Sociale factor beslissend voor fietsstad

vrijdag 8 oktober 2021

Wat maakt een stad tot een volwassen fietsstad? Onderzoeker Samuel Nello-Deakin (UvA en nu IERMB Barcelona) zette voor zijn promotieonderzoek een sociaal-ruimtelijke bril op, bestudeerde Amsterdam en zag dat sociale factoren minstens zo belangrijk zijn als de fysieke.

 

Door: Ymkje de Boer, VerDuS SURF

Planoloog Samuel Nello-Deakin: “Als we willen begrijpen hoe een echt volwassen stedelijke fietsomgeving ontstaat, dan moeten we verder kijken dan de ‘fietsbaarheid’ van de stad en verschillende meetbare fysieke omgevingskenmerken. We moeten dan ook kijken naar sociale factoren. Ik heb voor mijn onderzoek dus naast literatuuronderzoek zowel GIS-analyses gedaan als diepgaande interviews en een grootschalige online-enquête gehouden.”

Factoren hangen samen 

Er blijkt wel een verband te zijn tussen de ‘vorm’ van de stad en het fietsen in Amsterdam, maar dit verband is minder duidelijk dan het op het eerste gezicht lijkt. Nello-Deakin: “In dichtbevolkte, centraal gelegen buurten met goed toegankelijke voorzieningen lijkt wel meer gefietst te worden dan in meer perifere, suburbane buurten. Maar het is moeilijk om onderscheid te maken tussen het effect van verschillende variabelen, omdat ze onderling nogal sterk gecorreleerd zijn met elkaar. Dit wijst erop dat fietsen meer afhangt van een algemene mate van wat ik ‘stadsintensiteit’ noem.” 

“We zien onder meer dat de socio-demografische samenstelling van buurten van belang is. In buurten met relatief veel hoogopgeleide en geboren Nederlandse bewoners wordt over het algemeen veel meer gefietst dan elders. En omdat deze buurten ook meestal op meer centrale, dichtbevolkte plekken liggen, is het dus moeilijk om het effect van stadsvorm en socio-demografische kenmerken op het fietsen te scheiden. Het huidige Amsterdam wordt gekenmerkt door een sterke sociaal-ruimtelijke polarisatie, die bijdraagt aan de verschillen in mate van fietsen tussen centrale en perifere buurten.” 

Fietser stimuleren nieuwkomers 

Nello-Deakin interviewde onder meer internationale nieuwkomers. “Mensen gaan fietsen als ze gemakkelijke en goedkope toegang tot een fiets hebben en het fietsen een competitiever vervoermiddel is dan andere. Ze gaan ook fietsen als ze zien dat fietsen onderdeel is van de Amsterdamse levensstijl en dat het leuk is om te doen. Verder is een zekere sociale druk en is de stad voor fietsen geschikt; fietsen is zelfs onontbeerlijk om boodschappen te doen en naar school te gaan, inclusief halen en brengen.” 

“Bovendien zien we aan het ‘fietsinitiatieproces’ door de tijd heen, hoe mensen steeds meer afhankelijk worden van het fietsen. Al deze factoren versterken elkaar en geven aanwijzingen voor fietsstimuleringsbeleid. Onderschat daarbij vooral de rol van bestaande fietsers die nieuwkomers aanmoedigen niet: de ‘menselijke infrastructuur’ is beslissend voor het in stand houden van Amsterdam als fietsstad.” 

Fiets-treincombi 

Nello-Deakin onderzocht ook het switchen naar de fiets-treincombinatie voor reizen in de Randstad door stadsbewoners. De meeste mensen beginnen met fiets-treinreizen na een verandering in werk, woonplek of woon-werktraject, hoewel een aanzienlijk deel van de respondenten ook een modaliteitsverschuiving onderging naar het fiets-treinreizen voor hun bestaande reis. De fiets-treincombinatie wordt als aantrekkelijker gezien, deels door instrumentele voordelen als reistijd, snelheid en prijs, maar ook door meer subjectieve voordelen. “Er zijn sterke aanwijzingen dat de combi een competitief alternatief is voor de auto, vooral voor stedelijke locaties die toegankelijker zijn met de trein dan met de auto.” 

Eerlijke verdeling van de ruimte 

Tot slot was de verdeling van de schaarse ruimte in Amsterdam een object van studie. Nello-Deakin: “Ik zou willen pleiten vóór een ‘eerlijke’ verdeling van verkeersruimte over de verschillende vervoersmodaliteiten, waarbij er meer aandacht zou moeten zijn voor de verschillende verkeerssnelheden en de kwaliteit van de openbare ruimte als geheel. Al met al is fietsstimulering geen kwestie van nog meer kennis vergaren: het is een politiek probleem.” 

In het onderzoeksprogramma Smart Regions of the Future werken consortia van onderzoekers en praktijkpartijen samen aan vraagstukken rond ruimte, wonen, bereikbaarheid, economie en bestuur. In 2016 zijn vijf grote projecten van start gegaan, waaronder Smart Cycling Futures. Het promotieonderzoek van Samuel Nello-Deakin is een van de deelprojecten hiervan. SURF valt onder het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden van NWO, het Rijk, Platform31 en Regieorgaan SIA.

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden