VK 3/2018: Maurits van Witsen, een milder geworden 'druk baasje'

'Het verbaast me dat we in Nederland nog zover zijn gekomen'

vrijdag 8 juni 2018 Nettie Bakker 451x gelezen

Oud-hoogleraar openbaarvervoerkunde en spoorwegbouwkunde Maurits van Witsen (90) deunt nog graag op zijn hoorn, een van zijn vele hobby’s. En hij blaast zo af en toe nog eens flink van zich af in de media, hoewel hij volgens eigen zeggen ‘wel wat milder is geworden’. ‘Een druk baasje’, zo typeert hij zichzelf, die de paar keer dat hij wordt gebeld, vaak als storingen ervaart. Toch tijd voor een interview.

Je voorbereiden op een interview met Maurits van Witsen kan wel, maar hoeft niet. Hij doet dat zelf al. Het gesprek heeft dan ook even iets van touwtrekken tussen een weldoordacht betoog van Van Witsen (over tomeloze bouwambities in het ov en de onzin van het zelfrijdende voertuig) en het vragenvuur van de verslaggever. Beide komen uiteindelijk toch aan bod.

 

Lommerrijk Zeist, een rustig ogende laan. Van Witsen nodigt fotograaf en verslaggever uit in de achterkamer waar wandbreed glas uitzicht biedt op vast meer dan 50 tinten groen van gazon, eigen bomen en struiken die overgaan in een majestueus belendend bosperceel. Vogels worden vanuit een robuust vogelhuis voorzien van voer tot nestmateriaal. In huis vallen vele boeken op, evenals een serene muziekhoek.

Van Witsen woont hier samen met een eigenzinnige kat die zijn dagen op vaste tijdstippen doorbrengt op verschillende plekken in het huis.

 

“Ik woon in een zeer prettige buurt”, zegt van Witsen. “De mensen doen veel voor elkaar en organiseren van alles.” Zo speelt Van Witsen mee in een muziekgroep. Glunderend: “Mijn lichaam is theoretisch fysiek niet meer in staat om nog hoorn te kunnen spelen, maar het lukt me nog steeds.” Ook is hij lid van de leesclub. Enthousiast: “Dat brengt me op boeken die ik zelf nooit zou kiezen.”

 

Wandelwagen

Van Witsen werd op 24 januari in 1928 geboren in Amsterdam. Vanuit het wandelwagentje bestudeerde hij al de trams in zijn woonomgeving. Dusdanig dat hij, anderhalf jaar oud volgens familieoverlevering, al trams kon onderscheiden die daar volgens hun kleur niet hoorden te rijden, mogelijk vanwege werkplaatsbezoek. "Domme tem", oordeelde de jonge Van Witsen toen al streng vanuit zijn wandelwagen. Zijn ‘Instinctmatige’ interesse voor collectief vervoer, met name (light) rail, bleef onverminderd hoog. Ook al waarschuwde zijn vader hem vaak genoeg voor eenzijdigheid.

 

En dan wonen in Zeist dat alleen opgedoekte raillijnen kent: een van Bilthoven naar Zeist – 'weliswaar toen nog voor de rijkeren, zelfs een dubbelsporige lijn' – en een tramlijn naar Utrecht. “Maar met de verlengde Uithoflijn komt die tramlijn weer terug", lacht Van Witsen genoeglijk.

 

Wiskunde en statistiek

Zijn studietijd typeert hij als een zwarte bladzijde in zijn leven. “Ik modderde maar wat aan.” De firma in smaak- en geurstoffen waar vader Van Witsen procureurhouder was geweest, heeft de studie bekostigd voor de jonge gymnasiast – 'tegen heug en meug, want ik was een typische hbs-er'. Die beurs gaf hem weliswaar een morele studiedruk, maar hij schreef ook graag in 'krantjes' en zat in allerlei 'bestuurtjes' en wist die activiteiten in de praktijk slecht te combineren met zijn studie. Ook de keuze voor Civiele Techniek viel tegen. “Ik leerde systemen bouwen, maar ik wilde juist begrijpen hoe en waartoe ze wel of niet dienden.”

 

Later kwam hij uit bij wiskunde en statistiek en dat beviel beter: de wereld van de logica en van ZEBRA, het ‘zeer eenvoudige binaire rekenapparaat’, de eerste computer van 'enorme omvang'. Van Witsen herinnert zich overigens uit deze tijd dat hij ‘de ideale parkeergarage’ bedacht. Een gebouw voor gegroepeerde, kleine en (middel)grote auto’s, waardoor je er meer in kwijt kon. Dat leek toentertijd niet zo’n succes. Maar zou het juist nu alsnog niet iets zijn voor zelfrijdende of zelfparkerende voertuigen? Inderdaad ziet Van Witsen voordelen van zelfparkerende auto’s zoals bij stations. “Let maar eens op hoeveel tijd je er kwijt bent met autoparkeren. Dat zou je kunnen automatiseren.”

