We zijn helemaal niet zover als we denken

Kwartiermaker VN-verdrag verbindt mensen die moeten bijdragen aan inclusieve samenleving

donderdag 26 oktober 2017 Nettie Bakker 34x gelezen

Eind vorig jaar ratificeerde Nederland als een na laatste land het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking. Dit betekent dat toegankelijkheid van de publieke ruimte voor alle mensen – op basis van wetgeving - moet worden gegarandeerd. Dat gaat niet vanzelf. Er zijn meerdere ministeries en meerdere publieke en private actoren voor aan zet. Dat vraagt om een kwartiermaker die ‘verbindt, verbindt en verbindt’. Een gesprek met Co Engberts.
Co Engberts, kwartiermaker bij VWS voor de implementatie van het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking

Co Engberts, kwartiermaker bij VWS voor de implementatie van het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking

Wat doet een kwartiermaker voor het VN-verdrag?
Engberts: ‘De ratificatie betekent dat het verdrag moeten worden omgezet in wetgeving voor allerlei publieke en private partijen, die samen tot een ketenaanpak moeten komen. Dit verdrag betekent dan ook een flinke maatschappelijke uitdaging omdat eigenlijk alle maatschappelijke actoren hun schouders er onder moeten zetten, inclusief meerdere ministeries en vakdisciplines. Dus gaat het om ontschotten en over je schutting kijken: ‘sluiten mijn maatregelen aan op de buitenwereld?’ Kortom, ik spreek veel mensen en verbind, verbind en verbind.’

 

Wat behelst het VN-verdrag?
‘Het verdrag stelt dat mensen met een beperking zoveel mogelijk kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. Zowel publieke als private partijen worden hiervoor via wetgeving verantwoordelijk gesteld.’

 

Wat betekent dit in de praktijk?
‘We zijn in de praktijk vaak minder ver dan we soms denken. Dat merk ik bijvoorbeeld aan mensen die geëmotioneerd uit het buitenland komen. Zij ervaren daar minder vaak beperkingen dan in Nederland. Dat komt met name omdat we hier veel verantwoordelijkheden apart hebben georganiseerd. Je kunt bijvoorbeeld een toegankelijke trein hebben en zelfs een toegankelijk station, maar hoe beweeg je je daarvandaan naar het stadscentrum? Wordt daarover nagedacht? En door wie?’

 

Regie op ketenaanpak
‘Hoe je tot grotere toegankelijke gebieden komt, is een goede vraag. Want wie neemt verantwoordelijkheid voor gebieden die niet onder het eigen beheer vallen? Daarvoor zal iedereen een stukje over zijn eigen schutting moeten kijken, beoordelen of de toegankelijkheid ook daar is gegarandeerd en samen aan de slag gaan.’

 

De participerende mens
‘Ook moeten we leren omdenken. We moeten de participerende mens als uitgangspunt nemen en niet de samenleving zoals we die nu hebben georganiseerd. Niet denken: als iemand niet in staat is om arbeidsplaatsen te bereiken, verklaren we hem of haar arbeidsongeschikt. Dat lijkt sociaal, maar de effecten zijn niet sociaal. Dus, niet kijken naar de beperkingen van mensen, maar naar de beperkingen die wij voor hen hebben gecreëerd in de samenleving.

Denk aan het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs. Dat lijkt goed geregeld, maar het betekent ook dat deze kinderen in hun eigen wijk minder makkelijk vriendjes krijgen. Ze gaan eerder van huis en komen vaak later thuis. Dat kan tot eenzaamheid leiden. We moeten dus leren om als lokale partijen los te komen van structuren en goed te kijken naar wat mensen beweegt.’

 

Hoe lang blijft u kwartiermaker?
‘Ik ben kwartiermaker sinds 1 juli 2016. Eind 2019 herijken we het proces van wetgeving, bewustwording en omdenken’.

 

U bent kwartiermaker voor het Rijk. Moeten andere overheden ook een kwartiermaker instellen?
‘Ik ben verantwoordelijk voor de hele breedte. Ik kan me voorstellen dat gemeenten een projectleider aanstellen voor de uitvoering van de eisen die het verdrag stelt. Mobiliteit staat hierbij overigens hoog op de agenda, evenals een ruimtelijke inrichting zonder belemmeringen. Ook bij mensen met een beperking leven deze aspecten heel sterk.’

 

Andere landen hebben al ervaring met dit verdrag. Wat levert het daar op?
‘Als het goed is levert dit verdrag minder vaak belemmeringen op voor mensen met een beperking. In tegenstelling tot veel andere landen hebben wij gekozen voor vergaande decentralisaties. Dit maakt een centrale aanpak hier ingewikkelder dan in andere landen. De regie ligt nu officieel bij het ministerie van VWS, maar mobiliteit en ruimtelijke inrichting zijn gebieden met nog veel beperkingen. Daar gaat het ministerie van VWS niet over. Een landsbreed netwerk op dit gebied kan dus veel effect hebben.’

 

Hebben alle betrokkenen voldoende kennis en middelen om de nodige maatregelen te nemen?
‘Het is typisch Nederlands om het al snel over geld en middelen te hebben. Maar wat vooral nodig is, is bewustzijn en kennis over belemmeringen die we creëren in de samenleving voor mensen met een beperking. Als je kinderen kunt laten participeren in reguliere scholen en sportverenigingen, en later in het arbeidsproces, levert dat een enorme gezondheidswinst op. Een punt van aandacht is dat de baten van investeringen lang niet altijd terugvloeien naar de investeerders. Neem het doelgroepenvervoer. Als je kinderen met een beperking naar scholen in de eigen buurt wilt laten gaan en die scholen moeten daarvoor investeren, dan moet je samen tot oplossingen komen.’

 

Wat is de stand van zaken tot nu toe?
Zo langzaam maar zeker ontstaat een netwerk van actoren op alle schaalniveaus en is er sprake van bewustwording. Mijn wens is dat in 2018 in alle college-akkoorden sprake is van een ‘inclusieve agenda’.

Inhoud laatste dossier

EU-beleid

Naar alle eerdere dossiers

Verkeerskunde is een uitgave van ANWB.
© 2018 www.verkeerskunde.nl - alle rechten voorbehouden.