Ketenbreed samenwerken: winst voor iedereen

‘Duurzame mobiliteit is vooral een sociaal emancipatieproces’

Door: Maarten Reith, Reith I Hendriks & partners

‘Wij zijn makelaar en schakelaar, we verlengen de tafel,’ vertelt Frits Hermans, voorzitter Platform Duurzame Mobiliteit. ‘Iedereen ziet slechts een deel van het probleem en doorgaans maar een klein deel van de oplossingsruimte. Bij ‘makelen’ wijzen we partijen op de grotere oplossingsmogelijkheden. ‘Schakelen’ maakt dat partijen praktisch met elkaar en met een breder scala aan mogelijkheden aan de slag kunnen. Met uiteraard als doel het stimuleren van duurzame mobiliteit.’

 

Hermans vertelt over creatieve oplossingen die vooral voorbij de techniek gaan. Technische oplossingen zijn er in overvloed. Maar hoe stimuleer je het gebruik? Het platform heeft direct invloed op 35 miljoen euro overheidssubsidie voor duurzame mobiliteitsprojecten. Private partijen leggen daar minstens de helft bij. De organisatie is bijvoorbeeld nauw betrokken bij Proeftuinen (zie kader ‘Proeftuinen voor Duurzame Mobiliteit’) en bij het plan van aanpak van minister Eurlings dat binnenkort verschijnt. Het platform brengt gevende en ontvangende partijen bij elkaar, zodat vraag en aanbod vanaf de start van projecten goed op elkaar zijn afgestemd.

‘Vaak zijn partijen zich weinig bewust van de werkelijke beperkingen en mogelijkheden van ketensamenwerking’, zegt Hermans. ‘Neem transport. Als transporteurs investeren in schoner en zuiniger rijden, dan zeggen de verladers: hé, jij maakt minder kosten per kilometer, dus je prijs moet zakken. En zo komt er niets van terecht. Om die reden zie je in distributienetwerken vaak suboptimalisatie, met een inefficiënt eindresultaat. Maar laat je partijen samenwerken en de winst delen bijvoorbeeld van investeren in een schoon wagenpark, dan kom je samen verder. Zo is het ook met elektrische auto’s die veel partijen als een bedreiging zien. Als je dit ketenbreed aanpakt, (van importeurs, dealers en ov tot energiemaatschappijen, lagere overheden en de consument) dan zijn er volop mogelijkheden om te helpen er een winwinwin-situatie van te maken.’

 

Creatieve oplossingen

Hermans werkte 25 jaar bij Shell, daar was hij onder andere site-manager van het Shell Research and Technology Centre in Amsterdam en mede-initiator van een science park voor duurzame technologie en ontwikkeling. Hij meent dat de technologische voorwaarden voor duurzame mobiliteit ruimschoots aanwezig zijn. ‘Het is duidelijk dat mobiliteit gaat veranderen en dat techniek gaat helpen schoner te rijden. Maar wat weerhoudt het gebruik van technische oplossingen? Wat is nodig om mensen tot bepaalde technologie te verleiden? Duurzame mobiliteit is vooral een sociaal emancipatieproces. Neem de elektrische fiets. Een oudere dame zei eens: ‘Mij krijg je daar niet op, zo oud ben ik nu ook weer niet.’ Dat is een kwestie van imago. In het buitenland zie je flitsende elektrische mountainbikes; echte hebbedingen.

Soms wijzen we partijen op de mogelijkheden van wetgeving. Met bijvoorbeeld venstertijden kun je als gemeente heel goed sturen, zoals verruimde toegangstijden voor schoon en geluidsarm vervoer. Maar ruimte laten voor eigen inbreng is ook een must. Zo moet je zwaardere auto’s niet simpelweg verbieden maar grenzen aan vervuiling stellen. Dat maakt het aantrekkelijk en uitdagend om naar creatieve oplossingen te zoeken. Je kunt bijvoorbeeld energie terugwinnen bij het remmen of biodiesel gebruiken. Competitie is daarbij een ander, belangrijk element. Maar niet op een geheel vrijblijvend speelveld: de EU mag strenge eisen stellen aan de CO2-uitstoot. Met de nadruk op emissie door fossiele brandstoffen in verband met klimaatneutraliteit.’

Een laatste voorbeeld van Hermans betreffende duurzame mobiliteit is een systeem van verhandelbare CO2-emissies door leaserijders. Dit leidt tot een vraag naar schonere auto’s. Het platform is hiervoor actief met een leasemaatschappij en een bank.

 

Kansen bij drievoudige crisis

In hoeverre krijgen duurzaamheidsprojecten komend jaar te lijden onder de huidige economische problemen? Hermans: ‘Er is niet alleen de kredietcrisis maar ook de klimaatcrisis en er staat een energiecrisis voor de deur. Het Chinese woord voor crisis kent twee componenten: bedreiging én kans. Je ziet dat projecten en organisaties last hebben van de kredietcrisis en soms kopje onder gaan. Aan de andere kant gaat er een luide en stimulerende signaalfunctie van uit. Er komt nu ook weer meer ruimte voor nieuwe combinaties en nieuwe vormen van samen werken aan oplossingen voor morgen. De crisis vertelt ons, volgens mij, dat we meer verantwoord met ecologie willen omgaan. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is meer comfort te hebben met een kleinere, minder verspillende voetafdruk. We zullen uit de drievoudige crisis vernieuwd tevoorschijn komen. Dat proces gaat uiteraard met pijn gepaard, maar een deel van de weg gaan we fluitend afleggen. Het menselijk aanpassingsvermogen is groot.’

 

Meer info: www.senternovem.nl/energietransitiedm

Proeftuinen voor Duurzame Mobiliteit

Dit programma is de uitwerking van de Innovatieagenda Energie voor het thema Duurzame Mobiliteit. Vier pilotclusters vormen het hart van dit programma dat tot stand kwam in samenwerking met het Platform Duurzame Mobiliteit van EnergieTransitie. Doel van Proeftuinen is om innovaties die eigenlijk bijna marktrijp zijn (of worden), te helpen sneller naar de markt te brengen.

Duurzame mobiliteit langs vijf sporen

Jan Klinkenberg (Transumo) denkt dat de volgende transitie naar duurzame mobiliteit plaatsvindt:

  • Aanpak bij de bron. Door betere integratie van Ruimtelijke Ontwikkeling en Mobiliteit wordt fysieke mobiliteit voorkomen of worden goede condities geschapen voor duurzame vervoerwijzen;
  • Alternatieve aandrijving/brandstoffen. Het mobiliteitsysteem wordt minder afhankelijk van fossiele brandstoffen. Elektrisch vervoer wordt sterk gestimuleerd, met name in steden. Dit leidt tot structurele veranderingen in de infrastructuur, de stedelijke inrichting en de organisatie van mobiliteit;
  • Innovatieve mobiliteitsconcepten. Mobiliteit wordt meer in ketens en netwerken georganiseerd en gemanaged. Hiervoor zijn belangrijke transities nodig in de governance, zoals nieuwe samenwerkingsarrangementen, bevoegdheden, financiële regimes en informatiestromen;
  • ‘Eindgebruiker aan het stuur’. De individuele mobilist krijgt zelf de verantwoordelijkheid om duurzame keuzes te maken. ICT helpt om duurzaamheideffecten van keuzes real-time terug te koppelen. Via het prijsinstrument en gerichte marketing wordt de eindgebruiker verleid om duurzame oplossingen te kiezen;
  • Meer private bemoeienis. De private sector ontdekt de mobiliteitsmarkt, waar veel meer privaat geld (parkeerkosten, reiskostenvergoedingen e.d.) dan publiek geld in omgaat. Private organisaties mengen zich in het mobiliteitsdebat als medeoplosser (zie Nederland Bereikbaar, Taskforce Mobiliteitsmanagement). Er ontstaat ook een steeds grotere markt voor nieuwe (private) mobiliteitsdiensten.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.