Uit de journals: ov-reisinformatie, wegonderhoud en actieve modaliteiten

donderdag 27 juni 2019
timer 7 min

In deze aflevering van de rubriek ‘Internationale vakliteratuur’ samenvattingen van een studie naar de effecten van real-time ov-informatie voor de reiziger, een methode voor onderhoudsplanning aan wegen en vier studies rond het stimuleren van actieve modaliteiten. 

 

 

Verkorte wachttijd effect van realtime ov-informatie 

 Veel ov-bedrijven verstrekken realtime informatie aan de reiziger over de locatie of aankomsttijd van voertuigen, via borden op haltes en stations en via internet of smartphone-apps. Inmiddels zijn de voordelen van deze informatie voor de reiziger al door meerdere wetenschappers wereldwijd onderzocht. Candace Brakewood (University of Tennessee) en Kari Watkins (Georgia Institute of Technology) legden achtentwintig studies naast elkaar en vergeleken de resultaten voor wachttijd, totale reistijd met ov, ov-gebruik, tevredenheid en persoonlijke veiligheid. Deze factoren vertegenwoordigen volgens hen de belangrijkste effecten van realtime informatie voor de ov-reiziger. 

Uit de vergelijking bleek dat de relatie tussen realtime informatie en wachttijd tot nu toe het meest grondig is onderzocht, in dertien van de achtentwintig studies. In theorie kan de objectieve wachttijd afnemen doordat reizigers met realtime informatie thuis of op locatie kunnen beslissen later te vertrekken richting de halte of het station. De subjectieve wachttijd kan afnemen doordat reizigers minder onzekerheid hebben over het arriveren van het voertuig. Vrijwel alle studies toonden dit effect aan, oplopend tot een reductie van ongeveer twee minuten voor objectieve én subjectieve wachttijd. Wachttijdreductie lijkt daarmee het belangrijkste effect van realtime informatie. Studies naar de andere factoren waren schaarser en de resultaten over ov-gebruik, tevredenheid en persoonlijke veiligheid lieten geen overwegend positief effect zien. Hier ligt nog ruimte voor verder onderzoek.  

  

  

Brakewood, C. en Watkins K (2019), ‘A literature review of the passenger benefits of real time transit information’, Transport Reviews 39(3), pagina 327-356. 

  

Model voor optimaal wegonderhoud 
Wegonderhoud heeft een hoge prioriteit maar de budgetten zijn beperkt. Computermodellen helpen wegbeheerders te bepalen hoe ze deze budgetten zo goed en efficiënt mogelijk kunnen inzetten. De meest gebruikte methode daarvoor is single-objective optimalisatie, gericht op een enkele doelstelling, zoals het minimaliseren van kosten. Daarvoor moeten alle criteria die meewegen gekwantificeerd zijn en in een gewogen som bij elkaar zijn opgeteld.  

Dat kwantificeren is voor sociale en milieudoelen niet altijd eenvoudig. Daarom stellen Italiaanse onderzoekers van de Universiteit van Rome en de Universiteit van Catania een multi-objective optimalisatiemethode voor, waarin elk criterium een eigen doelfunctie heeft. Het nadeel van deze methode is dat er niet één enkele oplossing uit het model rolt, maar een uitgebreide set van optimale oplossingen binnen de gestelde randvoorwaarden. De wegbeheerder kan hieruit vaak niet direct de beste oplossing selecteren. Om hem hierbij te ondersteunen maakten de onderzoekers de methode interactief. De wegbeheerder groepeert de eerste set oplossingen in ‘goede’ en ‘andere’ oplossingen. Het model genereert vervolgens een set beslisregels, als-dan-redeneringen, volgens welke de beheerder waarschijnlijk tot zijn onderscheid tussen ‘goed’ en ‘overig’ is gekomen. De beheerder pikt hier de beslisregel uit die het best overeenkomt met zijn doelstellingen, bijvoorbeeld ‘als het aandeel van het wegdek in goede conditie minimaal 80 procent is en de toename in veiligheid is 1,97 dan is de oplossing goed’. Die beslisregel wordt als randvoorwaarde meegenomen in het vervolg. Het model berekent dan opnieuw een set optimale oplossingen. Dit proces gaat door totdat de beheerder één optimale oplossing heeft kunnen selecteren. 

Augeri, M.G., Greco, S., en Nicolosi, V. (2019), ‘Planning urban pavement maintenance by a new interactive multiobjective optimization approach’, European Transport Research Review 11(17), pagina 1-14.  

4 inzichten voor beleid rond actieve modaliteiten 

Fietsen en lopen eigen beleid 

Onderzoekers van de Technische Universiteit Delft en het KiM voerden een studie uit naar de determinanten van de keuze voor actieve modaliteiten, fietsen en lopen, op basis van data van het Mobiliteitspanel Nederland en een aanvulling hierop. Hieruit bleek dat individuele kenmerken meer invloed op fietsen hebben en kenmerken van het huishouden meer op lopen. Ook bleek dat reizigers waarschijnlijk niet de keuze maken tussen auto, ov en actieve modaliteiten, maar tussen auto, ov, lopen en fietsen. Beleidsmakers die actieve modaliteiten willen bevorderen kunnen daarom beter verschillend beleid ontwikkelen voor fietsen en voor lopen.  

Ton, D., Duives, D.C., Cats, O. en Hoogendoorn-Lanser, S. (2019), ‘Cycling or walking? Determinants of mode choice in the Netherlands’, Transportation Research Part A 123, pagina 7-23. 

Variatie in modaliteitskeuze 

Onderzoekers van de Universiteit Twente onderzochten de intrapersoonlijke variaties in modaliteitskeuze op basis van smartphonedata uit 2015 van 432 respondenten. Ongeveer de helft van de respondenten koos bij vrijwel alle vastgelegde trips langer dan 2 kilometer voor de auto, en bij kortere trips ook voor fietsen of lopen. De andere helft koos vaker voor ov. Hun intrapersoonlijke variatie was relatief hoog voor afstanden tussen de 1 en de 10 kilometer. Het idee is dat mensen die vaker kiezen voor verschillende modaliteiten ook meer vatbaar zijn voor gedragsverandering en dus een effectievere doelgroep voor beleid. Via smartphone-applicaties is die doelgroep mogelijk te identificeren en te stimuleren om alternatieve modaliteitskeuzes te maken.  

Thomas, T., La Paix Puello, L. en Geurs, K. (2019), ‘Intrapersonal mode choice variation: Evidence from a four-week smartphone-based travel survey in the Netherlands’, Journal of Transport Geography 76, pagina 287-300.  

Invloed van de omgeving op lopen 

Onderzoekers aan de University of the West of England in Bristol verkenden hoe gevoelservaringen tijdens het lopen de intenties om te lopen beïnvloeden. Een van de onderdelen in het onderzoek was een virtuele wandeling op basis van video en audio door vijf verschillende delen van het centrum van Bristol, waarbij de 384 deelnemers hun stressgevoelens (nerveus, kalm, etc.) en humeur (vrolijk, verdrietig, etc.) moesten scoren. In een ander onderdeel gingen veertien deelnemers lopend het centrum in en rapporteerden met foto’s wat hen opviel in de omgeving en wat dit met hen deed. Uit een kwantitatieve en kwalitatieve analyse bleek dat de gevoelservaring tijdens het lopen daadwerkelijk effect heeft op de intentie van mensen om ook in de toekomst te kiezen voor lopen. Verder vonden de onderzoekers dat de aanwezigheid van gemotoriseerd verkeer, drukte in de stad en een weinig esthetische aanblik van de omgeving voor negatieve gevoelens kunnen zorgen en daarmee een barrière vormen voor een positieve loopervaring.

    

Bornioli, A., Parkhurst, G., en Morgan, P.L. (2019), ‘Affective experiences of built environments and the promotion of urban walking’, Transportation Research Part A 123, pagina 200-215.  

Kantoor in de stad: meer fietsen en lopen 

Op veel plaatsen is het beleid om kantoren van locaties die vrijwel alleen maar per auto bereikbaar zijn naar een meer centrale locatie in de stad te verplaatsen, met als achtergrond om ov-gebruik te stimuleren. Wetenschappers van de Norwegian University of Science and Technology in Trondheim onderzochten via een casestudy van de verplaatsing van het kantoor van een regionale krant in Trondheim of dit ook een positief effect heeft op fietsen en lopen. Ze vonden ongeveer een verdrievoudiging van het aantal fietsers, lopers en ov-gebruikers onder de werknemers van het kantoor.  

Pritchard, R. en Frøyen (2019), ‘Location, location, relocation: how the relocation of offices from suburbs to the inner city impacts commuting on foot and by bike’, European Transport Research Review 11(14), pagina 1-20.  

Selectie uit vijf journals 

Voor deze serie wordt een selectie gemaakt uit artikelen gepubliceerd in recente uitgaven van de wetenschappelijke journals Transportation Research A, Transport Policy, Transport Geography en Transport Reviews. Voor deze aflevering is daar European Transport Research Review aan toegevoegd. Links naar de artikelen staan op www.verkeerskunde.nl/vakkennis. Sommige artikelen zijn niet open access. Ze zijn wel in te zien of te downloaden op de locaties van de meeste universiteitsbibliotheken.  

Nationaal Verkeerskundecongres
Op het Nationaal Verkeerskundecongres kunt u kennis delen, kennis verwerven en contact leggen met collega's uit úw vakgebied. Komt u ook, op 31 oktober naar Den Haag?
Lees hier meer.

 
Auteur: Leonie Walta

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief