Verdiepend onderzoek nodig voor effectieve preventie van fietsongevallen

dinsdag 26 april 2022

Oudere fietsers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers en hebben daarom een belangrijke plek binnen het strategisch plan verkeersveiligheid. Zo blijkt dat in 2021 110.000 verkeersslachtoffers zijn behandeld op de Spoedeisende Hulp (SEH) afdeling, waarvan 66.600 met ernstig letsel. Een derde van de slachtoffers met ernstig letsel is een fietser van 55 jaar of ouder. Deze cijfers komen uit het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie. Het systeem biedt een unieke mogelijkheid om verdiepend onderzoek uit te voeren onder slachtoffers van fietsongevallen en biedt handvatten voor preventie voor zowel landelijke als regionale en lokale beleidsmakers.

Uniek LIS-vervolgonderzoek

Om meer zicht te krijgen op wat er nou precies mis gaat bij deze kwetsbare groep verkeersdeelnemers en wie het grootste risico loopt, heeft VeiligheidNL uitgebreid onderzoek gedaan onder slachtoffers van fietsongevallen. Uniek in Nederland is dat vanuit het LIS verdiepend onderzoek kan worden gedaan door middel van vragenlijstonderzoek. In de periode juli 2020 – juni 2021 zijn alle slachtoffers van fietsongevallen, inclusief brom- en snorfietsongevallen benaderd voor dit onderzoek. In totaal hebben 4.208 (brom- en snorfietsslachtoffers de vragenlijst ingevuld. Een vergelijkbaar onderzoek is ook in 2016 uitgevoerd, en biedt dus de mogelijkheid om te kijken naar verschillen in de tijd.

Aantal fietsongevallen blijft stijgen

Zo blijkt uit het vervolgonderzoek fietsongevallen 2021 dat twee derde van de verkeersslachtoffers die in 2021 op de SEH-afdeling werden behandeld een fietser was. Binnen de groep fietsers vallen de meeste slachtoffers in de leeftijd van 55 jaar en ouder (44%) en van 12 tot en met 24 jaar (19%). Bij fietsers met ernstig letsel is sprake van een stijgende trend (+29%). Deze stijgende trend wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal enkelvoudige fietsongevallen (+26%), ongevallen waarbij geen andere verkeersdeelnemer is bij betrokken. Onder fietsers van 55 jaar en ouder steeg het aantal enkelvoudige fietsongevallen zelfs met 42%. Eigen gedrag en de wegconditie waren bij deze groep de meest voorkomende oorzaken.

Zagen we in ons onderzoek uit 2016 nog veel meer gewone fietsers (53%) dan elektrische fietsers (20%), dit keer is de verhouding tussen beide type fietsers gelijk: 35% van de slachtoffers fietste op een gewone fiets en 36% op een elektrische fiets. De elektrische fietsers zijn niet alleen in aantal toegenomen, ook hadden zij een ruim 2 keer zo grote kans op een SEH-bezoek dan slachtoffers op een gewone fiets. Ook gecorrigeerd voor mogelijk andere invloedrijke factoren (zoals geslacht, leeftijd, gefietste kilometers en gezondheidsfactoren) zien we een 1,6 keer verhoogd risico op een SEH-bezoek voor elektrische fietsers. Dit wijkt af van het onderzoek uit 2016 toen er geen verschil in risico werd gevonden tussen gewone en elektrische fietsers.  

Fietsen op een elektrische fiets lijkt dus risicovoller geworden; de risicofactoren voor het ontstaan van een ongeval verschillen echter niet tussen beide groepen fietsers. Wel zien we dat vrouwen in de leeftijd 55-plus het meeste risico lopen op een ongeval met de elektrische fiets.

"-"
Deelnemende ziekenhuizen aan het Letsel Informatie Systeem (LIS)

Gedrag versus infra

Zoals te zien valt in tabel 1 wijt bijna de helft (44%) van alle fietsslachtoffers het ongeval aan eigen gedrag, dit is vergelijkbaar voor zowel gewone fietsers (42%) als elektrische fietsers (43%). Een derde van de slachtoffers gaf aan dat de toestand van de weg het ongeval heeft veroorzaakt (32%). Onder toestand van de weg valt onder andere een glad wegdek door bijvoorbeeld bladeren (5%) en losliggend materiaal (4%). Elektrische fietsers (34%) noemen vaker toestand van de weg als oorzaak dan gewone fietsers (23%). Onder toestand van de weg valt onder andere een glad wegdek door bijvoorbeeld bladeren (5%) en losliggend materiaal (4%). Bij een kwart van de ongevallen (26%) speelde het gedrag van iemand anders een rol, en ook dit was vergelijkbaar voor gewone (25%) en elektrische fietsers (26%), Dit kwam onder andere doordat volgens het slachtoffer de tegenpartij niet oplette (7%) of geen voorrang gaf (3%). Alhoewel gedrag van de slachtoffers zelf en de tegenpartij samen de grootste factor lijken te zijn voor het ontstaan van fietsongevallen, is de rol van infrastructuur ook nog steeds in een derde van de ongevallen aanwezig. Vooral bij enkelvoudige fietsongevallen speelt de toestand van de weg een grote rol. Het terugdringen van fietsongevallen vraagt dus om een multifactoriële aanpak, te denken valt onder meer aan:

  • Meer aandacht voor gedrag door het ontwikkelen en inzetten van effectieve verkeerseducatie;
     
  • Verdiepende analyses op basis van de huidige verzamelde data om nog beter zicht te krijgen op de oorzaken van ongevallen (gaat het bij toestand van de weg bijvoorbeeld om paaltjes of bijvoorbeeld gladde wegen en verschilt dit tussen regio’s?);
     
  • Beter zicht krijgen op exacte ongevalslocaties door het ontsluiten van SEH- en ambulancedata zodat iedere regio over deze informatie kan beschikken in het kader van preventie;
     
  • Het mogelijk koppelen van bestaande valpreventie activiteiten voor senioren aan programma’s voor oudere fietsers om het aantal eenzijdige fietsongevallen terug te dringen.

Beschermend effect van de fietshelm

De helft van de slachtoffers van fietsongevallen liep een fractuur op (51%), aan onder andere hun pols, sleutelbeen/schouder, elleboog of hand/vinger. Hersenletsel kwam voor bij 20% van de slachtoffers die de SEH bezochten vanwege het fietsongeval, waarvan 16% licht hersenletsel en 4% ernstig hersenletsel. Het aandeel hersenletsels na een fietsongeval verschilt significant per type fiets, en komt vaker voor bij ongevallen met een elektrische fiets (24%) dan bij slachtoffers op een gewone fiets (18%). Gemiddeld genomen droeg één op de vijf slachtoffers een fietshelm ten tijde van het ongeval (21%). Slachtoffers van ongevallen met een mountainbike (69%) en racefiets (79%) hadden significant vaker een helm op dan slachtoffers op de gewone fiets (3%) en elektrische fiets (2%). Opvallend is dat nog steeds niet alle fietsers op mountainbike of racefiets een helm droegen. 

Het onderzoek heeft aangetoond dat er zowel bij slachtoffers op gewone fietsen en elektrische fietsen een significant kleinere kans op hersenletsel was wanneer het slachtoffer een helm droeg tijdens het ongeval ten opzichte van slachtoffers die geen helm droegen (respectievelijk 83% en 75% kleinere kans). Dit komt overeen met de resultaten uit het onderzoek in 2016. Het stimuleren van het dragen van een fietshelm bij kwetsbare groepen lijkt daarmee raadzaam

VeiligheidNL | Kenniscentrum Letselpreventie is het kenniscentrum voor letselpreventie in Nederland en is voor het thema verkeersveiligheid (kennis) partner van het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, Rijkswaterstaat, provinciale overheden en lokale overheden. Hiervoor werken we onder meer samen met Spoedeisende Hulp (SEH) afdelingen van ziekenhuizen, Regionale Ambulancevoorzieningen (RAV’s), Ambulancezorg Nederland (AZN), onderzoeks- en kennisinstituten en maatschappelijke organisaties. Verder is VeiligheidNL onderdeel van het Interprovinciaal Vakberaad Verkeersveiligheid. 

Het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL
Het Letsel Informatie Systeem (LIS) is een continue registratie op veertien Spoedeisende Hulpafdelingen (SEH’s) in Nederland waar wordt geregistreerd met wat voor letsel en naar aanleiding van wat voor ongeval patiënten de SEH bezoeken. Deze veertien SEH’s vormen een representatieve steekproef van alle ziekenhuizen in Nederland. Op basis van LIS kunnen landelijke schattingen worden gemaakt voor verschillende soorten ongevallen en letsels: van verkeersongevallen tot sportblessures en van valongevallen bij senioren tot letsels bij kinderen door bijvoorbeeld trampolinespringen. VeiligheidNL gebruikt deze gegevens voor onder andere monitoring van ongevallen, interventieontwikkeling en strategiebepaling met als doel om het aantal letsels in Nederland te verminderen.

Meer informatie 
Het onderzoek biedt een schat aan informatie over legio verkeersrelevante onderwerpen, zo ook bijvoorbeeld over afleiding door het gebruik van smartphones, de rol van drukte op het fietspad en oorzaken en gevolgen van ongevallen met snor- en bromfietsers. Op het Nationaal Fietscongres in juni 2022 zullen we uitgebreid ingaan op de relatie tussen ongevallen en drukte op het fietspad.

Meten is weten!
Mijn opmerking is: er zijn veel meer fietsers en veel fietspaden te smal voor de hoeveelheid gebruikers en diversiteit van vervoermiddelen.

Mij lijkt het interessant ook het ziekenhuis in maastricht aan te laten sluiten gezien de grote hoeveelheden toerfietsers en recreanten in geaccidenteerd terrein.

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden