Recensie: Hoe ons verkeer steeds asocialer werd

woensdag 27 mei 2020

Het recht van de snelste – Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet

Waarom ziet ons verkeerssysteem er eigenlijk uit zoals het eruit ziet? Hoe is dat zo gekomen? Is een ander systeem wenselijk en mogelijk? Dat zijn de vragen die journalist Thalia Verkade (de Correspondent) en hoogleraar Marco te Brömmelstroet (UvA), opwerpen in hun boek ‘Het recht van de snelste’. Het zijn ontzettend belangrijke vragen, in een wereld waarin steeds meer steden ontdekken dat hun leefbaarheid door de dominantie van de auto onder druk staat.

Door Wim Bot, Fietsersbond

De titel en ondertitel dekken de lading van de inhoud van het boek volledig. De auteurs beschrijven hoe de auto het voor het zeggen kreeg in onze samenleving. Waar daarvóór het verblijven (“verkeren”) centraal stond in onze steden, ging het daarna meer en meer over doorstroming, over circulatie, efficiency, snelheid, over zo snel mogelijk van A naar B komen, over naadloze mobiliteit. Er ontstond een uit Amerika overgewaaide verkeerskunde (een soort Marshallplan, zegt wetenschapper Marcus Popkema in het boek), geleid door de International Road Federation. Een technische taal van verkeersexperts, met een voorruitperspectief op het systeem. Die taal kreeg het karakter van een radicaal monopolie, het is moeilijk om daarbuiten te denken.

En er kwam een systeem met meer wegen, langere afstanden en een toch gelijkblijvende reistijd (de beroemde wet van BREVER). Een systeem dat ten koste gaat van het verblijven van mensen in hun leefomgeving. Een systeem ook dat ongelofelijk veel leed veroorzaakt door ongevallen: 1,3 miljoen doden per jaar in de wereld. In de taal van het radicale monopolie worden die ongevallen zo verwoord dat machines mensen aanrijden (“Fietser overlijdt na aanrijding met auto”). Nog een voorbeeld: in 1936 werd de voetganger juridisch verkeersdeelnemer: “Als je de deur uitstapte kwam je nu niet meer in de gemeenschappelijke buitenruimte maar in het verkeer terecht: een wereld van snelle machines, waar je niet in de weg moest lopen”.

Een heldenrol in het boek wordt vervuld door het protest tegen de ontwikkelingen in de jaren zeventig: het verzet in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt, in Amelisweerd bij Utrecht, de acties van Stop de Kindermoord en de oprichting van de voorloper van de Fietsersbond. Ons netwerk van 37.000 kilometer vrijliggende fietspaden is daarvan het spectaculaire resultaat. Conclusie van de auteurs: “In de jaren zeventig legde de gemeenschap zich niet zomaar neer bij ongewenste besluiten van bovenaf. Buitenlandse journalisten en schrijvers lijken daar meer van onder de indruk dan wijzelf. En duiden het telkens weer als dé reden dat Nederland een compleet andere mobiliteitsstructuur heeft dan de rest van de wereld, iets om een voorbeeld aan te nemen”.

Een ander voorbeeld was de opkomst van het woonerf en de bloemkoolwijk, waar verblijven en spelen het uitgangspunt zijn en het doorgaande verkeer geacht wordt stapvoets te rijden. Het was voor mij een eye-opener om te lezen hoe dat concept, ontwikkeld door Niek de Boer, in feite in de loop der jaren volledig is verwaterd. Door de algemene invoering van de dertigkilometerzones is het woonerf aan het verdwijnen. In 30 km-gebieden kunnen kinderen niet veilig op straat spelen en er wordt vaak te hard gereden.

Wisselwerking
In het slotdeel van het boek volgt een hartstochtelijk pleidooi voor het opnieuw centraal stellen van verblijven en leefbaarheid in onze maatschappij. Het hoeft niet steeds sneller, dat is een keuze. De auteurs gaan uitgebreid in op buitenlandse voorbeelden, zoals Parijs, Barcelona en Pontevedra, waar het autoverkeer wordt beperkt. Ze besteden veel aandacht aan de activiteiten van MENSenSTRAAT (veteranen uit de jaren zeventig), Humankind (van de leefstraten en vakantiestraten) en aan de strijd van Marco Te Brömmelstroet voor de inrichting van de schoolomgeving van zijn zoontje in Ede. Interessant is het alternatief van Anna Nikolaeva (UvA) voor Mobility as A Service: Mobility as A Commons, met voorbeelden als het lokaal beloningssysteem voor fietskilometers Ring-Ring en het buurtleenfietsensysteem van Ali in Rotterdam.

Conclusie
Het recht van de snelste is een belangrijk boek, vol interessante voorbeelden, nieuwsgierig, verbaasd, boos, soms ongenuanceerd. Het verdient een brede maatschappelijke discussie over de manier waarop we onze steden en straten inrichten. Een discussie die hopelijk ook leidt tot andere keuzes. Het moet anders, maar dat kan alleen wanneer de mensen die het anders willen de handen ineenslaan.

 

 

 

Wim Bot, (inter)nationaal beleidsadviseur Fietsersbond

Het is ontzettend goed dat dit boek dat geschreven moest worden er is. Dat jonge mensen dit taboe hebben opgepikt en ik verwacht dat het boek de handvatten heeft voor het sneller bereiken van een beter en veel veiliger woonklimaat.

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden