Het rijk en rijkdom van de voetganger

donderdag 4 maart 2021

Illustratie: Brand Matters Creatives and Paulien van de Kamp

Het lot van gewone dingen is dat ze als vanzelfsprekend worden beschouwd. Dit geldt ook voor de voetganger in de openbare ruimte. De consequenties ervan zijn verstrekkend, stelt Rob Methorst in zijn onderzoek waarop hij op 3 februari promoveerde aan de TU Delft. Veel relevante kennis over voetgangers wordt bijvoorbeeld niet (adequaat) in de literatuur vastgelegd of bevindt zich niet op de juiste plek, waardoor er onvoldoende informatie is voor gemeentelijke beleidsvorming.

Door Rob Methorst

In dit promotieonderzoek is onderzocht wat de rol van voetgangers inhoudt, wat ze daarvoor nodig hebben, hoe het er nu voor staat, en welke verbeteringen er nodig zijn. De voetganger is in dit proefschrift iemand die te voet aanwezig is in de openbare ruimte, zowel bewegend als stilstaand, inclusief degene die absoluut loophulpmiddelen nodig heeft om hier te kunnen bewegen. Ook worden vier soorten voetgangersactiviteiten onderscheiden: lopen van A naar B (lopen in hoofdmodus), lopen van en naar andere modi (voor- en natransport), circulatie (rondreizen) en verblijven in de openbare ruimte (stilstaan, wachten, spelen, werken et cetera.)  

Dit proefschrift wil voortbouwen op wat er bekend is over voetgangers, wandelen en verblijven en over effectief en eerlijk beleid om de omstandigheden voor deze groep te bestendigen en te verbeteren. Het resultaat van deze studie is bedoeld om ‘krachtige informatie te geven voor beleidsvorming ter verbetering van de voetgangers-, wandel- en verblijfsomstandigheden, als bron van rijkdom en welzijn’.

Het onderzoek

Het proefschrift presenteert een conceptueel procesmodel, waarmee op basis van een brede verzameling conceptuele modellen een paradigma-verschuiving wordt beoogd naar een effectiever en eerlijker beleid met betrekking tot voetgangers, lopen en verblijven. Op basis van dit procesmodel is gekeken naar: de dagelijkse leefomgeving, sociaaleconomische status, levensstijl en demografie, toegang tot vervoer, sociaal-psychologische kenmerken (inclusief attitudes), toegang tot informatie en IT en algemene gezondheid van voetgangers.

De bevindingen zijn verhelderend, maar nog verre van uitsluitend. Bijvoorbeeld omdat er nog zeer weinig studies zijn naar algemene kenmerken van de (potentiële) voetgangerspopulatie die specifiek invloed hebben op beslissingen om meer of minder te gaan lopen. Zo is er bij gebrek aan literatuur een workshop georganiseerd om behoeften met betrekking tot lopen en verblijven in de openbare ruimte te verkennen. De uitkomst hiervan was dat menselijke behoeften niet direct kunnen worden vertaald in systeemeisen voor wandelen en verblijven, zonder onderscheid te maken naar de vier soorten lopen en naar doelgroepen. Zowel voetgangers als groep, als alle menselijke behoeften zijn heterogeen. Toch levert dit onderzoek veel inzichten op die relevant zijn voor de ontwikkeling van systeemeisen op dit vlak.

Zo laat het onderzoek onder meer zien dat ongeveer de helft van de (potentiële) voetgangersbevolking beperkingen heeft om gemakkelijk, comfortabel en veilig te lopen en te verblijven. Dit betreft ongeveer 20 procent van de totale bevolking met langdurige cognitieve beperkingen (inclusief kinderen). Voorts heeft 38 procent fysieke beperkingen en 3 procent tijdelijke cognitieve beperkingen. Dit leidt tot 35 procent van de totale groep die een lichte beperking heeft tot lopen, terwijl ongeveer 20 procent lijdt aan matige tot ernstige beperkingen, waardoor ze moeizaam buitenshuis kunnen gaan en kunnen deelnemen aan het sociale leven. In navolging van Asmussen [*] wordt dan ook een zogenoemde hypothetische Normvoetganger (die alle relevante beperkingen omvat) voorgesteld als toetssteen voor ontwerp en beheer van voetgangersvoorzieningen en arrangementen.  

Het onderzoek gaat onder meer dieper in op gewenste arrangementen; van basiskenmerken en gerieflijkheidseisen tot arrangementen om mensen te verleiden om te gaan lopen. Ook wordt ingezoomd op het beleidsveld, op assets en het beheer en onderhoud ervan, evenals op de verkeersveiligheidscijfers.   

Boodschap

De belangrijkste boodschap van het proefschrift is dat er zowel behoefte, als ruimte is voor verbetering van loop- en verblijfsomstandigheden. Tegelijkertijd zijn er stappen noodzakelijk om de organisatie van zo’n aanpak te verbeteren. Handvatten hiervoor zijn de volgende uitgangspunten:

  1. Voetgangers zijn sterk verschillend. Een 'One-size-fits-all' aanpak benadeelt kwetsbare groepen;
  2. De huidige definities van 'voetganger', 'voetgangersactiviteiten', 'voetgangersveiligheid', en 'vereisten voor wandelen en verblijf' stremmen effectieve en rechtvaardige verbeteringen;
  3. Voetgangers moeten zichtbaarder worden, zowel letterlijk in de openbare ruimte als figuurlijk in statistieken, onderzoeksprogrammering, institutionele communicatie en beleidsontwikkeling;
  4. De kennis en informatie over de behoeften en vaardigheden van voetgangers en wat er nodig is, is niet op de plek waar deze het meest nodig is, namelijk bij gemeentelijke beleidsmakers en ontwerpers van de openbare ruimte.
  5. Beleidsactoren kunnen aan de volgende organisatorische knoppen draaien: feitenonderzoek, vakmanschap, regie en verdeling van middelen en menskracht, communicatie, en de operationele uitvoeringsorganisatie.

 

Klik hier voor het proefschrift van Rob Methorst

 

 

 

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden