VK1/2018: Erik Asmussen, normmens

‘Ik geloofde altijd in uitgelokt gedrag door een herkenbare weginrichting’

vrijdag 23 februari 2018 Nettie Bakker 166x gelezen

Op bezoek bij oud-hoogleraar verkeersveiligheid en eerste SWOV-directeur Erik Asmussen (94). Hij stond aan de wieg van integraal denken over verkeer en een inclusieve samenleving. Gezien de ontwikkelingen nu, was hij zijn tijd ver vooruit.
Erik Asmussen:

Erik Asmussen: "Een tip voor verkeerskundigen? Laten ze alles nog maar eens goed nalezen." (Copyright: Hessel Bes)

Een zonnige dag in winters Wolvega. Asmussen woont in een appartementengebouw dat de functie van hotel heeft aangenomen. Hij zit in zijn kamer op de vierde verdieping met de rug naar een weids uitzicht op landelijk Friesland, klaar voor een gesprek met Verkeerskunde – ‘het blad van de ANWB, toch?' 


"Ik heb me voornamelijk met verkeersveiligheid beziggehouden", benadrukte hij toen we een afspraak voor dit gesprek maakten. En veiligheid is waarmee hij van wal steekt. "Ik denk dat het nog steeds onderschat wordt, hoe belangrijk het is om je veilig te kunnen voelen."

 

Zijn eigen verkeersveiligheid wordt al jaren op de proef gesteld, door zijn ouderdom en jaren eerder al door zijn slechtziendheid. Dit had wellicht minder het geval hoeven zijn als er gevolg was gegeven aan zijn inzicht uit 1996 – ‘een nieuw idee over een nieuwe normmens’ – na een lange carrière waarin hij talloze wetenschappelijke onderzoeken initieerde in een levenslange zoektocht naar een duurzaam veilig verkeerssysteem.

 

"Er is te lang ontworpen voor gezonde mensen", zegt hij ook nu. "Dat is onjuist geweest." Juist de oudere, het kind, de mens met functiebeperkingen, een soort gehandicapte mens, zou de normmens moeten zijn voor ontwerpen in de openbare ruimte, infrastructuur en het openbaar vervoer, aldus de oud-hoogleraar. Deze visie op een door hem benoemde ‘normmens’ is sinds de ratificatie in 2016 van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking, misschien actueler dan ooit.

 

Auto-optiek

Asmussen beschrijft zijn visie op de normmens na zijn pensionering in een gelijknamige rapport met als ondertitel ‘Mens, maat der dingen, op weg naar integrale veiligheid en toegankelijkheid voor iedereen’. Het verkeerssysteem beschouwt Asmussen in 1996 als ‘onvoldoende toegankelijk voor de normmens’, lees kinderen, ouderen, gehandicapten. Hij wijt dit onder meer aan ‘de traditie om het verkeersysteem te bekijken door de bril van de automobilist’. Hierdoor worden maatregelen getroffen om het autogebruik te vergemakkelijken (snelwegen), dan wel te bemoeilijken (snelheidsremmende maatregelen). Dit systeem maakt andere weggebruikers ondergeschikt aan de automobilist. Ook de verschillende verkeersveiligheidsorganisaties hanteren in 1996 nog de auto-optiek, stelt Asmussen. Ook de eerste versie van Duurzaam Veilig, waar Asmussen zelf aan werkte, werd volgens hem nog door die bril bekeken.

 

Mobiliteit van gehandicapten

Een tweede oorzaak voor ontoegankelijkheid is, zo stelt Asmussen in zijn rapport, ‘het misverstand’ dat aanpassingen die gericht zijn op mensen met totale functieuitval (rolstoelgebruikers en blinden) ook nuttig zijn voor de ‘normmens’. In 1996 telt hij 6 miljoen ‘normmensen’ die aan het verkeer deelnemen en tevens dat er richtlijnen voor hen ontbreken ‘die zijn onderbouwd door een systematische analyse van de invloed van hun beperkingen op deelname aan het verkeer’.

 

Wat zou hij doen als hij nu 30 jaar was en weten wat hij nu weet, inclusief zijn ervaringen als slechtziende weggebruiker? "Dan zou ik me volledig storten op de mobiliteit van gehandicapten", zegt hij resoluut. Een groep die in Asmussens ideale verkeerssysteem niet eens meer zou bestaan.

 

Zo typeert hij gehandicapten in zijn rapport als ‘mensen die door een functiebeperking vrijwel onmogelijk bepaalde sociale maatschappelijke activiteiten (zelfstandig) kunnen uitvoeren. In het geval dat de openbare voorzieningen volledig aangepast zouden zijn aan de beperkingen die bij mensen voorkomen, zouden er geen gehandicapten meer zijn.’ Zijn rapport werd, zo herinnert hij zich, positief ontvangen. "Zeker door de gehandicapte mensen." En is er volgens hem voldoende uitvoering aan gegeven? "Nee."

 

Weginrichting-weggedrag

Asmussen groeide op in een gelukkig gezin in Indonesië. "Mijn ouders hielden veel van elkaar." Vader was sportief, maar verongelukte al op jonge leeftijd als gevolg van een fatale duik van een rots. Moeder, Erik (5 jaar) en zusje (7 jaar) vertrokken naar Den Haag om bij opa Prins te gaan wonen op de Beeklaan. "Mijn grootvader, beslist geen socialist, wandelde er vaak met Drees die er ook woonde."

 

Een foto aan de muur waarop prins Bernard een jonge Asmussen een verzetsmedaille opspeldt, herinnert aan zijn verzetsactiviteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. "Ik spioneerde en seinde informatie over Duitse militaire posities door naar Engeland." In zijn professionele leven speurde hij voort, naar nieuwe inzichten en kennis. Eerst heel praktisch bij Philips Lighting waar hij onder meer een luminatie- of helderheidsmeter ontwikkelde, evenals een rekenmethode om de reflectie-eigenschappen van wegdekken te meten.

 

Later als hoogleraar en als SWOV-directeur, richtte hij zich volledig op wetenschappelijk onderzoek naar verkeersveiligheid. En dan met name op de relatie weginrichting en weggedrag. “Ik heb altijd geloofd in het uitlokken van goed gedrag door een voor de weggebruiker herkenbare weginrichting. Als je een voertuig maakt dat eruit ziet als een raceauto, dan gaan mensen ermee racen. Dat geldt net zo goed voor de weg. Dus de visie dat je zonder te kijken naar een verkeerssysteem kunt werken aan het gedrag van mensen, daar heb ik me altijd tegen afgezet.”

 

Asmussen kijkt met trots terug op zijn werkzame leven. "Ik denk dat al het onderzoek veel geholpen heeft en ik vind het fijn dat ik veel onderzoek heb kunnen doen." Heeft hij een tip voor verkeerskundigen nu? "Laten ze alles nog maar eens goed nalezen."

Na het interview gaat hij lunchen in Steenwijk, heeft hij bedacht, samen met Sietske. Zij is een van zijn begeleid(st)ers en rijdt hem twee keer per week een middag rond en bezoekt met hem een mooi punt in de omgeving. Asmussen: "Heerlijk, even op straat." Thuis volgt hij nauwgezet het wereldnieuws op tv en ook sport. We mogen nog even een trofee voor zeezeilen vasthouden.

 

Laatste vraag: waarom vanuit de Randstad naar Wolvega? "Dat heeft mijn zoon bedacht. Hij woont hier vlakbij en beloofde me een plek waar ik goed wordt verzorgd." En? "Goed." We vertrekken. Asmussen neemt glimlachend, zelfs galant afscheid, met een handkus.

 

klik hier voor het rapport

"A Liber Amicorum dedicated to Professor Erik Asmussen'

 

Klik hier voor de Nieuwe Normmens ( gedownload van: www.mensenstraat.nl)

Spraakmakers

Artikelen 1 tot 5 van 32

1 2 3 4 5 6

Artikelen 1 tot 5 van 32

1 2 3 4 5 6

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.