‘Transparant communiceren is de kritische succesfactor’

maandag 10 februari 2014 0 reacties 315x gelezen

Paul Haasnoot, Strukton Civiel en Robert Coffeng, Oranjewoud: ‘In 2013 komt de doorbraak in het vergoeden op beschikbaarheid’

Robert Coffeng, Oranjewoud

Robert Coffeng, Oranjewoud

Paul Haasnoot, Strukton

Paul Haasnoot, Strukton

De adviseurs en ingenieurs van Oranjewoud en de bouwexperts van Strukton Civiel zijn sinds twee jaar gelieerd en hebben ‘een vruchtbare voedingsbodem’ gecreëerd. De spanning en uitdaging om echt integraal aan de slag te kunnen gaan, wint het van de zorg over faseringen in projecten en de precaire fase waarin de nieuwe contractvormen in de bouwprojecten zich nog bevinden. Een trendgesprek met Paul Haasnoot van Strukton en Robert Coffeng van Oranjewoud.

Paul Haasnoot, hoofd strategie, marketing en communicatie van Strukton Civiel en Robert Coffeng, adviesgroepmanager mobiliteit bij Advies en ingenieursbureau Oranjewoud, beiden onderdeel van Oranjewoud NV. Niet voor niets voeren beide heren samen één gesprek. Het toevoegen van Strukton Civiel aan de Oranjewoud-groep zal volgens Haasnoot en Coffeng op termijn een ‘goede beslissing’ blijken, die volledig aansluit bij de trend waarin er een verschuiving is van ingenieurswerk aan de zijde van de opdrachtgever naar de traditionele aannemerij. Dit weer als gevolg van nieuwe contractvormen in de bouw en het beheer van wegen.

Coffeng: ‘In de praktijk betekent dit dat aannemers zich, naast het bouwen, steeds meer bezig gaan houden met planvorming, omgevingsmanagement en verkeersmanagement. Als reactie daarop gaan veel aannemers ingenieursexpertise inkopen. Oranjewoud NV heeft het  Advies en ingenieursbureau versterkt met een aannemer in de groep. Haasnoot: ‘We zijn nu een jaar of twee aan elkaar gelieerd en weten intussen waar elkaars toegevoegde waarde ligt. In 2013 gaan we daar nog meer praktische ervaring mee opdoen, en blijven we zoeken naar waar we elkaar kunnen versterken.’ Coffeng voegt daaraan toe: ‘Tegelijkertijd zijn de verscheidenheid en onafhankelijkheid tussen de twee organisaties van belang. Wij moeten bijvoorbeeld ook voor een overheid onafhankelijk en toetsend kunnen optreden.

Wat doen Haasnoot en Coffeng in 2013 anders dan in 2012?
Haasnoot: ‘Ik merk dat de (bouw)markt na 10 jaar volwassen wordt in het transparant communiceren. Belangrijk, want daar ligt een kritische succesfactor voor het slagen van grote projecten. We zullen in 2013 meer en meer in openheid, vooraf allerlei consequenties bespreken. Daardoor komt er meer informatie los over projecten en zijn we minder tijd kwijt aan het achteraf zoeken naar wat er nu werd bedoeld. Anders gezegd: als er meer informatie loskomt, kun je een betere aanbieding doen, krijg je betere contracten en kom je in de realisatiefase tot betere uitvoering.’

‘Bij Oranjewoud zoeken we heel bewust naar werkvelden waarin we ons kunnen onderscheiden’, zegt Coffeng, ‘en binnen mobiliteit is dat op het gebied van bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzame mobiliteit. Daarin hanteren we het punaise profiel. De prikker is ons specialisme, maar de kennis van het veld waarin we prikken, de inbedding, houden we ook op peil.’

Welke algemene trends zien Haasnoot en Coffeng?
Haasnoot voorziet dat er in de bouwcontracten in 2013 een doorbraak komt in het vergoeden op beschikbaarheid op en rond het wegvak. ‘Er zijn bij opdrachtnemers nu verschillende modellen ontwikkeld om die beschikbaarheid te meten, waarbij de opdrachtgever de uitkomsten audit. Het kan zijn dat Rijkswaterstaat voor één model gaat kiezen. Overigens is het nog niet eens zo bijzonder dat we de beschikbaarheid zelf kunnen meten, want ingewikkelder is het om al die factoren in kaart te brengen die van invloed zijn op de beschikbaarheid, en die goed te managen zijn; zoals incidentmanagement of de kwaliteit en onderhoudbaarheid van het wegdek.

