Gezondheid als startpunt voor slimme steden

donderdag 22 december 2016
timer 7 min

‘Onze verstedelijkingsopgave is, met veel onzekerheden, geraamd op een miljoen extra woningen tot 2040’, zegt Brenda Vervoorn, werkzaam bij het Programma Slimme en Gezonde Stad, SGS. ‘Hoe gaan we deze woningen en bijbehorende voorzieningen realiseren en tegelijkertijd de steden leefbaarder en gezonder maken, ruimte houden voor de groene leefomgeving en mobiliteit schoner en duurzamer maken? Samen met pilotsteden en andere partijen laten we in ons programma nieuwe perspectieven zien voor realisatie van slimme en gezonde steden.’ 

‘In dit programma werken we intensief samen met zes SGS-pilotsteden: Rotterdam, Schiedam, Groningen, Nijmegen, Eindhoven en Utrecht. Onze gesprekken met deze SGS-partners en onze (stedelijke) experimenten met innovaties leveren naar onze indruk een inspirerende bijdrage voor toekomstig beleid op.

De opgave is overigens niet mis: steden leefbaarder en gezonder maken, terwijl ze groeien en steden veelal de ambitie hebben om uitbreidingsprogramma’s vooral binnenstedelijk te plannen. Deze ambitie levert weer allerlei nieuwe vraagstukken op, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, energie, luchtkwaliteit en klimaatadaptatie.

 

Citizen science

Door samen met steden en andere betrokken partijen op te trekken zien wij niet alleen de uitdagingen van dichtbij, maar vooral ook kansen. We onderzoeken met name kansrijke instrumenten en concepten voor overheden, kennis- en marktpartijen, bijvoorbeeld op het gebied van gedrag, om te komen tot concrete projecten met gezonde verdienmodellen, die bijdragen aan een betere leefomgevingskwaliteit. Zo loopt er in Nijmegen een project, waarin bewoners met relatief eenvoudige sensoren zelf de luchtkwaliteit en geluidhinder rond hun huis meten. Deze meetresultaten komen beschikbaar als open data. Op deze manier onderzoeken we niet alleen de effecten van milieumaatregelen, maar betrekken we bewoners bij bestuur en beleid. Ook in andere steden gaan we aan de slag met deze vorm van ‘citizen science’, maar dan samen met fietsers die mobiele sensoren meenemen.’ 

Dit is een voorbeeld van hoe we met het Programma SGS (www.slimmeengezondestad.nl) het (inter)nationale, regionale en lokale niveau verbinden om samen een slimme en gezonde ontwikkeling van de leefomgeving te

ondersteunen. Hiervoor zoeken en activeren we ook de samenhang binnen en tussen beleidssectoren, zoals economie, ruimte, bereikbaarheid, klimaat en milieu. Ook binnen IenM werken we samen met andere organisatieonderdelen en betrekken tevens andere departementen bij de opgave van slimme en gezonde steden. Zo is het ministerie van Economische Zaken betrokken bij onze pilot in Utrecht: Het Living Lab Utrecht Slimme en Gezonde Stad.’ 

Gezondheid centraal stellen in milieubeleid Uitgangspunt van het Programma is de opdracht van de staatssecretaris van IenM om gezondheid centraal te stellen in het milieubeleid. Vervoorn: ‘Dit maakt de aanpak niet alleen breder dan het traditionele milieubeleid, maar ook anders. Het sturen op gezondheid en ‘slimme instrumenten’, betekent dat we ons meer op kansen richten en minder op normen en grenswaarden aan ‘schadelijke emissies’ en het handhaven daarvan. Het is veel meer een zoektocht, samen met onze partners, naar mogelijkheden om bijvoorbeeld met gedragsmaatregelen of ruimtelijke inrichting de leefomgeving te verbeteren, waardoor je uiteindelijk kunt spreken van een gezonde stad.’

Slimme combinaties van oplossingen en efficiency

‘Bij deze manier van werken’, vervolgt Vervoorn, ‘zoek je ook naar slimme combinaties van oplossingen die meerdere doelen dienen en ook in een groter gebied de leefomgevingskwaliteit verbeteren. Dat betekent op voorhand: integraal werken. Wij richten ons daarbij vooral op het fysieke domein met een accent op schone lucht en verbetering van de geluidsomgeving. Doen we dit efficiënt, dan scheppen we met de juiste fysieke maatregelen automatisch voorwaarden voor meer sociale interactie tussen mensen in de openbare ruimte. Immers, geslaagde instrumenten voor een slimme en gezonde stad, creëren een stad waarin mensen graag naar buiten gaan en mede daardoor, meer in contact komen met andere mensen. Dit gebeurt veel minder, om maar een voorbeeld te noemen, als je je in een auto verplaatst door de stad. Bij slimme en gezonde maatregelen denk je dus al gauw aan het stimuleren van actieve mobiliteit, evenals aan meer groen en blauw in de stad. Maar ook aan parkeren op afstand van de woning of stadscentrum.

Een extra motief om in te zetten op actieve mobiliteiten, zoals lopen en fietsen, is dat deze op zich al een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen. Stimuleer je deze modaliteiten, dan zie je ‘als vanzelf’ meer dingen samen komen, zoals een herinrichting of verbetering van de openbare ruimte, de ruimtelijke- en sociale kwaliteit, tot lucht-, geluid- en klimaatadaptatiemaatregelen. Denk bijvoorbeeld aan meer groene plekken om regenwater af te voeren, die tegelijkertijd een positieve bijdrage leveren aan de beleving van de geluidsomgeving.’ 

De kracht van gezondheid in plaats van duurzaamheid

Vervoorn: ’In onze gesprekken met gemeenten kwamen we erachter dat wanneer je over gezondheid spreekt, je direct ook andere, en meer partijen aan tafel krijgt die ieder weer andere mogelijkheden en nieuwe kansen zien. Dit gaat vaak ver, tot bijvoorbeeld de koppeling van ontwikkelingen in de energietransitie aan transities in de mobiliteitssector. Deze cross-overs kunnen een belangrijke aanjager zijn van de noodzakelijke economische vernieuwing en gewenste ruimtelijke transformatie.

In de energiesector zie je een overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame brandstoffen, die onder meer resulteren in (auto)batterijen die gevoed worden door zonne-energie. Tegelijkertijd zie je in de mobiliteit een vraag naar het elektrificeren van vervoer, waarbij deze ‘zonne-energiebatterij’ een rol kan vervullen.

Een positief bijkomend effect is dat dezelfde batterij ’s nachts, wanneer de auto niet wordt gebruikt en de zon niet schijnt, huishoudens van energie kan voorzien. Als de batterijen van deelauto’s worden gebruikt, is het effect op de omgevingskwaliteit nog groter. Het netwerk hoeft, bij decentrale energieopwekking en teruglevering aan het net, namelijk niet op korte termijn te worden verzwaard. Dergelijke besparingen en cross-overs nodigen uit tot consortiumvorming en nieuwe business cases die de aanzet kunnen vormen voor de gewenste vernieuwing. Ten slotte speelt de (schone) deelauto ook een rol in het sociale domein, omdat het contact tussen mensen bevordert.

Niet kwantitatief maar kwalitatief

Terug naar de doelstelling van het programma. Anders dan bijvoorbeeld het Nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, NSL, kent het programma SGS alleen kwalitatieve doelen. Centraal staat het permanent verbeteren van de leefomgevingskwaliteit voor een gezonde en duurzame stedelijke ontwikkeling. Dit staat ook in de samenwerkingsovereenkomsten die we hebben gesloten met de zes pilotsteden. En met name door de integrale stedelijke projecten zien we de breedte van de mogelijkheden om tot slimme oplossingen te komen.

Zo onderzoeken Groningen en Eindhoven nadrukkelijk de mogelijkheden van fietsen ten behoeve van gezondheid en schone lucht, terwijl Utrecht werk maakt van ‘ontwerpend onderzoek’. In dit geval gaan mensen met een achtergrond in ruimtelijk ontwerp in gesprek met bewoners, bedrijven, experts en overheden. Gaandeweg het gesprek worden de denkbeelden, effecten en impact van voorgestelde ingrepen in de ruimte onderzocht en in een integraal ontwerp uitgewerkt. Zo ontwerp je samen op een slimme manier een gezonde stad. Het is een instrument dat verschillende technische en sectorale studies integreert. Deze aanpak geeft extra energie bij ontwerpers en bij bewoners doordat zij gezamenlijk tot een gedeeld toekomstbeeld komen. 

Vervoorn, ten slotte: ‘Het belangrijkste doel van dit programma is bewustwording creëren van een brede trend naar slimme en gezonde steden. Ik vind het opmerkelijk hoe veelomvattend de mogelijkheden en kansen blijken te zijn als je een daadwerkelijke integrale stap naar slimme en gezonde steden uitwerkt.’ En daarna? ‘Daarna richten we ons op samenwerking op een hoger schaalniveau, waar discussies over verstedelijking plaatsvinden tussen steden. Maar in 2017 ligt de nadruk op het vertalen van kansen en mogelijkheden in steden naar concrete projecten.’ 

Lees hier de PDF-versie van het artikel.

Brenda Vervoorn, senior beleidsmedewerker bij het Programma Slimme en Gezonde Stad van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)

Geplaatst door

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden