‘Hoe wenselijk is ruimtelijk verdichtingsbeleid?’

dinsdag 8 maart 2022

Kees Maat is universitair hoofddocent Gebouwde omgeving en mobiliteit (TU Delft). Bert van Wee is hoogleraar Transportbeleid (TU Delft). “We weten dat hoe compacter je bouwt, hoe minder autoverkeer je genereert en hoe meer mensen geneigd zijn naar alternatieven te zoeken”, aldus Maat. “Dat is wat kort door de bocht, maar inmiddels wel fijnmazig onderzocht. Daarnaast spelen bij de keuze voor vervoer allerlei sociaal-demografische kenmerken mee.”

-
Bert van Wee

Reizen mensen met de trein omdat ze dicht bij een station wonen, of gaan ze dicht bij een treinstation wonen omdat ze graag met de trein reizen? “Dat laatste verschijnsel heet ‘residentiële zelfselectie’”, aldus Maat. “Of passen mensen zich aan als ze nabij het station komen te wonen en denken ze ‘de trein is zo gek nog niet’? We kijken op allerlei manieren naar dit soort vraagstukken. Een andere vraag is of we nu steeds compacter moeten bouwen, of moeten kijken naar andere mogelijkheden. Uit onderzoek blijkt dat compacter bouwen helpt, maar datzelfde onderzoek wijst ook op de effecten van inkomen en attitude. Naarmate mensen meer te besteden hebben, gaan ze groener, ruimer en minder compact wonen.”

“De grote vraag is nu wat we het beste kunnen doen. Je kunt naar een Chinees ideaal bouwen, van steeds compacter, in Den Haag zie je dat soms al. Dan wonen mensen in studio’s, die mensen lopen en fietsen veel en rijden minder auto, maar de onderliggende vraag is of je wilt dat je stad er zo uit komt te zien. We zouden ook onderzoek moeten doen naar hoe het minder compact kan, op een manier waarbij we toch de auto minder centraal stellen en actieve modaliteiten stimuleren. Functiemenging zou wel eens de sleutel daartoe kunnen zijn.”

Functiemenging en schaalverkleining

“Een visie op ruimte en mobiliteit bestaat uit een aantal componenten”, vertelt Van Wee. “Ruimte beïnvloedt het mobiliteitsgedrag, daar is wel een redelijke consensus over, maar ruimte is ook van belang voor de bereikbaarheid. Bereikbaarheid hebben beleidsmakers lang opgevat als autobereikbaarheid met een sterke focus op snelwegen,. Sinds een jaar of tien bekijken ze dat wel van deur-tot-deur maar nog beter is het te kijken naar de mate waarin mensen op diverse plekkenactiviteiten kunnen uitvoeren. Vervoer en ruimte beïnvloeden elkaar. Verschillen in bereikbaarheid in Nederland hangen veel meer samen met ruimtelijke verschillen dan met verschillen in transport, volgens het PBL.”

“Als je allerlei functies mengt en met een hogere dichtheid bouwt, verbeter je de bereikbaarheid flink. Zet ‘ruimte’ dan ook op de agenda, omdat je daarmee bereikbaarheid zoveel kunt verbeteren. Als je bestemming binnen loopbereik ligt, is die sowieso bereikbaar.”

“Mobiliteitsgedrag is ook geen zelfstandig doel. Je wilt mobiliteitsgedrag beïnvloeden vanwege maatschappelijk relevante effecten, zoals CO2-uitstoot, geluid, milieu en leefbaarheid. Zelfs als auto’s volledig vrij van uitstoot zijn, dan nog is het niet prettig als de straat gedomineerd wordt door rijdende en geparkeerde auto’s. Ook wil je bereiken dat mensen vaker lopen en fietsen vanwege gezondheidseffecten”.

Wenselijkheid van beleid

Van Wee: “Als je een mening wilt vormen over de wenselijkheid van beleid, moet je niet alleen kijken naar de milieu- en bereikbaarheidseffecten van dat beleid. Daar zitten nog veel meer effecten aan vast, denk aan woonvoorkeuren, kosten, het open willen houden van het Groene Hart. De individuele woonvoorkeuren kunnen wel bestaan uit een groot huis met een grote tuin, maar tegelijkertijd willen we niet de Veluwe volbouwen. Sommige studies kijken naar woonvoorkeuren, je ziet ook dat woningen in compacte buurten en wijken met veel functiemenging duurder en gewilder zijn. Een voorbeeld in Utrecht isde wijk Witte Vrouwen. Die is veel gewilder – en dus duurder – dan een wijk als Overvecht.”

-
Kees Maat

Niet fout verdichten

“Niet iedereen past in het keurslijf van wonen in een compacte stad. Ook planvorming is trager als het gaat om het verdichten van bestaande steden. Het is veel eenvoudiger om een braakliggend weiland vol te bouwen dan om in een bestaande complexe stad te verdichten. Er komt ook veel kijken bij het juist verdichten van een stad. Als je het niet goed aanpakt, verminder je juist het groen in de buurt. Dat kan zelfs leiden tot compensatiegedrag, waarbij inwoners er op uit trekken naar ‘het groen’”, aldus Van Wee.

Maat: “De VINEX-locaties zijn een beetje verguisd, maar inwoners zijn er vaak toch tevreden. In feite zijn dat goed gelukte wijken, vaak ook wel ruim opgezet. Hou er rekening mee dat veel mensen behoefte hebben aan dat soort wijken. Ook qua mobiliteit kan zoiets succesvol zijn. Denk aan de Randstadrail, ook mensen in rijtjeswoningen maken daar gebruik van.”

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden