Schipperen tussen aannames en kennis in nieuwe werelden van licht

maandag 15 september 2014 157x gelezen

Wat vandaag de fabriek verlaat, is morgen al verouderd’ 

  

Menno van Noort, Lux-Groep

 

 

 

 

 

Clearfield Foto: Philips Lighting

Clearfield Foto: Philips Lighting

Menno van Noort, ruim 20 jaar actief als onafhankelijk adviseur in de openbare verlichting en werkzaam bij de Lux-Groep. ‘Er is meer steeds meer licht nodig voor onze 24-uurs economie, tegelijkertijd wordt er kritisch gekeken naar het energieverbruik, de kosten en de invloed van licht op flora en fauna’.

Waarom is regelgeving belangrijk?
‘OVL zorgt ervoor dat we ook zonder daglicht veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Door wildgroei kunnen er op vergelijkbare plekken, verschillende lichtoplossingen worden gekozen. Voor een gemiddelde weggebruiker kan dit leiden tot onlogische situaties. Het is overigens wel zo dat de Nederlandse richtlijnen ruimte bieden voor lokale omstandigheden. Zo maakt Amsterdam andere keuze dan een dorpje in Drenthe. Ook kan het licht op een rustige provinciale weg ’s nacht vaak gewoon uit binnen de bestaande richtlijnen.’

Is het belangrijk dat er aandacht blijft voor licht?
‘Ja, we weten nu pas een klein beetje over de effecten van kunstlicht op de natuur en op gedrag van mensen. De wetenschappelijke wereld kijkt met grote interesse uit naar een groot onderzoek van de universiteit Wageningen dat nu het vierde jaar ingaat en waarin proefopstellingen met verschillende kleuren licht aan bosranden over een langere termijn het effect op flora en fauna meten. De eerste bevindingen geven aan dat er duidelijke relatie is tussen licht en gedrag, maar de precieze effecten zijn nog niet duidelijk. Overigens weten we van olieplatforms al dat trekvogels minder lichthinder ondervinden van groene platformverlichting. Nadeel ‘aan boord’ is dat je door groen licht de rode veiliheidswaarschuwingen minder goed ziet.

Foto: Philips Groen

Wat zijn de grote trends op het gebied van OVL?
‘Vroeger ging licht aan of uit. Nu kun je bepalen hoeveel licht je op welk moment wilt toepassen. De investeringen voor dynamisch licht zijn nu nog hoog, maar ik verwacht dat ze straks standaard geleverd worden en bij de natuurlijke vervangmomenten worden geplaatst.

De tweede trend is grootschalig (internationaal) onderzoek naar de effecten van kunstlicht, niet alleen op de natuur, maar ook op het verkeer. We zijn recent met Rijkswaterstaat gestart met een heroriëntatie van onze lichtkennis. De huidige inzichten dateren grotendeels uit de jaren 50. Sindsdien is er veel veranderd in de lichtbronnen, de omgeving en in voertuigen. En die ontwikkelingen in (led)licht gaan razendsnel. Zo voeden we vanuit ons bedrijf een armaturensite met data van de grote 10 leveranciers om te helpen bij een juiste keuze, maar wat vandaag de fabriek verlaat is morgen alweer verouderd. Bovendien is er normering nodig om de juiste kwaliteit te bepalen. Ledverlichting heeft bijvoorbeeld een beduidend langere levensduur, maar de producten zijn nog vrij nieuw en er zijn nog geen resultaten van langetermijnonderzoeken, zodat je voor een juiste kwaliteitsnormering - zoveel procent verval na zoveel jaar - vooralsnog in het duister tast.

De nieuwste ontwikkeling is die van de oled. Waar de led nog bestaat uit een afzonderlijke lichtbron in de vorm van een speldenknopje, bestaat oled (organisch led) uit lichtgevende panelen. Oled zullen we niet snel zien in openbare verlichting, maar wel in reclameverlichting langs de weg, waarmee het indirect effect heeft op de verlichting van de weg. Daarnaast kijken we naar leds in het wegdek (actieve markering) en naar lichtgevende verf voor markeringen.

Een derde trend is de organisatie van lichtkennis binnen gemeenten. Tot de Elektriciteitswet van 1998 waren regionale energiebedrijven verantwoordelijk voor de openbare verlichting. Die kwam daarna bij gemeenten en provincies te liggen. Dat maakte het noodzakelijk om lichtkennis ‘in huis’ te halen. Nu zie je dat lichtkennis weer meer uit de markt wordt gehaald; mede door de complexiteit van razendsnelle ontwikkelingen en het ontbreken van standaarden en normeringen. Zo ontstaat vaak een tripartiete samenwerking tussen gemeenten (opdrachtgever en beheerder) kennispartijen (onafhankelijke adviesbureaus voor lichtontwerp en beleid) en de uitvoering (leveranciers en aannemers). Het beheer wordt overigens ook steeds vaker bij een externe beheerder neergelegd, die de operationele dagelijkse zorg overneemt, de aannemer aanstuurt en de gemeente van onafhankelijke adviezen voorziet.

Wat gaat er goed op het gebied van OVL en waar ligt de grootste zorg?
‘Goed is dat er steeds efficiëntere producten met langere levensduren komen. Een grote zorg is het ontbreken van standaardisatie op productniveau. Ook lijken ‘we’ door te slaan naar te weinig licht. In Nederland zijn we traditioneel al zuinig met licht in vergelijk met de meeste westerse landen, terwijl de samenleving steeds ouder wordt. En ouderen hebben nou eenmaal aanzienlijk meer licht nodig. Daarnaast ontstaan er allerlei regelsystemen die niet met elkaar communiceren. Dat zagen we al in de verkeerslichtenregelindustrie. Daar wordt nu werk gemaakt van een open source-situatie. Dat zouden we breder moeten trekken naar licht. En niet in de laatste plaats omdat er overal lichtmasten staan die steeds meer informatie kunnen leveren en ontvangen in het kader van smart cities, denk aan wifi-hotspots voor het detecteren van personen en automatische voertuigen.’

Inhoud laatste dossier

De verkeerskundige

Naar alle eerdere dossiers

Meer artikelen over Wegontwerp

Artikelen 26 tot 30 van 62

3 4 5 6 7 8

Artikelen 26 tot 30 van 62

3 4 5 6 7 8

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.