Coffeng noemt ‘bereikbaarheid’ als trend, waarbij – als gevolg van de bezuinigingen – minder geld beschikbaar komt voor realisatieprojecten. ‘Onderhoud en benutting van het bestaande wegennet wordt dan nog belangrijker. Dan moet je oplossingen zoeken in faseringen van projecten of in meer overdag werken. Dat laatste heeft weer gevolgen voor de beschikbaarheid. De doorstroming wil je garanderen met nieuwe netwerkbrede regelscenario's en de belangen van de omgeving worden geborgd met goed omgevingsmanagement. Ook provincies en grotere gemeenten zullen eerder kiezen voor onderhoudsopdrachten, dan voor nieuwbouw. Ik verwacht daardoor een ander soort opdrachten. Zo zal een brug misschien eerder worden versterkt in plaats van afgebroken en opnieuw gebouwd.’

Hoe vertalen Haasnoot en Coffeng deze trends terug naar de eigen bedrijfsvoering?
Haasnoot: ‘We kennen natuurlijk de voorbeeldprojecten van tunnels die niet open gingen. Daar spelen we in de bedrijfsvoering onder meer op in door kennis op te doen van verkeers- en tunneltechnische installaties. En ook door ons meer te richten op onderhoud en een goede beheerorganisatie op te zetten; bijvoorbeeld ploegen die klaar staan om direct op te treden.’

‘Bij Oranjewoud wordt de focus op bereikbaarheid en op de eigen specialisaties ondersteund, door gerichte cursussen ‘Omgevingsmanagement’ aan onze klanten en onze projectteams aan te bieden.’ ‘En’, zegt Coffeng, ‘Als we kijken naar onze combinatie met Strukton, dan gaan we nóg meer werk maken van elkaars toegevoegde waarde.’

 

Waar kijken Haasnoot en Coffeng met spanning naar uit en wat is hun grootste zorg?
Haasnoot: ‘Ik kijk uit naar uitdagend en integraal werk, zelfs zo integraal dat er planvorming in voorkomt. Daar hebben we veel in geleerd en in geïnvesteerd en willen dat nu graag gaan toepassen. Mijn grootste zorg is dat er veel projecten worden doorgeschoven vanwege de bezuinigingen. En vooral als daar niet transparant over wordt gecommuniceerd. Je past je bedrijfsvoering aan op faseringen, maar je wilt daar wel wat helderheid in krijgen en niet op het laatste moment horen dat een project niet doorgaat en je allerlei mensen op de bank hebt zitten.’

De grootste zorg van Coffeng, is de druk op de kwaliteit in nieuwe contracten, met name als het gaat om het concretiseren en objectiveren van kwaliteit in de EMVI (economisch meest voordelige inschrijving). ‘Het is belangrijk dat de aanbesteder concreet maakt welke kwaliteitseisen ze stelt en op welke wijze je daaraan voldoet. Daarmee voorkom je niet alleen dat de laagste prijs ook de laagste kwaliteit betekent, maar ook dat je verderop in het traject met beheer en onderhoud in de problemen komt, waarmee ook de beschikbaarheid van de infrastructuur onder druk komt te staan. De kwaliteit mag niet pas blijken nadat het project van start is gegaan. Het zou daarnaast helpen als de aanbesteder echt durft te discrimineren op kwaliteit: Durf een 3 of een 9 te geven. Als iedereen tussen een 7 en een 8 scoort blijft alleen de prijs doorslaggevend.’

Naast deze zorg kijkt Coffeng, evenals Haasnoot met spanning uit naar de uitvoering van integrale opdrachten. ‘Dan kunnen we als Strukton en Oranjewoud echt samen optrekken. Ik denk dat we een goede basis, een mooie voedingsbodem hebben en kijk met spanning uit wat daar uit kan bloeien.’

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.