130 km/uur en het failliet van de verkeerskunde
vrijdag 30 januari 2015
timer 4 min
'Zolang we gedwee volgen, bewijzen we dat we als verkeerskundigen fundamenteel niets kunnen oplossen, enkel maar poederen en zalven'

Joris Willems, Belgisch verkeerskundige rijdt door Nederland en verklaart vanuit zijn verkeerskundigheid hoe in Nederland een maategel als 130 km/uur tot stand is gekomen en waarschuwt vervolgens voor een verkeerskundig failliet. Niet alleen in Nederland, maar ook alvast in Vlaanderen.

 

‘Als u in Nederland met de auto rijdt, dan heeft u het zeker al gemerkt. U mag er 130 km/uur op de snelwegen. Hoewel, in de praktijk is het genuanceerder. Op veel plaatsen is het gewoon 100 km/uur of 120 km/uur gebleven.

 

Hoe ze dat hebben gedaan? Heel simpel, met veel uitzonderingsmaatregelen en nog veel meer verkeersborden. Er zijn uitzonderingen per plaats, voor de dag, voor de nacht, wanneer de spitsstrook werkt, wanneer die niet werkt, en ga zo maar door. Niet altijd duidelijk dus. Op sommige plaatsen zijn zelfs aanvullende borden geplaatst met ‘hier permanent 100’ na een wegvak waar je 130 km/uur mag tussen 19 uur en 6 uur en daarbuiten 120 km/uur (of was het nu toch 100?).

 

Ik heb geprobeerd de verkeerskundige logica van de lokale en tijdsgebonden zoneringen te begrijpen. En dat is me niet overal en altijd gelukt. Op vrij drukke wegvakken, bijvoorbeeld Breda-Rotterdam, mag je op sommige plaatsen 130 km/uur, maar op relatief rustige delen, bijvoorbeeld Antwerpen-Eindhoven, mag je maar 120 km/uur. Tot de eerste afrit in Nederland, waarna het duidelijk drukker wordt richting Eindhoven, dan mag je plots en permanent 130 km/uur. Enfin, Rijkswaterstaat kennende, zullen ze wel ergens een klein criteriumpje hebben gevonden om dat verschil te verantwoorden.

 

Ik vroeg enkele Nederlandse oud studie- en vakgenoten om uitleg. Bijna unaniem vonden zij de nieuwe reglementering onduidelijk, onbegijpelijk en onleesbaar, en een fiasco. Mijn volgende logische vraag aan hen: ‘Hoe kan het dan toch dat in een land met meer dan 2000 gediplomeerde verkeerskundigen zoiets banaals als een leesbare en logische snelheidsreglementering compleet in de soep wordt gedraaid?’

 

Stilte.Tot één van m’n Nederlandse vakbroeders zei: ‘Simpel, als men de uitwerking van de reglementering had overgelaten aan échte verkeerskundigen, dan was het nooit zover gekomen’. Inderdaad, hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

 

Einde discussie. Maar wacht eens even. Als dat klopt, dan gaat het om veel meer dan die 130. Gaat het dan niet om het failliet van het vakgebied verkeerskunde? Als men voor een oer-klassiek verkeersonderwerp, namelijk het logisch inrichten van een weg en het maken van een leesbare en begrijpbare wegomgeving, de verkeerskundigen ongegeneerd buiten spel zet, wat is dan nog onze taak? Want ondertussen verdenkt 90 procent van de weggebruikers de verkeersingenieurs van een ongeziene onbekwaamheid.

 

Ik schreef het al eerder: te vaak moeten we de brandjes van anderen blussen. Niet alleen in Nederland, ook in Vlaanderen. De échte brandweer wordt betrokken bij de tekentafel en vóór de bouw van elk grootschalig complex. Als de veiligheid of bereikbaarheid niet wordt gegarandeerd komt er een keihard njet.

 

Ons vakgebied komt systematisch te laat. Bij echte strategische beslissingen worden we nauwelijks betrokken. Bij de komst van een nieuwe goedkope meubelzaak weet iedereen, ook in het café, dat er een gigantisch mobiliteitsprobleem dreigt. We weten dat een combinatie van langsparkeren en 70 km/uur grote risiso’s inhoudt. Toch geloven wegbeheerders dat anno 2015 nog al te vaak niet. En zien we in nieuwe plannen nog steeds onaangepaste weginrichtingen en snelheidsregimes opduiken. En dan wordt aan de verkeerskundigen gevraagd om het wat minder erg te maken of te ‘bewijzen’ dat het allemaal nét kan. En zullen we opnieuw worden gevraagd om de verkeersbrand te blussen nadat de meubelzaak haar deuren heeft geopend of nadat er zich een dodelijk ongeval heeft voorgedaan.

 

En we doen dat gedwee. En zolang we dat blijven doen, bewijzen we dat we als verkeerskundigen fundamenteel niets kunnen oplossen, enkel maar poederen en zalven. De echte brandweer motiveert haar harde houding door te zeggen dat het om mensenlevens gaat. Maar geldt dat ook niet voor het verkeer? Jaarlijks komen bijna 100 keer meer mensen om in het verkeer dan bij woningbranden. Als dat geen goede reden is om verkeerskundigen wat meer au sérieux te nemen.

 

Ook wijzelf, verkeerskundigen, mogen ons niet in de hoek te laten zetten. Dus mag en moet onze ambitie best wat hoger zijn. Meedenken over de fundamenten van ons mobiliteitsbeleid. Debatteren over de wenselijkeid van de logistieke draaischijf, over ruimtelijke ordeningsconcepten, over verkeerswetgeving, en uiteraard ook over ogenschijnlijk banale dingen als snelheidsregimes. Het is al vaker gebleken: als het in Nederland regent, druppelt het in Vlaanderen. Misschien goed om alvast een paraplu bij de hand te hebben.’

 


Deze column vercheen eerder in de Verkeersspecialist 212, december 2014,

 
Auteur: Margriet Verhoog

Joris Willems, docent verkeerskunde Hogeschool Diepenbeek (Be) Foto: Ton Hendriks

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden