Een jaar lang mobiliteitsgedrag volgen 

donderdag 11 juni 2020

De eerste twee weken van het ‘nieuwe normaal’ zijn voorbij, als ik met dit onderzoek start. Na de eerste weken thuiswerken ben ik onrustig en kom met pijn en moeite in de werkflow. Uit frustratie pak ik op een koude vrijdagochtend de fiets en rijd naar het station. Niet om een trein te nemen, maar om even onderweg te zijn met een doel. Het is stil, geen schoolgaande kinderen op de fiets, weinig autoverkeer, alleen een lege lijnbus die mij passeert. 

Door Nina Veders, Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) 

  Ik denk aan Ap Dijksterhuis, die schrijft dat reizen een manier is om in onze fundamentele behoefte aan prikkels te voorzien, omdat onze geest van doelen houdt en met nieuwe impulsen voortdurend in beweging moet worden gehouden. Reizen is, zo leert hij, een fantastische manier om onze geest te masseren (Wie (niet) reist is gek - Dijksterhuis, 2017).  

Wanneer ik door het bos terug naar huis fiets merk ik dat met elke keer dat mijn trappers ronddraaien, er meer en meer gaat stromen. Op deze fietstocht bedenk ik dat ik een jaar lang wil onderzoeken wat de impact op gedrag en gevoel is door het wegvallen van geroutineerde verplaatsingen. Is het ‘nieuwe normaal’ door de coronacrisis de definitieve doorbraak voor thuiswerken, of missen we ‘de massage voor de ziel’ tijdens het onderweg zijn dusdanig dat we weer gaan reizen wanneer het kan?   

Het interview  

Eind maart, begin april interview ik vijftien mannen en vijftien vrouwen en vraag naar hun gevoel, emoties en gedrag en naar hun verwachtingen voor de toekomst met betrekking tot thuiswerken. Veertien automobilisten, acht treinreizigers met de fiets en lopen als voor- en natransport en acht korteafstandfietsers. Hun reistijden lopen uiteen van tien minuten tot ruim drie uur per dag. Gemiddeld is de reistijd één uur per dag. Door de diversiteit van verplaatsingen, zowel qua vervoersmiddel als ook reistijd en frequentie, is niet het doel om betrouwbaar en gevalideerd uitspraken te kunnen doen over de impact van het wegvallen van verplaatsingen op gedrag en gevoel, of over de verwachtingen voor de toekomst, maar om een jaar lang de gevolgen op mobiliteitsgedrag- en gevoel te volgen.    

Resultaten  

Van de dertig geïnterviewden geven zeventien specifiek aan, het onderweg zijn te missen. Met name automobilisten (N=10) en fietsers (N=6) missen het gevoel van vrijheid tijdens onderweg zijn. Het gevoel van vrijheid, het ervaren van rust en tijd voor zichzelf, valt nu weg. Tijd, rust en vrijheid die men gebruikt om de gebeurtenissen van de dag te overdenken of om een nieuwe dag te starten. Fietsers (N=4) geven daarnaast aan op de fiets tot creatieve ideeën te komen en de lichaamsbeweging te missen. Zowel voor fietsers (N=7) als voor automobilisten (N=9) geldt dat ze een alternatief zijn gaan zoeken. Er wordt meer gewandeld, meer gefietst en in de tuin gewerkt.

Met één geïnterviewde spreek ik over 'de tussentijd'. De tussentijd die in een efficiënte samenleving steeds meer onder druk staat. Het maken van verplaatsingen was een goede, soms gedwongen manier om in die tussentijd te geraken. Tien geïnterviewden gaven aan dat ze zich nu pas bewust zijn geworden van wat ze tijdens het reizen normaal gezien doen, met name geestelijk.   

De treinreizigers blijken minder rouwig om het wegvallen van hun verplaatsing. Slechts een van de acht geïnterviewden geeft aan het treinreizen te missen en geeft daarbij aan dat het voorbijtrekkende landschap een rustgevend effect op hem heeft. Van de acht geïnterviewden gebruiken twee hun reistijd om te kunnen werken. De overigen lezen een boek of de krant, kijken een filmpje, maken een praatje, of staren naar buiten. Met name de tijdsdruk, de vraag of er al dan niet een zitplaats in de trein zal zijn en de prikkels van andere reizigers, leveren doorgaans meer stress op dan de treinreis aan rust geeft. Overigens geeft ook de treinreiziger (N=6) aan meer te wandelen of te fietsen om wel in beweging te blijven ter compensatie van het voor- en natransport.   

Van de dertig geïnterviewden geven twintig aan dat ze verwachten in de toekomst meer thuis te zullen werken. Maar deze verandering is afhankelijk van de houding van hun werkgever tegenover thuiswerken. Ook zal het gaan om één, hooguit twee dagen per week bij een fulltime baan en uitsluitend wanneer de werkzaamheden het toelaten. Het gemis van collega's en van het reizen wordt genoemd als reden om juist weer wel naar de werkplek te willen. De verplaatsingen die men in de toekomst denkt af te wegen zijn de incidentele afspraken zoals zakelijke kennismakingen, vergaderingen met mensen van andere bedrijven of van andere locaties, of voor internationale samenwerkingen. De verhouding reistijd en duur van de afspraak is van belang bij het maken van de afweging.   

En nu?   

Het wegvallen van het maken van verplaatsingen doet dus wel degelijk iets met ons. Maar hoe ontwikkelt zich dat de komende tijd? Zijn de alternatieven van wandelen, fietsen en tuinieren voldoende en blijven we écht een à twee dagen per week thuiswerken? In september 2020 en april 2021 zal ik nogmaals dezelfde mensen interviewen en de resultaten vergelijken.   

En ik? Ik zie de kilometerteller van de fiets oplopen. Het is een sport om elke dag een andere route te fietsen en mijn eigen woonomgeving te verkennen. Hoewel die fietstochten heerlijk zijn, kijk ik uit naar het moment dat ik weer gewoon voor de klas kan staan, of samen met collega’s aan het werk kan en onderweg kan zijn. To be continued... 

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden