Uit de journals: MaaS, trottoirbanden en deelfietsen

vrijdag 26 april 2019 Leonie Walta 0 reacties 130x gelezen

In deze eerste aflevering van een nieuwe serie in de rubriek Vakkenis:  ‘Internationale vakliteratuur’ samenvattingen van een studie naar vijf niveaus van MaaS-acceptatie en -integratie, een Nederlandse studie naar de meeste vergevingsgezinde trottoirbanden en vijf verschillende studies naar deelfietsen.
tabel Levels of Maas Integration

tabel Levels of Maas Integration

MaaS als evolutionaire ontwikkeling
Velen zien Mobility as a Service (MaaS) als een veelbelovend alternatief voor of aanvulling op autobezit, en als zodanig als nieuw en revolutionair. Glenn Lyons (University of the West of England), Paul Hammond and Kate Mackay (Mott MacDonald) betogen dat het eerder een evolutionaire ontwikkeling is, een steeds verdergaande integratie van het mobiliteitssysteem.

Ze presenteren een taxonomie van niveaus van integratie, geïnspireerd op de vijf niveaus van automatisch rijden, waarbij ze de ervaring van MaaS door de gebruiker als perspectief kiezen. In deze taxonomie nemen operationele integratie, integratie van informatie en integratie van boeking en betaling steeds verder toe.

De auteurs onderschrijven de impact die MaaS kan hebben op het mobiliteitssysteem maar temperen met hun analyse ook de hooggespannen verwachtingen. Ze zien belemmeringen in de organisatie van dienstenaanbieders, wijzen erop dat levensvatbare alternatieven voor de auto aanwezig moeten zijn voordat integratie van informatie, boeking en betaling van toegevoegde waarde zijn en laten op basis van kennis over keuzegedrag zien dat er een duidelijke aanleiding moet zijn voor gebruikers om alternatieve mobiliteitskeuzes te maken. Ze sporen aan tot meer onderzoek om de houding, behoeften en keuzegedrag van gebruikers met betrekking tot MaaS in kaart te brengen en daarmee de businessmodellen voor MaaS beter te onderbouwen.

Bron: Lyons, G., Hammond, P. en Mackay, K. (2019), ‘The importance of user perspective in the evolution of MaaS’, Transportation Research Part A 121, pagina 22-36. https://doi.org/10.1016/j.tra.2018.12.010

Liever geen rechthoekige trottoirbanden
Om voetgangers en fietsers van elkaar gescheiden te houden passen wegontwerpers verschillende opties toe: trottoirbanden met een rechte hoek, een aflopende trottoirband en een visuele afscheiding zonder niveauverschil. Rechthoekige banden zijn niet vergevingsgezind voor fietsers, maar de andere opties leiden mogelijk tot aanrijdgevaar omdat ze minder barrière vormen om te fietsen over het voetpad en te lopen over het fietspad.

Onderzoek van Rijkswaterstaat, Universiteit Utrecht en Technische Universiteit Delft bracht het gedrag van fietsers en voetgangers rond deze drie vormen van scheiding tussen voetpad en fietspad in kaart. De onderzoekers observeerden 14.500 fietsers en 3.500 voetgangers op 12 verschillende locaties in Amsterdam en vergeleken deze resultaten met waarnemingen in andere Nederlandse steden. Uit de studie bleek dat de rechthoekige banden het verkeer wel het beste scheiden maar dat het aantal overschrijdingen van de afscheiding (vooral fietsers op het voetpad), met 0,09 procent voor aflopende banden en 0,76 procent voor gelijk niveau, binnen de perken bleef. Vanwege hun vergevingsgezindheid zijn deze twee opties daarom te beschouwen als best practice. De onderzoekers bevelen aan om de aflopende band te gebruiken in situaties waarin scheiding tussen de stromen belangrijk is en de visuele scheiding in situaties waarin meer vergevingsgevindheid nodig is.

Bron: Janssen, B., Schepers, P., Farah, H. en Hagenzieker, M. (2019), ‘Behaviour of cyclists and pedestrians near right angled, sloped and levelled kerb types: Do risks associated to height difference of kerbs weigh up against other factors’, European Journal of Transport and Infrastructure Research 18(4), pagina 360-371. https://d1rkab7tlqy5f1.cloudfront.net/TBM/Over%20faculteit/Afdelingen/Engineering%20Systems%20and%20Services/EJTIR/Back%20issues/18.4/Janssen.pdf

5 studies naar deelfietsen wereldwijd 

Minnesota
Wetenschappers van de University of Minnesota deden onderzoek naar de relatie tussen het gebruik van deelfietsen van aanbieder Nice Ride Minnesota en de nabijheid van huurlocaties. Ze hadden daarvoor de beschikking over data van huurders over een periode van zes jaar. Uit het onderzoek bleek dat hoe dichterbij de huurlocatie hoe vaker er gebruik van werd gemaakt. Ook gingen huurders frequenter gebruik maken van de deelfietsen als er een huurlocatie dichterbij werd geopend. Deze toename hing af van de wijk waarin de huurlocatie gevestigd was, in wijken met een hogere bevolkingsdichtheid en veel winkels nam het gebruik meer toe.

Shanghai
Deelfietsen zonder vaste huurlocatie, dockless bikesharing genoemd, hebben in Shanghai geleid tot een toename van ongeveer 10 procentpunt in het aandeel van fietsers in het woonwerkverkeer en overig verkeer, concluderen onderzoekers van de Fudan University in Shanghai. Ongeveer een derde van de mensen die eerder kozen voor de combinatie openbaar vervoer en lopen reisden na de lancering van de nieuwe dienst per deelfiets. Het aantal overstappers vanuit de privéauto was veel kleiner.

Seattle
In Seattle keken onderzoekers van vier Noordamerikaanse universiteiten naar de gelijkheid in de ruimtelijke verdeling van dockless bikes over de stad. Er kwamen naar verhouding meer fietsen terecht in wijken met hogere inkomens, meer voorzieningen en meer hoogopgeleide bewoners, maar in alle wijken bleven de fietsen in zekere mate beschikbaar. De herverdeling van fietsen over de wijken door de aanbieder, om aan de vraag te blijven voldoen, bleek in verhouding met het gebruik.

Delft
Aan de Technische Universiteit Delft onderzochten Kees van Goeverden en Gonçalo Correia het peer-to-peer fietsdelen op stations. Er is een mogelijke match tussen mensen die voor woon-werkverkeer op de fiets naar het station gaan en mensen die vanaf dat station de fiets als natransport gebruiken. Als zij een fiets kunnen delen scheelt dat in de benodigde fietsparkeerplaatsen op het station. De onderzoekers deden een verkennende studie naar het potentieel hiervan, los van de bereidheid tot delen, en concludeerden dat er theoretisch maximaal 13 tot 50 procent aan potentieel is, afhankelijk van het aandeel reizigers dat kiest voor de fiets als natransport en dat eerder niet deed. In werkelijkheid zal het percentage lager uitpakken, onder meer omdat niet iedereen bereid zal zijn een fiets met een ander te delen en een match niet in alle gevallen haalbaar is.

Hull
Cyrille Médard de Chardon van de University of Hull analyseerde doelstellingen, voordelen en effecten van deelfietsen op basis van literatuuronderzoek en interviews met Europese en Noord-Amerikaanse stakeholders. Hij concludeerde dat de manier waarop steden deelfietsdiensten implementeren onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen, zoals toename van het aantal fietsers. Te vaak bieden ze volgens hem deelfietsen aan als solitaire oplossing, en niet als onderdeel van een integraal plan voor de transitie van stedelijke mobiliteit. Zo is er bijvoorbeeld te weinig aandacht voor het tegelijkertijd aanpassen van de fietsinfrastructuur. Daardoor blijven de effecten beperkt.

Bronnen naar 5 studies

Wang, J. en Lindsey, G. (2019), ‘Do new bike share stations increase member use: A quasi-experimental study’, Transportation Research Part A 121, pagina 1-11.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.01.004

 

Jia, Y. en Fu, H. (2019) ‘Association between innovative dockless bicycle sharing programs and adopting cycling in commuting and non-commuting trips’, Transportation Research Part A 121, pagina 12-21.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2018.12.025

 

Mooney, S.J., Hosford, K., Howee, B., Yane, A., Winters, M., Bassok, A., Hirsch, J.A. (2019) ‘Freedom from the station: Spatial equity in access to dockless bike share’, Transport Geography 74, pagina 91-96.

https://doi.org/10.1016/j.jtrangeo.2018.11.009

 

Goeverden, K. van, en Correia, G. (2019) ‘Potential of peer-to-peer bike sharing for relieving bike partking capacity shortage at train stations: and explorative analysis for the Netherlands’, European Journal of Transport and Infrastructure research 18(4), pagina 457-474.

https://d1rkab7tlqy5f1.cloudfront.net/TBM/Over%20faculteit/Afdelingen/Engineering%20Systems%20and%20Services/EJTIR/Back%20issues/18.4/van%20Goeverden.pdf

 

Médard de Chardon, C. (2019) ‘The contradictions of bike-share benefits, purposes and outcomes’, Transportation Research Part A 121, pagina 401-419.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.01.031


 

Verantwoording
Voor deze serie wordt een selectie gemaakt uit artikelen gepubliceerd in recente uitgaven van de wetenschappelijke journals Transportation Research A, Transport Policy, Transport Geography, Transport Reviews en European Journal of Transport and Infrastructure Research. Sommige artikelen zijn niet open acces. Ze zijn wel in te zien of te downloaden op de locaties van de meeste universiteitsbibliotheken.

Reageren

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Legenda
Bij dit veld is invoer verplicht.

Serie Vakkennis

serie vakkennis

Artikelen 6 tot 9 van 9

1 2

Artikelen 6 tot 9 van 9

1 2

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2019 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.