Uit de journals: effecten A2-tunnel, fiets en automatisch voertuig en mobiliteitsbeslissingen

donderdag 12 maart 2020
timer 15 min

In deze aflevering van de rubriek ‘Internationale vakliteratuur’ samenvattingen van artikelen over de niet-reistijd effecten van de A2-tunnel in Maastricht, fiets en automatische voertuig in het toekomstig verkeerlandschap en diverse onderwerpen rond mobiliteitsbeslissingen.

 

Door Leonie Walta

 

Effecten A2-tunnel Maastricht
Een project als de ondertunneling van de A2 in Maastricht is niet uniek, op meer plaatsen in de wereld worden snelwegen in stedelijke gebieden ondergronds gelegd om de doorstroming voor het interstedelijk verkeer en de leefbaarheid in de stad te verbeteren. Onderzoekers van het Centraal Planbureau hebben voor de casus Maastricht het effect op de leefbaarheid in kaart gebracht.

Omdat de reistijden in de stad nauwelijks veranderd zijn, was het mogelijk om de niet-reistijdeffecten van het project vrij eenduidig te kwantificeren door te kijken naar de toename in de huizenprijzen in het gebied rond de tunnel. Deze huizenprijzen weerspiegelen onder meer de veranderingen in geluidsoverlast, luchtvervuiling en verkeersveiligheid in het gebied. 

Op een afstand tussen 0 en 500 meter van de tunnel namen de huizenprijzen in de periode tussen 2010 en 2016/2017, toen de tunnel in gebruik genomen werd, met 7,1 procent toe ten opzichte van huizen op twee kilometer van de tunnel. Op een afstand van 500-1000 meter bedroeg de toename 4,2 procent. De totale toename in de huizenprijzen in het gebied binnen 1000 meter van de tunnel bedroeg daarmee 220 miljoen euro. Een substantieel bedrag ten opzichte van de bouwkosten van 890 miljoen. De onderzoekers concluderen op basis van de resultaten dat het ondertunnelen van snelwegen ook in andere steden de moeite waard kan zijn. 

Tijm, J., Michielsen, T.O., Maarseveen, R. van en Zwaneveld, P. (2019), ‘How large are the non-travel time effects of urban highway tunneling? Evidence from Maastricht, The Netherlands’, Transportation Research Part A 130, pagina 570-592.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.09.011

 

Fiets en automatisch voertuig
Om luchtvervuiling en congestie tegen te gaan krijgt de fiets steeds meer aandacht. Daarmee groeit ook de vraag naar meer ruimte voor de fietser binnen de bestaande infrastructuur. Naast de fiets worden ook automatische voertuigen gezien als een modaliteit waarmee de huidige verkeersproblematiek kan worden aangepakt. Wetenschappers van het University College London vroegen zich af of automatische voertuigen straks, net als de auto vroeger, het andere verkeer – inclusief de fiets - zullen verdringen of dat die juist bij zullen dragen aan het delen van de weg tussen diverse soorten weggebruikers.

Ze stellen dat het effect van automatische voertuigen op het huidige mobiliteitssysteem afhangt van hoe die formele verkeersregels interpreteren en met informele gebruiksnormen omgaan. Als automatische voertuigen hun gedrag baseren op de signalen van weggebruikers die er vanuit gaan dat iedereen op de rijbaan zich als een motorvoertuig moet gedragen, zal het verkeer er in de toekomst uit zien als het huidige gemotoriseerde verkeer. Maar als de voertuigen het soort regels leren dat de waarde en veiligheid van niet-gemotoriseerd verkeer boven dat van gemotoriseerd verkeer stelt, kunnen ze juist meer ruimte laten voor bijvoorbeeld bewegingen van fietsers. De auteurs suggereren dat automatische voertuigen zich zouden moeten gedragen zoals de maatschappij dat wil, en dat dit ook mogelijk is.

Latham, A. en Nattrass, M. (2019), ‘Autonomous vehicles, car-dominated environments, and cycling: Using an ethnography of infrastructure to reflect on the prospects of a new transportation technology’, Journal of Transport Geography 81.

https://doi.org/10.1016/j.jtrangeo.2019.102539

 

MOBILITEITSBESLISSINGEN

Levensloop
Langetermijnmobiliteitsbeslissingen van mensen hangen af van hun huidige situatie, hun verleden en hun toekomstplannen. Een verhuizing, verandering van baan en de aanschaf van een auto zijn onderling afhankelijk en wijzigingen in het demografisch profiel van een persoon of huishouden kunnen deze beïnvloeden. Wetenschappers van de TU Eindhoven ontwikkelden een model om deze afhankelijkheden beter te kunnen begrijpen. Op basis van data van 414 respondenten uit de Chinese stad Shenyang concluderen ze bijvoorbeeld dat trouwen of kinderen krijgen de kans op een verandering van baan of aanschaf van een andere auto waarschijnlijk doen toenemen. Ook kan verandering van baan of een verhuizing de behoefte aan een (andere) auto doen toenemen. Bij het maken van beleid is het daarom belangrijk om rekening te houden met de invloed van de levensloop van mensen op hun langetermijnmobiliteitsbeslissingen.    

Guo, J., Feng, T. en Timmermans, H.P. (2019), ‘Time-varying dependencies among mobility decisions and key life course events: An application of dynamic Bayesian decision networks’, Transportation Research Part A 130, pagina 82-92.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.09.008

 

Mobiliteiservaring kinderjaren
Om ov-gebruik te stimuleren hebben beleidsmakers begrip nodig van de factoren die reisgedrag beïnvloeden. Onderzoekers van het Luxemburg Institute of Socio-Economic Research en de University of Sydney Business School gingen na hoe ervaringen uit de kinderjaren van invloed zijn op hoe mensen tegen hun woonomgeving aankijken, welke houding zij hebben ten opzichte van reizen en wat hun reisgedrag is. Ze vroegen 451 respondenten in de Australische regio New South Wales, waar de auto het belangrijkste vervoermiddel is, naar hun reisgedrag op verschillende momenten gedurende hun leven. Daaruit bleek dat houding ten opzichte van reizen de grootste invloed heeft op het reisgedrag maar ook dat de ervaring uit de kinderjaren deze houding beïnvloedt. Dit laat zien dat de invloed van bijvoorbeeld prijsprikkels om ov-gebruik te stimuleren minder succes zou kunnen hebben dan verwacht. 

Van Acker, V., Mulley, C. en Ho, L. (2019), ‘Impact of childhood experiences on public transport travel behaviour’, Transportation Research Part A 130, pagina 783-798.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.10.008

 

Sociaal cognitieve factoren
Noorse wetenschappers hebben 1032 Noorse stadsbewoners gevraagd hoe hoog de toename in maandelijkse autokosten (belasting et cetera) voor hen zou moeten zijn om een keuze te maken voor duurzamere modaliteiten. Daarnaast vroegen ze naar verschillende sociaal cognitieve factoren die deze drempelwaarde zouden kunnen beïnvloeden.

Het bleek dat respondenten die ook bij hoge kostenstijgingen zouden vasthouden aan de auto, relatief laag scoorden op tolerantie voor ontmoedigingsbeleid, verantwoordelijkheidsgevoel voor de consequenties van autogebruik en milieubewustzijn. De auteurs suggereren dat naast kostenstijging voor de auto en verbetering van de toegankelijkheid van openbaar vervoer ook het sturen op sociaal cognitieve factoren effectief zou kunnen zijn om mensen te bewegen voor duurzame modaliteiten te kiezen. 

Trond, N., Lind, H.B., Şimşekoğlu, O., Jørgensen, S.H., Lund, I.O, en Rundmo, T. (2019), ‘The role of social cognition in perceived thresholds for transport mode change’, Transport Policy 83, pagina 88-96.

https://doi.org/10.1016/j.tranpol.2019.09.006

 

MaaS en ov
MaaS belooft naadloze intermodale mobiliteit aan haar gebruikers, maar heeft ook gevolgen voor de andere actoren in het mobiliteits-ecosysteem. Overheden proberen MaaS te sturen in de richting van multimodaliteit met een prominente rol voor het ov, zonder fietsen en lopen te ontmoedigen of autogebruik te bevorderen. Dat pakken ze op verschillende manieren aan. Wetenschappers van de TU Delft en twee Zweedse instituten onderzochten de interacties tussen ov-regimes en opkomende MaaS-niches in Amsterdam, Birmingham en Helsinki en conceptualiseerden de respons van de overheid op MaaS. Ze identificeerden zes verschillende bestuurlijke benaderingen, die van analist, architect, bijeenroeper, experimenteerder, wetgever en provider. 

Hirschhorn, F., Paulsson, A., Sørensen, C.H. en Veeneman, W. (2019), ‘Public transport regimes and mobility as a service: Governance approaches in Amsterdam, Birmingham and Helsinki’, Transportation Research Part A 130, pagina 178-191.

https://doi.org/10.1016/j.tra.2019.09.016

 

Selectie uit 5 journals
Voor deze serie wordt een selectie gemaakt uit artikelen in recente uitgaven van de wetenschappelijke journals Transportation Research A, Transport Policy, Transport Geography en Transport Reviews. Voor deze aflevering is daar European Journal of Transport and Infrastructure Research aan toegevoegd. Links naar de artikelen staan op www.verkeerskunde.nl/vakkennis. Sommige artikelen zijn niet open access. Ze zijn wel in te zien of te downloaden op de locaties van de meeste universiteitsbibliotheken.

 

Reactie plaatsen

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Lazy-loading is enabled for both <img> and <iframe> tags. If you want certain elements skip lazy-loading, add no-b-lazy class name.
mail_outline

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Ontvang één keer per week het laatste nieuws van Verkeerskunde.

* verplichte velden