale.

 

Zegt de oprichting van het Expertisecentrum ook iets over de huidige opleidingen? Taale: ‘Het zegt niet zozeer iets over opleidingen. Ze doen het goed. Maar het gaat ook over het terugstromen van kennis.’ Taale ziet wel een verband tussen het Expertisecentrum en gebiedsgericht benutten (GGB). Deze werkmethode creëerde een eerste netwerk van wegbeheerders waarin verkeersmanagement over een groter gebied mogelijk werd. Niet alleen breidt het aantal, maar ook de omvang van deze gebieden zich steeds meer uit waardoor er meer wegbeheerders en meerdere partijen bij betrokken raken. Daarnaast ontwikkelt de techniek zich zeer snel en wordt het verkeer en ten slotte het verkeersmanagement steeds complexer. Het gevolg is dat het voor bestuurders en wegbeheerders steeds moeilijker wordt om nieuwe ontwikkelingen goed op hun waarde te schatten. Wat vervolgens weer gevolgen kan hebben voor het praktische ontwikkelproces van testen en pilots tot implementatie, naar evaluatie en borging.

 

Naast de snelle ontwikkelingen binnen het vakgebied signaleerden de grondleggers van het Expertisecentrum ook een versnippering van ontwikkelingen. Dat samen maakte het lastig, zo niet onmogelijk om overzicht te houden over alle ontwikkelingstrajecten, over de status ervan en ook om te bepalen tot welke prognoses voor de toekomst je zou kunnen komen op basis van de nieuwste kennis. Hoewel de werking van het Expertisecentrum Verkeersmanagement nog pril is, sluiten Taale en zijn mede-kennisbeheerders niet uit dat er meerdere Expertisecentra zullen ontstaan voor verkeerskundige vakgebieden. Zo is er met dezelfde partners een Expertisecentrum ‘Wegen en Constructies’ in oprichting.

 

Het Expertisecentrum Verkeersmanagement is gehuisvest bij Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart in Delft. Meer informatie over het Expertisecentrum Verkeersmanagement: Henk Taale (RWS DVS), henk.taale@rws.nl

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.