Samen, publiek en privaat automobilisten informeren

dinsdag 11 juli 2023
Het Safety Priority Services-partnership tussen ANWB, Be-Mobile, KIA, Hyundai, INRIX en Tomtom heeft het eerste jaar achter de rug. Wat levert dit op? Verkeerskunde spreekt met operationeel projectmanager SPS, Ronnie Poorterman (Keypoint, namens het ministerie van IenW) en overall projectmanager SPS, Erik Vrijens (namens het ministerie van IenW) over de doelstellingen en resultaten uit het eerste jaar.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft na een openbare aanbesteding met zes bedrijven afspraken gemaakt over het Safety Priority Service-partnership, SPS. Via deze bedrijven wordt een groot aantal autofabrikanten en navigatiediensten betrokken. SPS maakt het mogelijk weggebruikers op alle wegen in Nederland te informeren en te waarschuwen, ook op provinciale en lokale wegen. Naast de partnerbedrijven kunnen uiteraard ook andere leveranciers de beschikbare SPS-data gebruiken voor het informeren van weggebruikers. Het project stimuleert zo het gebruik van diensten gericht op het vergroten van de verkeersveiligheid, het geeft inzicht in de impact van de meldingen en in de kwaliteit en bruikbaarheid van onderliggende publieke data.

Actief bij de autogebruikers

SPS richt zich op in-car berichten. Welke diensten vallen binnen die scope? Poorterman: “Dat zijn er meerdere. Denk aan: filestaartwaarschuwingen, waarschuwingen voor naderende nood- en hulpdiensten, veiligheidsgerelateerde berichten zoals waarschuwingen voor rommel en obstakels op de weg en voor gladheid, maar ook informatie over verboden en geboden, zoals de geldende maximumsnelheid of milieuzones. Het project is er vooral op gericht om deze diensten ook zoveel mogelijk actief door autogebruikers te laten gebruiken. Doel is om zowel de verkeersveiligheid te verbeteren als de kwaliteit van de publieke data.” Ondertussen worden in het project ‘Verkeersmanagement Informatie Voor Route Advies’ (VM-IVRA), de mogelijkheden van slimme routering onderzocht, zoals het vermijden van school- en milieuzones. De uitrol van volwassen datatoepassingen uit dit project, zoals vermijden van schoolzones, kunnen mogelijk te zijner tijd een plek krijgen onder de vlag van SPS.

Veiligheid voorop

SPS wil dus het gebruik van navigatiediensten stimuleren, maar dat is soms lastig te verenigen met het streven om mensen ‘mono’ te laten rijden, dus zonder te veel afleiding en met de handen aan het stuur. Daarom zijn de diensten zo ingericht dat bestuurders - net als nu - hun handen zoveel mogelijk aan het stuur kunnen houden. Als er gegevensinvoer van de bestuurder nodig is, gebeurt dat bij voorkeur via spraak en vóór de rit. Ook de veiligheid van data is vastgelegd: er worden geen persoonlijke gegevens uitgewisseld tussen bedrijven en overheden, alleen geaggregeerde en geanonimiseerde data.

Gebruik stimuleren

Om de diensten aan te bieden bij automobilisten werkt het ministerie dus samen met bovengenoemde partners. “Er is nu technisch al veel mogelijk op het gebied van smart mobility”, legt Vrijens uit, “maar dat wordt gefragmenteerd aangeleverd. Zo deed Flitsmeister (onderdeel van Be-Mobile) al aan ambulance-meldingen, TomTom verzorgde al filestaartmeldingen en diverse verboden werden ook gefragmenteerd getoond. Met SPS willen we meer grip krijgen op smart mobility. Dat doen we onder het motto ‘How can we help you, to help us? in deploying Safety Priority Services’. We doen het echt samen met de partners. Het mechanisme richt zich niet zozeer op het realiseren van een dienst, en om hoeveel mensen een appje kunnen downloaden, maar om daadwerkelijk gebruik van de dienst. We kijken daarbij naar werkelijk gebruik en aantal voertuigkilometers. Daarvoor is ook een financieel mechanisme ingericht waarbij gebruik van filestaartwaarschuwingen en meldingen van naderende nood- en hulpdiensten voor de projectpartners financieel beloond wordt op basis van gereden kilometers. Het uitgangspunt is: de weggebruiker is jullie klant, hoe kunnen wij, als ministerie, daar bij helpen?”

Data verbeteren

Ook onderdeel van het project is het verbeteren van publieke data. Daarvoor is een zogenoemde feedbackloop ontworpen. Poorterman: “De partners leveren elk kwartaal een feedbackrapportage, waarin ze hun bevindingen over gebruik van de publieke data rapporteren. Was de data compleet, zitten er nog fouten in, is de data tijdig actief en – heel belangrijk- tijdig weer inactief?”. Poorterman noemt als voorbeeld incidentenmeldingen. “Die hebben nu een automatische afmeldtijd van 75 minuten, maar in de praktijk is zo’n incident vaak veel sneller opgelost. Dan is bijvoorbeeld een stilstaande auto weer gaan rijden of afgesleept en de doorstroming weer op peil. Dit is een van de onderwerpen die uit het partnership naar voren kwamen en wij pakken dat dan weer op.”

Langdurige samenwerking

Het traject loopt drie jaar en het eerste jaar is nu ruim achter de rug. De ambitie is om - ook na deze periode - de samenwerking verder vorm te geven en meer partijen te laten aansluiten, zodat de verkeersveiligheid en de data verder verbeterd kunnen worden. Vrijens: “We willen als overheid dat mensen goed geïnformeerd op weg gaan en daarbij worden we ook een beetje geholpen door de markt. EuroNCAP heeft bijvoorbeeld in de criteria ook deels dezelfde diensten, zoals waarschuwingen voor hulpdiensten, opgenomen. Daardoor hoeven wij er minder aan te trekken en ontstaat er juist vraag vanuit de industrie.”

Resultaten

In het eerste jaar zijn in de proef ongeveer 24 miljard voertuigkilometers betrokken, 35 procent meer dan verwacht. Een greep uit de verdere resultaten:

  • Nieuwe diensten zoals filestaartwaarschuwingen worden nu volgens hoge kwaliteitseisen geleverd aan Nederlandse automobilisten. Het gaat hier om diensten die anders niet in Nederland gerealiseerd zouden worden. Sommige partners ontwikkelen nu diensten specifiek voor de Nederlandse markt, in de hoop dat deze diensten zo worden opgeschaald naar Europees niveau.
  • Er is interesse vanuit diverse andere marktpartijen. Voordeel is dat daarmee de publieke data nog breder gebruikt gaan worden en nog meer weggebruikers tijdens hun reis ondersteund worden om veilig te rijden.
  • 94 procent van de automobilisten die een filestaartwaarschuwing kregen, ging ook daadwerkelijk langzamer rijden of waren in ieder geval alerter.
  • Er is een significant positief verband tussen het remgedrag en de ernst van incidenten (ongevallen, wegafsluitingen).48 procent van de automobilisten maakte dankzij een nood-en hulpdienstmelding ruimte voor een hulpvoertuig. Nog eens 46 procent was door de melding alerter op het naderende hulpvoertuig.

Meer lezen

Lees hier de onderzoeksresultaten uit het eerste jaar.

 

 

 

mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.