 

Auto in een keurslijf

Nu dan toch het zelfrijdend voertuig ter sprake komt: “Het is een concept waar veel te veel van wordt verwacht en in zijn uitgangspunt niet deugt”, aldus van Witsen. “Je dwingt het sterke punt van de auto, vrijheid, in een keurslijf. Ga je die automatiseren, dan is de lol er snel af. En wat te denken van veiligheid? Mensen van het spoor denken altijd: 'Kan het verkeerd gaan?' Automobilisten denken daar nooit aan. Toch zul je het niet accepteren als je kind wordt doodgereden door een zelfrijdende auto. Piloten worden getraind om binnen 5 seconden te reageren bij systeemuitval. Daar ben je als autobestuurder niet op getraind en ook niet toe in staat. Bovendien, robotisering moet in dienst blijven van de mens en niet andersom."

 

"Het concept van het zelfrijdend voertuig is te begrijpen vanuit de lobby van de autobranche, die is zeer machtig. Maar wie neemt het op voor het ov? Hetzelfde geldt voor het vliegverkeer binnen Europa. Ik ben principieel tegen vliegen op afstanden tot 500 kilometer. Je kunt binnen Europa comfortabel en heel snel reizen met hogesnelheidstreinen. Alle vervoermiddelen blijven nodig, natuurlijk ook de auto en het vliegtuig. Het gaat erom dat je ervoor zorgt dat ze allemaal goed tot hun recht komen.”

 

Kennis uitdragen

Na zijn studie startte Van Witsen bij organisatiebureau Bosboom & Hegener en werd in 1967 gevraagd als extern lid van de projectgroep 'Stimurail' van de Nederlandse Spoorwegen, van waaruit hij meewerkte aan grotendeels toegepaste visies als ‘Spoorslag 70’ en ‘Spoor naar '75’. Hierna trad hij in dienst van NS en werd er hoofd planning. In 1978 vroeg professor Volmuller hem om aan de TU Delft een leerstoel openbaarvervoerkunde en spoorwegbouwkunde op te richten. “Ik moest daar even over nadenken, maar Volmuller overtuigde me met het volgende: de eerste 25 jaar besteed je aan je studie, de volgende aan het toepassen van je kennis en vanaf je vijftigste – ik was toen precies 50 – draag je je kennis uit.”

 

Minder rigide

Zijn leven lang is Van Witsen behept met een scherpe blik op verbeteringen van systemen, ideeën en concepten. Verbeteringen die lang niet altijd werden gehoord of opgevolgd. De Fyra? “Mensen die verstand van zaken hebben, hadden dat voertuig nooit aangeschaft.” De beruchte Nieuwmarktrellen? “Hadden niet gehoeven als de ondergrondse boogstraal wat minder rigide was gehanteerd.” De Noord/Zuidlijn? “Met een tunnel heb je bovengronds natuurlijk geen hinder, maar hoe groot was en is de hinder van het ondergronds bouwen?” En waar blijft toch de wel snel realiseerbare Airport Express Schiphol–CS? "Amsterdam, moeilijke stad op palen, die metro’s zijn er zo maar doorheen gewalst”, verzucht Van Witsen.

 

Brachten zijn overtuigingen hem niet veel teleurstellingen? “Inderdaad, maar ik heb geleerd me niet meer boos te maken. Ik ben ook vaak gestruikeld, maar stond dan meteen weer op en ging voort met de nieuwe situatie.” Toch, terugkijkend, constateert hij: “In Amsterdam is het hele ov achterop geraakt door domme maatregelen en is er ook elders veel te veel geld besteed aan te monumentale en superveilige infrastructurele projecten. Veelal door tussenkomst van niet ter zake kundige politici, dan wel door politici die niet zagen of zien dat het onderwerpen betreft die verder gaan dan partijpolitiek. Zo bezien verbaast het me dat we in Nederland nog zover zijn gekomen.”

 

Overconsumptie

Heeft Van Witsen zelf wel eens een standpunt moeten herzien? “Ik heb, denk ik, onderschat dat zo veel mensen zó rijk zouden worden en zoveel auto’s zouden aanschaffen en zoveel zouden gaan vliegen. Deze overconsumptie gaat misschien wel ten koste van de wereld van ons nageslacht.”

 

Laatste vraag: Hoe zou Volmuller het 'vierde kwartaal' van het leven typeren, dus vanaf je 75ste? “Tja..., overdenkt Van Witsen. “Het is eigenlijk irritant als je je nog steeds overal mee bemoeit, maar noem het maar ondersteuning.”

 

Klik hier voor een uitgebreide CV van Maurits van Witsen CV.

Klik hier voor een interview met Maurits van Witsen in de nieuwsbrief van de NVBS, de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen.

Klik hier voor een column van Maurits van Witsen in Verkeerskunde december 2011.

Spraakmakers

Artikelen 16 tot 20 van 32

1 2 3 4 5 6

Artikelen 16 tot 20 van 32

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.