Retail: het kloppende hart van de stedelijke economie

maandag 27 maart 2017 Nettie Bakker 43x gelezen

Marijke van Hees, voorzitter Retailagenda: Devies van de Retailagenda: inruilen kwantiteit van meters voor kwaliteit van meters’.
Marijke van Hees, voorzitter Retailagenda

Marijke van Hees, voorzitter Retailagenda

Marijke van Hees, voormalig wethouder van Enschede, maakt zich sterk voor aantrekkelijke (binnen)steden en een florerende retailsector als voorzitter van de nationale ‘Retailagenda’: een breed gedragen en ondersteund actieplan met belangrijke, maatschappelijke en economische betekenis; het gaat om de leefbaarheid van steden en dorpen.

‘De retailagenda is een initiatief van minister Kamp’, zegt Van Hees, ‘die in 2014 besloot om retail, vastgoed,  en overheden bij elkaar te brengen. De effecten van de recessie, demografische veranderingen en de impact van internet vormden een probleem met faillissementen van winkels tot gevolg. Economische zaken zag dat de markt hulp van de overheid kon gebruiken; we zetten in op samenwerking en bewustwording op het gemeentelijke en provinciale niveau.’

In de detailhandel werken ruim 775.000 mensen, waaronder veel jongeren. Deze sector is goed voor 110.000 bedrijven die vorig jaar 97,2 miljard euro omzetten (CBS). Winkels vormen - ondanks sterk stijgende onlinebestedingen - samen met de horeca en culturele instellingen het hart van de binnensteden en kernen. Retail kwam  niet voor in het topsectorenbeleid van het kabinet’, zegt Van Hees. ‘De wensen van de consument veranderen: de consument winkelt meer online, heeft meer informatie over producten, verandert zijn bestedingspatroon en hecht meer waarde aan gemak en beleving. Winkelen moet makkelijk en leuk zijn.’

Retail Deals
De vraag is dus: hoe maak je retail klaar voor de toekomst? De ontwikkelingen in de sector vragen om aandacht op het terrein van ruimtelijke inrichting en mobiliteit, zo stelt Van Hees en daarvoor liggen de verantwoordelijkheden lokaal. Vandaar dat we kozen voor een aanpak “bottom-up”; we gingen met gemeenten  zogenaamde Retail Deals sluiten.

Inmiddels zijn er 119 gemeenten betrokken. Deze gemeenten gaan met de lokale stakeholders aan de slag om de retail in hun gemeente toekomst-proof te maken. De partijen in ons netwerk ondersteunen lokaal de betrokken partijen met kennis, expertise en advies. Zo is het project ‘De Nieuwe Winkelstraat’ een aanjager voor gesprekken over het profiel van winkelgebieden. Met een landelijk retailteam ondersteunen we samenwerking van gemeenten; we bieden een toolkit voor de aanpak van transformatie van winkelgebieden en een kennisplatform aan. Bij de aanpak van deze vraagstukken loop je aan tegen de traditionele schotten tussen sectoren en belangentegenstellingen tussen betrokken partijen, zoals tussen vastgoedeigenaren, winkeliers en bewoners. Met concrete acties en procesbegeleiding valt daarin veel te verbeteren.

Verlichte regelgeving
In de retailagenda werken we ook met experimenten, zoals die met Platform 31 die als partner van grote gemeenten in 12 gemeenten winkelgebieden werkt aan ‘verlichte regelgeving’. Samen met ondernemers beginnen we hier vanaf een fictieve nul-situatie en vragen welke regels weg moeten. In de praktijk valt dat overigens vaak mee, met goed overleg valt veel te bereiken ook binnen bestaande regels’. We benadrukken het gemeenschappelijke belang; is een winkelgebied door goede profilering aan te passen aan de nieuwe markten en hoe kan het  een kloppend hart zijn van een gemeenschap?’.

Position paper
Ook TLN en EVO sluiten aan bij de retailagenda, benadrukt Van Hees. In een position paper laten zij samen met Detailhandel Nederland, Thuiswinkel.org en Koninklijke Horeca Nederland weten dat ‘het bedrijfsleven zich inzet om zo efficiënt mogelijk met de beschikbare ruimte in vracht- en bestelauto’s om te gaan. Bijvoorbeeld door de bundeling van zendingen van verschillende klanten op aflevergebied (een stad, winkelgebied of postcode) en het zoveel mogelijk inplannen van rondritten waarbij afleveringen en retourladingen zo slim mogelijk worden gecombineerd. Daarnaast zien zij steeds meer overslagcentra aan de rand van (grote) steden, waarvandaan zendingen met kleinere en schonere voertuigen in de stad worden gedistribueerd. Vervoerders werken hierin ook met elkaar samen’.

Zero-emission
Daarnaast zijn de partners van de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (GD ZES) actief bezig om ‘in 2025 binnensteden zoveel mogelijk low-zero emission te beleveren’. Hiertoe vinden tot 2020 ‘living labs plaats waarin deelnemers diverse verbetermogelijkheden onderzoeken van het anders organiseren van transport, het toepassen van nieuwe voertuigtechnologie tot het testen van innovatieve logistieke oplossingen. De betrokken overheden onderzoeken welke ruimte daarvoor kan worden gemaakt in beleid- en regelgeving en in de vorm van privileges’.

Retailinnovatie
Deze Retailagenda is geen top-down-programma; maar gaat uit van een netwerkbenadering. Veel is in beweging op eigen initiatief van betrokken partners, signaleert Van Hees verheugd. ‘Het is een relevante klus die in de juiste combinatie van de juiste mensen en organisaties en met de juiste kennismiddelen veel meer vanuit de vraag kan werken, dan (traditioneel) top down. Deze aanpak past ook bij een bredere transitie, waarbij je  innovatieve werkwijzen nodig gericht op co-creatie en kennisdeling. In Den Haag en Roermond zijn we gestart met ‘retailinnovatie’ waarbij we leren hoe ondernemers en medewerkers meer waarde kunnen creëren en beter gaan inspelen op de inzet van moderne technologie en big-data in hun bedrijfsvoering en relatie met hun klanten.  

Definities
‘We hebben nu een heldere, uniforme kennis- en ontwikkelstructuur staan met de Retailagenda, concludeert Van Hees. ‘Belangrijk, want verschillen in definities leiden makkelijk tot verschillen van mening. Wij proberen daarom eventuele misverstanden te verhelderen en de kennisdeling tussen steden te bevorderen. We zien dat er ook behoefte is aan herijking; het gaat niet alleen om retail, maar eigenlijk om leefbaarheid van steden en dorpen in bredere zin.

Gesprek
Mobiliteit, ten slotte, blijft een essentiële voorwaarde voor locaties, zegt Van Hees. ‘Hoewel de mobiliteitsvormen voor Amsterdam en Hardenberg sterk verschillen, blijven bevoorrading, bereikbaarheid en afvalverwerking van essentieel belang.’ Van Hees eindigt met de vaak ‘jammerlijke discussie’ over parkeren. ‘Parkeren heeft aandacht in de Retailagenda. We moeten hier eigenlijk met een wat andere blik naar kijken. We zouden van ‘parkeren mag geen geld kosten’ moeten gaan naar ‘parkeren mag best wat kosten; maar dan moet je bezoekers wel wat te bieden hebben’. Het gesprek over parkeren tussen gemeenten, parkeerbedrijven en ondernemers  vraagt om meer nuance, maar parkeren als melkkoe is natuurlijk geen optie Aan het gesprek hierover draag ik graag mijn steentje bij.’

Inhoud laatste dossier

Geen artikelen gevonden.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.