Rob Methorst: 'Zonder lopen geen mobiliteit, dus een rijksbelang

dinsdag 16 februari 2016 237x gelezen

Rob Methorst, emeritus onderzoeker, voorheen senior adviseur Rijkswaterstaat:

 

 

'Het nationale belang van lopen en verblijven in de openbare ruimte'

Voetgangers, lopen en verblijven in de openbare ruimte als onderwerp wordt vaak gezien als iets van lokaal belang. Maar moet niet zelfs het rijk zich daar mee bemoeien? Wat gebeurt er in andere landen?

 

Kortgezegd is het antwoord: ja, het is ook een zaak van het rijk, met name omdat lopen smeerolie en cement zijn voor de mobiliteit en het maatschappelijk leven, maar ook omdat de rijksoverheid taken en bevoegdheden heeft, die lokale overheden niet hebben wat betreft kennisbeheer en verspreiding, richting geven en stimulering van lokale overheden en wet- en regelgeving. In Noorwegen, Oostenrijk en Wales is er nu expliciet voetgangersbeleid. Ook Schotland en Zwitserland zetten er op in. Er is alle reden om ook in Nederland expliciet voetgangersbeleid te ontwikkelen. De voetganger is lange tijd vergeten in beleid, en verbeteringen voor het autoverkeer en fietsen zijn vaak ten koste gegaan van de voetgangersruimte, letterlijk en figuurlijk. Gelukkige ‘borrelt’ het onderwerp internationaal en zijn er inmiddels ‘witte raven’ onder gemeenten die lopen en verblijven weer de plek geven die het verdient.

 

Bij het beantwoorden van de vragen is het ten eerste belangrijk om onderscheid te maken tussen ‘systeem verantwoordelijkheid’ en ‘resultaat verantwoordelijkheid’.

 

In zijn algemeenheid is de rijksoverheid systeem verantwoordelijk, waarbij het er uiteindelijk om gaat dat lopen en verblijven in de openbare ruimte, als smeerolie en cement, optimaal bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de BV Nederland. Dit betreft de impact van lopen en verblijven op de economie en concurrentiekracht van het land en de gezondheid, bekwaamheden, veiligheid en welbevinden van de bevolking en bevolkingsgroepen. De maatschappelijke kosten om lopen en verblijven mogelijk te maken moeten opwegen tegen de baten van lopen en verblijven te faciliteren. De kosten betreffen onder meer voorzieningen, ongevallen en schade, gezondheidszorg, tijdverlies, monitoring en onderzoek, wet- en regelgeving, beheer en management van kennis en vakmanschap met betrekking tot instandhouding en verbetering van voetgangersvriendelijkheid, bestuurskosten etc. Activiteiten die met de systeemverantwoordelijkheid gepaard betreffen kennis over de werking van het systeem en de impact op het functioneren van de BV Nederland (zoals het organiseren van informatiebeschikbaarheid, kennis en vakmanschap), het ontwikkelen en stellen van kaders (zoals doelstellingen, beschikbaarheid van hulpmiddelen, normen en richtlijnen, wet- en regelgeving), handhaving van de kaders (monitoring, optreden bij ongewenste ontwikkelingen) en het op hoofdlijnen faciliteren van instandhouding en verbetering van de werking van het systeem. Met andere woorden: zorgen dat de operationeel verantwoordelijken (gemeenten) hun werk (kunnen) doen.

 

Bij resultaatverantwoordelijkheid gaat het erom dat voetgangers zich feitelijk zonder problemen en zelfs aangenaam kunnen bewegen en verpozen in de openbare ruimte, althans in dat deel dat voor hen is open gesteld. Daartoe gaat het in de eerste plaats om doelmatige (passende, veilige en aangename) voorzieningen voor alle mensen, ongeacht leeftijd, kundigheden en vaardigheden. Met doelmatige voorzieningen wordt bedoeld: verbindend, bruikbaar voor de betreffende voetgangers, gerieflijk, leefbaar, als zodanig overzichtelijk en herkenbaar, en veilig. Het gaat daarbij natuurlijk niet alleen om de fysieke voorzieningen, maar ook om de dienstverlening en organisatie er omheen: beheer en onderhoud, surveillance en handhaving, openbare verlichting, ‘oogjes’ op straat , verkeersmanagement etc. In zijn algemeenheid lijkt resultaatverantwoordelijkheid wat betreft voetgangers een lokale aangelegenheid. De actieradius van de voetganger beperkt zich grotendeels tot de korte afstanden (minder dan enkele kilometers afstand), concentreert zich binnen de bebouwde kom van steden en dorpen, en vindt plaats binnen openbare ruimte, die in de meeste gevallen juridisch eigendom is van en in beheer is bij de lokale overheid. De lokale overheid kan (een deel van) haar formele bevoegdheden delegeren of overdragen aan derden, zoals aanwonenden, aanliggende bedrijven, woningbouw corporaties, aannemers.

 

We hebben nu op hoofdlijnen afgepaald welke verantwoordelijkheden de rijksoverheid en lokale overheden hebben. Daarmee is nog niet duidelijk waaraan de rijksoverheid en de lokale overheden inhoudelijk aandacht zouden moeten besteden, welke keuzen daarbij voor de hand zouden liggen en hoe dat in de markt gezet zou kunnen worden. In principe is dat een politieke vraag: wat is doelmatig, is het wel goed zo, of zou het beter moeten? Kijken we alleen naar de bestaande situatie of ook naar de toekomst? En, wie zou dan wat moeten doen? Op basis van feiten kan worden gesteld dat er nog heel wat te verbeteren valt.

 

Uit recent onderzoek weten we bijvoorbeeld dat niet oversteek-ongevallen (circa 1.200 ziekenhuisgewonden) landelijk dominant zijn, maar val-ongevallen. De laatste groep slachtoffers (circa 6.000 ziekenhuisgewonden) is circa 5 keer zo groot. Lokale cijfers zijn niet beschikbaar; de meeste gemeenten zijn er ook niet op de hoogte van de omvang en ernst van val-ongevallen. Een zelfde verhaal kan worden verteld over de mobiliteit te voet en over verblijven. Lokale cijfers zijn er maar weinig; de landelijke mobiliteitsstatistiek geeft een redelijk betrouwbaar beeld van deur-tot-deur verplaatsingen te voet, maar niet van voor- en natransport te voet (is net zo omvangrijk) en naar de omvang en impact van verblijven in de openbare ruimte (inclusief toerisme!) kunnen we alleen maar gissen. Daar waar gemeenten voetgangersbeleid (Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Amsterdam, Eindhoven, Nijmegen, Groningen etc.) voeren wordt er vooral ingezet op loop- en verblijfskwaliteit van gebieden waar er veel voetgangers te vinden zijn, i.c. het centrum gebied en aanpak van overduidelijke oversteekproblemen.

 

Voor gezonde volwassenen voldoen de voorzieningen in Nederland over het algemeen wel. Voor kinderen, ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking zijn de omstandigheden echter verre van doelmatig, zeker in het licht van recente doelstellingen als zo lang mogelijk zelfstandig wonen, vermindering van obesitas, duurzaamheid, meer eigen verantwoordelijkheid, Agenda Stad.

 

Wat betreft problemen met lopen en verblijven in de openbare ruimte spelen er een aantal majeure ontwikkelingen: de vergrijzing, verstedelijking en toenemende auto-afhankelijkheid en invloed van technologie. Vergrijzing zorgt voor een dramatisch toenemend aantal letselslachtoffers onder voetgangers en daarmee gepaard gaande ongevals- en verzorgingskosten en sociale gevolgen; verstedelijking zorgt voor toenemende verschillen tussen stad en platteland; auto-afhankelijkheid zorg voor vervoersarmoede en onbereikbaarheid van veel voorzieningen; technologie heeft een blinde vlek voor niet-mechanische mobiliteit en verblijven, waardoor lopen en verblijven verder kunnen marginaliseren.

 

Het is de vraag of je van gemeenten mag verwachten dat zij zich bezig houden met lange-termijn majeure ontwikkelingen. Hun resultaat-taak betreft in hoofdzaak het oplossen van problemen hier en nu. Vanuit de systeemverantwoordelijkheid zou het voor de hand liggen dat de rijksoverheid kennis over majeure ontwikkelingen overdraagt, helpt te zoeken naar oplossingen daarvoor en gemeenten actief stimuleert en ondersteunt om deze problemen aan te pakken. De rijksoverheid voert echter, onder druk van de huidige politieke wind nog zelden eigen verkenningen van de toestand van de wereld meer uit. Wat niet nadrukkelijk op de agenda van de rijksoverheid wordt geplaatst via de media is gedoemd om te worden verwaarloosd. Het kan dan ook niet doorsijpelen in lokaal beleid en een rol spelen in beleid van gemeenten. Daarmee worden kansen gemist om de impact van lopen en verblijven te bestendigen en te verbeteren. Wie bindt de kat de bel om?

 

De vraag is ook: wat gebeurt er in andere landen? In de meeste landen verschilt de situatie niet echt van die in Nederland, maar er is onder invloed van met name WALK21 en ‘profeten’ als de OECD/ITF en Jan Gehl wel wat aan het borrelen. Noorwegen presenteerde in 2012 hun bondige nationale voetgangersbeleid en Oostenrijk deed dat in oktober 2015, met een indrukwekkend Masterplan Gehen. Wales heeft er een echte wet over uitgevaardigd. Belangrijke steden als Londen, Barcelona, Kopenhagen, Stockholm, Brussel, München en Wenen hebben uitgebreide voetgangers plannen gemaakt. In Nederland had Utrecht onlangs de primeur.

 

Referenties:

  • CROW (2014). Lopen Loont – de voetganger in beleid, ontwerp en beheer. CROW, Ede.
  • BMVIT (2015). Masterplan Gehen. Bundesministerium für Verkehr, Innovation und Technologie, Wenen.
  • Den Hertog, P., Draisma, C., Kemler, E., Klein Wolt, K., Panneman, M. en Methorst, R. (2013). Ongevallen bij ouderen tijdens verplaatsingen buitenshuis. VeiligheidNL, Amsterdam.
  • Gemeente Utrecht (2015) Actieplan Voetganger 2015-2020, Gemeente Utrecht, Utrecht.
  • International Transport Forum (2012), Pederstrian Safety, Urban Space and Health. OECD/ITF, Parijs.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2017 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.