Bovengrens economisch belang van mobiliteit laat zich moeilijk meten

vrijdag 10 augustus 2018 Jan Willem Kerssies 98x gelezen

Wat is het economisch belang van het Nederlandse transportinfrastructuurnetwerk? Hoe is dat te meten in termen van belang voor Nederlandse ondernemingen en consumenten? Een ondergrens is te meten, de bovengrens daarentegen is lastig uit te drukken geld. Dat concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteit (KiM).
De berekening van de ondergrens houdt in dat wordt berekend wat er per jaar wordt uitgegeven in tijd en kosten aan transport. Dit doet het KiM jaarlijks in het Mobiliteitsbeeld. Vervolgens stelde het ministerie van IenW aan het KiM de vraag of en hoe het economisch belang van bestaande transportinfrastructuur is te meten.

Vanuit deze invalshoek is een realistische becijfering van maximale waarde (bovengrens) van het economisch belang van mobiliteit buitengewoon lastig, zo niet onmogelijk. Omdat er geen voorstelbaar nulalternatief is voor een situatie zonder transportinfrastructuur. Dat is wel nodig om het consumentensurplus, dat de totale (maximale) betalingsbereidheid voor mobiliteit weergeeft, volledig te kunnen meten. Wel ontstaat deels inzicht in het belang van het systeem, door te kijken naar de effecten van (grote) maatregelen op het systeem.

Lees hier meer over het onderzoek.


De wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?

Meld u aan voor de nieuwsbrief van Verkeerskunde en ontvang wekelijks het laatste nieuws in uw inbox.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.