Schiedams vervoersconcept verbindt wonen en werken aan snelweg

maandag 23 april 2007 59x gelezen

Een snelwegbussysteem kan een hoogwaardig en betaalbaar alternatief bieden voor woon-werkverkeer, met name voor woongebieden die aan autosnelwegen liggen, vindt de gemeente Schiedam. Connexxion en TNO reageren voorzichtig enthousiast.

De snelwegbus is onderdeel van een breder Schiedams duurzaam bereikbaarheidsplan dat rust op verbetering van het ov, beprijzing van het autogebruik en mobiliteitsmanagement. Met dit trio kan de bereikbaarheidsproblematiek van de Randstad duurzaam worden opgelost, zo wijst een verkeersstudie door Goudappel Coffeng in opdracht van de gemeente uit. Deze studie is gebaseerd op een congestieheffing van 11 cent per kilometer in de Randstad en een omzetting van vaste autokosten naar variabele kosten, waardoor het autogebruik met 30 procent afneemt en de files verdwijnen. Hierdoor zou de snelwegbus gebruik kunnen maken van de vrije verkeersafwikkeling op de autosnelwegen. De benodigde bushaltes zouden meestal binnen de bestaande bestemmingsplannen kunnen worden gerealiseerd. Met het concept dat uit de koker komt van Lex Boersma, projectleider bij de gemeente Schiedam, wil de gemeente bedrijventerreinen en woongebieden langs de snelweg bereikbaar maken. De haltes worden daarvoor zoveel mogelijk gesitueerd nabij aansluitingen op het onderliggende wegennet, kruisingen met het spoor en regionale (light rail, metro, tram) verbindingen. Belangrijke voordelen zijn volgens de gemeente dat (kostbare) uitbreiding van de auto-infrastructuur onnodig is en de bus milieuschade beperkt. Dat de bus stadscentra links laat liggen en niet de woonwijken en bedrijventerreinen ingaat, is een wezenlijk onderscheid met bestaande snelbusdiensten. ‘Hierdoor kan’, zo zegt Boersma, ‘een gemiddelde snelheid van 70/75 km per uur worden bereikt. Daarbij komt dat juist locaties bij de autosnelwegen een gat vormen in het ov-aanbod. Zeer belangrijk is een goed voor- en natransport dat met name aan de kant van de bestemmingen vorm krijgt met mobiliteitsmanagement. Ook moeten er vanaf de halten goede voetpaden en fietsverbindingen naar de woon- en werkgebieden in de omgeving komen.’

Deur tot deur
Bart Egeter, senior adviseur bij TNO over het Schiedamse concept: ‘Vooropgesteld dat het inderdaad lukt om betrouwbare en snelle busroutes te creëren via autosnelwegen, dan zou dat zeker een zinvolle aanvulling kunnen bieden op het ov-aanbod in stedelijke regio’s, en heus niet alleen maar voor woon-werkverkeer. Een snelle bus is voor de reiziger echter nog geen garantie voor een snelle verplaatsing van deur tot deur. Net zoals de auto dat doet, zal de bus ook van de snelweg af moeten het stedelijk gebied in. Het idee zal zich moeten bewijzen in een uitgekiend ontwerp van de lijnenstructuur, waarbij de locatie van opstappunten en de verknoping met bestaand ov én met de auto van doorslaggevend belang zijn. Dan zal ook blijken welke infrastructuurinvesteringen nodig zijn.
Ook Connexxion ziet zowel voordelen als punten van aandacht. Woordvoerder Herman Opmeer ziet in dit concept vergelijkingen met het Superbusproject onder leiding van Wubbo Ockels van de TU Delf, waarin ook Connexxion deelneemt. ‘Grootste zorg lijkt ons de stops langs de snelweg. Dit zijn begin- en eindpunten, dus daar moet goed over worden nagedacht. De Superbus gaat uit van een zo goed mogelijke deur-tot-deurverbinding. Wij zouden pleiten voor weinig stops waardoor de gemiddelde snelheid ook veel hoger is en als het een 'eindpunt' betreft, gewoon van de snelweg af naar een punt met een groter bereik.’

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.