‘Er is iets gaande in de mobiliteit van jongeren’

maandag 10 februari 2014 0 reacties 130x gelezen

Bert van Wee, TU Delft: 'Als deze trendbreuk werkelijk plaatsvindt, stelt dat de huidige modellen ter discussie'

Bert van Wee, TU Delft

Bert van Wee, TU Delft

Jongeren rijden minder vaak auto dan hun leeftijdgenoten 20 jaar geleden. Volgens Bert van Wee, hoogleraar aan de TU Delft, is dit gedrag niet volledig toe te schrijven aan de economische crisis maar is er ook iets anders aan de hand. ‘Jongeren ontlenen mogelijk minder status aan een auto, en nemen vaker de trein om online te kunnen zijn.’ Deze ontwikkeling raakt de fundamenten van de huidige verkeers- en vervoermodellen.

 

‘Er is iets gaande in het mobiliteitsgedrag van jongeren’, zegt Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft. ‘Het autobezit en autogebruik onder jongeren blijken af te nemen of gelijk te blijven, terwijl modellen juist groei hadden voorspeld. Deze ontwikkeling wordt niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland, Engeland, Zweden, Noorwegen, de Verenigde Staten en Japan waargenomen.’

 

Het is een trend die de fundamenten onder de huidige verkeers- en vervoermodellen kan aantasten. Van Wee: ‘Die modellen zijn gebaseerd op de veronderstelling dat mobiliteitsgedrag constant is voor bevolkingsgroepen met dezelfde demografische en sociaal-economische kenmerken. Die veronderstelling komt ter discussie te staan omdat het erop lijkt dat het mobiliteitsgedrag zich onafhankelijk van deze kenmerken ontwikkelt.'

 

Volgens Van Wee kunnen de veranderingen in het mobiliteitsgedrag met de huidige modellen alleen worden verklaard als die veranderingen samenhangen met externe factoren, zoals de economische crisis, of met kenmerken van het ruimtelijk-infrastructurele systeem, zoals brandstofprijzen, locaties van wonen en werken en reistijden. Door de crisis hebben jongeren minder inkomen te besteden, blijven ze langer leren, en langer bij hun ouders wonen. Het effect daarvan op het mobiliteitsgedrag kan met de modellen worden voorspeld.

 

Maar Van Wee constateert ook dat de verandering in het mobiliteitsgedrag zich al in 2005 heeft ingezet, ruim voor het begin van de economische crisis. Dat geeft reden om te denken dat er iets anders aan de hand is.

 

‘Een mogelijke verklaring is bijvoorbeeld dat jongeren tegenwoordig minder status ontlenen aan autobezit, omdat bijna iedereen zich een auto kan veroorloven. Ook lijkt de trein populairder te zijn geworden onder jongeren, vanwege de mogelijkheid om voortdurend online te zijn.’

 

Van Wee benadrukt dat deze verklaringen speculatief zijn. ‘Maar als deze trendbreuk werkelijk plaatsvindt, dan stelt dat de huidige modellen ter discussie, en daarmee beleidsbeslissingen die op basis van deze modellen worden genomen. Zo kunnen bijvoorbeeld sommige weguitbreidingen die met het oog op filevermindering worden uitgevoerd uiteindelijk niet rendabel blijken te zijn.’

 

Om het mechanisme achter de verandering in het mobiliteitsgedrag vast te kunnen stellen is het volgens Van Wee nodig om dit gedrag eerst beter te onderzoeken en daarin een vergelijking te maken met andere landen. De volgende stap is om vast te stellen wat de uitkomsten van dit onderzoek betekenen voor de huidige verkeers- en vervoermodellen. In deze modellen zal waarschijnlijk meer rekening moeten worden gehouden met onzekerheden in gedrag.

 

Het adaptief maken van het wegenbeleid is volgens Van Wee nodig om met deze onzekerheden om te kunnen gaan. ‘Het betekent bijvoorbeeld dat je een project als de weguitbreiding A6-A9 eerst maar gedeeltelijk aanlegt, maar wel een ruimtelijke reservering maakt. De rest van het project kan dan alsnog worden uitgevoerd als er meer zekerheid is over de mobiliteitsontwikkelingen, en daarmee over het rendement van meer asfalt.’

 

De invoering van adaptief beleid kan een grote verandering betekenen voor de werkwijze van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Van Wee: ‘Het ministerie heeft zich altijd vooral gericht op het bouwen van infrastructuur. Het zou echter een mooie kans zijn voor Nederland om als gidsland te fungeren op het gebied van adaptief beleid.’

 

Voor Van Wee zelf wordt 2013 een spannend jaar. Hij wordt voor een dag in de week wetenschappelijk directeur van onderzoeksschool TRAIL, een samenwerkingsverband tussen universitaire groepen op het gebied van verkeer en vervoer, en gericht op de opleiding van promovendi. Hoe dat gaat uitpakken moet hij nog ervaren: ‘Dit is voor mij ook een soort trendbreuk, net zo spannend en onzeker.’ Echte zorgen heeft hij echter niet voor 2013, al vindt hij het jammer dat er minder geld beschikbaar is voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.