We moeten oppassen vanuit trends te redeneren!

donderdag 22 december 2016
timer 6 min

Pieter Arends en Jos Kalfsbeek zijn adviseurs mobiliteit bij de adviesgroep Mobiliteit en Infrastructuur van Twynstra Gudde. Met ongeveer vijftig collega’s werken zij dagelijks in de wereld van mobiliteit, die zij benaderen op het raakvlak van inhoud en organisatie vanuit invalshoeken als PPS, risicomanagement, strategisch omgevingsmanagement en beleidsplanning.

Backcasting

Op de vraag naar trends reageert Pieter Arends. ‘Laat ik eens een knuppel in het hoenderhok gooien: we moeten oppassen vanuit trends te redeneren, want dan krijgen we alleen maar meer van wat we nu al zien. De mobiliteitswereld is de afgelopen dertig, veertig jaar in de basis niet zoveel veranderd. Wij denken dat je nu juist moet anticiperen op de grotere veranderingen die op ons afkomen, zodat je door middel van backcasting kunt terugkijken naar het heden.’

‘Durf eens de hoeken van het speelveld op te zoeken. Er komen zoveel dingen op ons af, de nieuwe economie, big data, de energietransitie. Als je vanuit de huidige trends doordenkt kom je er niet,’ voegt Kalfsbeek eraan toe. ‘Er is een hele hype rond technologische innovaties. Zelfrijdende auto’s zitten momenteel op de top van de hype, terwijl ze nog een hele ontwikkeling nodig hebben. Maar gaan de ontwikkelingen inderdaad zo snel? Willen mensen inderdaad afstand doen van de eigen heilige koe? Durven ze de controle over te laten aan een zelfsturend voertuig? Is de wet- en regelgeving er klaar voor? We staan nog maar aan het begin, maar het is wel duidelijk dat de beweging is ingezet en dat er meer partijen op het mobiliteitsveld verschijnen. Wij zeggen daarom: bedenk scenario’s die futuristisch zijn. Het gaat er niet om dat die precies aangeven wat er gebeurt, maar om het signaleren wat er kan gebeuren, zodat je daarover kunt nadenken.’

Scenario’s

Binnen Twynstra Gudde zijn vier mobiliteitsscenario’s op basis van een aantal variabelen uitgewerkt. Belangrijke daarin is de ontwikkeling van de slimme auto. Die ontwikkeling is onomkeerbaar, maar wordt het een slim voertuig of gaan we naar echt autonoom rijden? Daarnaast speelt de energietransitie een hele belangrijke rol. Zero emissie lijkt nu ver weg, maar die kant gaat het wel op. Dat heeft veel impact op de leefbaarheid, in positieve zin, maar ook op de kosten voor mobiliteit. Energie wordt goedkoper doordat het met steeds goedkopere techniek wordt gewonnen. Dat betekent ook veel goedkopere mobiliteit, zeker als je uitgaat van het principe ‘van bezit naar gebruik’. Voertuigen worden dan veel meer ingezet dan de paar procent van de tijd dat een auto nu rijdt. Zowel door die efficiëntere inzet als door goedkopere energie kost mobiliteit dan veel minder dan nu. Dat kan een grote filedruk betekenen en levert vraagstukken op rond prijsbeleid.

De toekomstscenario’s hadden echt geholpen bij de Uber-discussie, vindt Kalfsbeek. ‘Elke overheid werd daardoor verrast, maar dat was niet gebeurd als eerder al was nagedacht over nieuwe mobiliteitsconcepten.’ Juist nu zijn er heel veel mobility as a service-ontwikkelingen te voorzien. Daar kun je je nu op voorbereiden en een vorm aan proberen te geven, zodat je een volgende keer niet zo reactief hoeft op te treden. Arends: ‘Misschien komt Google wel met een businessmodel waarin ze hun voertuigen heel goedkoop aanbieden omdat ze vooral geïnteresseerd zijn in de data die ze daarmee verwerven. Dat heeft grote gevolgen voor de mobiliteit en daar moet je je als overheid op voorbereiden.’

Oplossingen voor nu

Het schetsen van toekomstbeelden is niet de oplossing voor nu, met de toenemende fileproblematiek. Kalfsbeek: ‘Wij helpen onze klanten door vanuit meerdere scenario’s te backcasten zodat je kan nadenken over andersoortige of meer flexibele oplossingen. Zo hebben we een visie op fietsveiligheid ontwikkeld, waarbij redeneren vanuit de toekomst de opdrachtgever het inzicht gaf dat inperken door regelgeving niet werkt als je steeds meer verschillende mobiliteitsdiensten met

diversere voertuigen krijgt. Je moet daarop anticiperen, bijvoorbeeld met verschillende routes voor verschillende snelheden.’

Arends: ‘Daarnaast moet er een soort routekaart ontstaan om stappen te zetten naar de toekomstige mobiliteit. Veel partijen werken daar al aan, maar het blijkt heel lastig om te bepalen wat je nu al kan of moet doen. We hebben ervaring in Amsterdam, waar allerlei proeven worden gedaan met wisselende resultaten. We leren ervan en vaak kunnen componenten uit die proeven verder worden doorontwikkeld. Soms kunnen succesvolle diensten commercieel worden vermarkt. Zo is er een dienst rondom evenementen die door partijen als Mojo wordt gekocht.’

Nieuwe marktpartijen

Duidelijk is dat er nieuwe marktpartijen staan te dringen om zich op de mobiliteitsmarkt te begeven. Als die partijen goed aansluiten op de behoeftes van de gebruikers, dan kan het ineens heel snel gaan, verwacht Kalfsbeek. Dat we die behoeftes misschien nog niet eens kennen, doet niet ter zake. ‘Denk maar aan de smartphone, daarvan wisten we ook pas dat we hem wilden toen het apparaat er was. Het is voor traditionele partijen, zoals de openbaar vervoerbedrijven, een hele opgave om in deze wereld te overleven. Anderzijds zijn autonoom rijdende voertuigen juist een grote kans, de OV-bedrijven kunnen zich ontwikkelen tot serviceproviders in mobiliteit, in plaats van alleen met bussen volgens een vaste dienstregeling te rijden.’

‘Het zijn ontwikkelingen waarin publieke en private partijen elkaar moeten zien te vinden, zonder elkaar lukt het niet,’ merkt Arends op. ‘Partijen kunnen verschillende rollen vervullen, afhankelijk van hoe belangrijk ze een bepaald onderwerp vinden. Overheden worstelen met de vraag welke rol zij moeten pakken. Daar is geen eenduidig antwoord op, die vraag moet je juist per onderwerp bekijken. Overheden kunnen ontwikkelingen versnellen, innovatie stimuleren of dingen juist aan de markt overlaten. Overheden moeten beseffen dat ze doorzettingsmacht hebben om iets te bereiken op het gebied van transitie. Ze móeten ook iets doen, ze kunnen niet gaan zitten wachten tot de files nog langer zijn dan nu en verwachten dat het probleem is opgelost als er autonome voertuigen zijn.’

Goed nadenken over de toekomst is hoe dan ook hard nodig, waarschuwt Kalfsbeek. ‘Nu zien we vooral dat de bedrijven in de mobiliteitssector bezig zijn te overleven in een wereld waarin de Google-car op ons afkomt.’

Lees hier de PDF-versie van het artikel.

 
Auteur: Maurits van den Toorn

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden